Achtergrond

Van coma naar diploma: het ongelooflijke verhaal van Melvin

Melvin Verheij. Foto: Kees Rutten

Hij begon aan de HU, kreeg een ongeluk dat zijn leven voorgoed zou veranderen, en nu bijna twintig jaar later studeert hij af. Dinsdag 14 april krijgt Melvin zijn diploma.

‘Proefjes, moet ik nu niet meer doen – dan ontploft de school’, lacht Melvin. Zijn rechter arm en been gaan soms een beetje hun eigen gang. ‘Mijn kortetermijngeheugen is ook niet meer wat het was.’

In 2009 begon Melvin aan Scheikunde aan Hogeschool Utrecht. Rob Niekel was zijn begeleider. ‘Melvin was een slimme student en had een hechte vriendengroep. In de eerste jaren na zijn ongeluk had hij daar ook nog behoorlijk veel contact mee. In de zomer kreeg ik een mailtje van een van hen over wat hem was overkomen. Dat raakte me diep.’

Het ongeluk

Melvin was bij drie vrienden in de auto gestapt. De jonge bestuurder was de rotonde te snel genaderd en ze waren tegen een paal gebotst. Niemand was gedeerd, behalve Melvin, die lag in coma. Pas drie maanden later ontwaakte hij daaruit.

Melvin: ‘Je heet dan officieel “wakker”, maar zo voelt het niet. Ik zag artsen en verpleegkundigen en begreep nog niets. Wekenlang had ik nodig om bij zinnen te komen. Mijn lichaam was voor een groot deel verlamd. Het dagboek dat mijn ouders in die tijd hebben bijgehouden durf ik niet te lezen. Het lijkt me te verdrietig.’

Revalideren

Rob Niekel: ‘Melvin was nooit uit mijn hoofd gegaan. En toen, vier jaar geleden liep ik door Padualaan 101 en zag hem plotseling. Ik kon niet goed plaatsen wat hij hier deed.’ Kort daarna nam zijn begeleider Sebastiaan contact op: ‘Zou je het leuk vinden om een kop koffie te drinken?’

Melvin ging een zwaar revalidatietraject in, van drie jaar, waarin hij na anderhalf jaar zijn rolstoel achter zich kon laten. Hij ging naar verschillende centra in Utrecht, Hattem, Tilburg. Totdat zijn laatste begeleider tegen hem zei: ‘Volgens mij ben je therapie-moe.’

Juni 2021

In IJsselstein

‘Ik heb actie nodig.’ Zijn niet-aangeboren hersenletsel maakt nu nog steeds dat hij zich niet lang kan concentreren. Scheikundeboeken, colleges, vergaderingen: dat brengt hij niet meer op. Ook is hij soms niet even goed te verstaan.

Is hij ooit boos geweest op de bestuurder? ‘Hij zat juridisch fout, en ik heb een schadevergoeding gekregen, maar wrok heb ik nooit gevoeld. Wel baal ik er wel eens van: mijn vrienden van toen hebben een vrouw, een baan en straks kinderen. Ik zou ook graag een vriendin willen.’

Melvin woont inmiddels in IJsselstein, in een huis voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij heeft een eigen keukentje en eet met de andere bewoners mee als hij daar zin in heeft. In het begin was het eenzaam, maar sinds een jaar heeft hij een vriend, Remko, met wie hij kan kletsen en gamen. Twee keer per maand gaat hij naar zijn ouders en ziet daar soms de kinderen van zijn broer, Stijn (5) en Lieke (3). ‘Ik vind het leuk dat ik oom ben.’

De STERK-plaats

Chemie studeren kon dus niet meer. Maar aan de HU vond hij de STERK-plaats. Sebastiaan Fokke is er al vier jaar zijn begeleider. ‘Melvin kan hierna aan het werk bij een instelling waar mensen iets willen leren van een ervaringsdeskundige. Bijvoorbeeld als adviseur, presentator of co-docent. De opleiding is nu eindelijk erkend, als officieel mbo-diploma.’

Wat hij de afgelopen vier jaar leerde? Melvin: ‘Ik ben scheikunde verloren, maar ik heb de creativiteit gevonden. Met Photoshop ben ik inmiddels ontzettend handig en een van mijn schilderijen hangt in Zeist ergens. Ik zeg: Always look at the bright side of life.

Maar hij heeft meer geleerd dan dat. ‘Voor mezelf opkomen kon ik ook veel minder goed’, vertelt hij. ‘Dat heb ik hier geleerd, net als voor een groep staan en presenteren. En ik ben socialer geworden. Aanvankelijk was ik wat op mezelf, hier heb ik leren netwerken en ben ik gangmaker.’ Sebastiaan knikt: ‘Melvin is altijd in een goed humeur en in voor een grap.’

Juni 2025

Zijn moeder

Is de scheikundestudent in wezen veranderd na het ongeluk? Dat vindt hij moeilijk te zeggen. Rob Niekel aarzelt ook. ‘We dronken koffie, Melvin en ik, en het was goed om te zien dat hij zijn draai weer gevonden had. Hij zag er hetzelfde uit en had dezelfde stem. Ook zijn persoonlijkheid leek hetzelfde, bedachtzaam.’

‘Melvin praat alleen wat langzamer, zoals vaak bij niet-aangeboren hersenletsel’, verklaart Sebastiaan. ‘Informatie moet “landen”. Het is daarom helpend als je eenvoudig en langzaam tegen hem praat.’

Always look at the bright side of life‘, zegt Melvin. Maar hij heeft het zwaar gehad. Wie hielp hem door de moeilijkste jaren heen? ‘Mijn moeder’, antwoordt hij meteen. ‘Zij gaf me met haar steunende woorden kracht om niet op te geven. Ze bracht me ook overal heen. Mijn vader, broer en mijn grootouders hebben me ook geholpen.’ Het contact met zijn vrienden van vroeger is verwaterd.

Hogeschool Utrecht

Melvins liefste wens? ‘Bij de HU blijven. Ik wil hier aan het werk.’ En daar doet zijn begeleider Fokke hard zijn best voor, maar het is niet gemakkelijk in deze broekriem-tijden. Melvin is optimistisch: ‘De HU is voorlopig nog niet van me af.’

Soms, als hij mensen hoort klagen, denkt Melvin bij zichzelf: ‘Man, je mag blij zijn dat je nog leeft.’ Op zijn arm liet hij een tatoeage zetten om zichzelf eraan te herinneren: ‘I won’t give up.’