Veel vragen over fusie Gebouwde Omgeving en Engineering & Design

Is het financiële plaatje van IGO aanleiding tot samenvoeging?

Foto: Kees Rutten

Het plan tot een fusie tussen de instituten Gebouwde Omgeving (IGO) en Engineering & Design (IED) leidde tot veel vragen van de Hogeschoolraad (HSR). Dat bleek tijdens de vergadering. Maar er kwamen ook antwoorden. ‘Het is geen reddingsoperatie voor het IGO.’

Vlak voor de zomervakantie stuurde het college van bestuur een voorgenomen besluit tot samengaan van de twee instituten per 1 januari 2020 ter goedkeuring naar de HSR. Daarin staat dat de bestaande opleidingen blijven bestaan. Voor studenten verandert er dus niets. Het personeel van IGO en IED komt te werken voor het nieuw op te richten instituut.

Volgens de fusiedocumenten zijn er goede redenen om te fuseren. Zo vraagt de beroepspraktijk om meer interdisciplinair te werken en het onderwijs te ‘ontschotten’. Op die manier kunnen studenten meer samenwerken aan projecten. Maar ook de teruglopende studentenaantallen bij de opleiding Built Environment van IGO en de slechte financiële situatie komen als redenen voor fuseren aan bod.

Verborgen agenda

In de eerste vergadering van de HSR in het nieuwe studiejaar, afgelopen woensdag 4 september, was de fusie het belangrijkste agendapunt. Ook was het de eerste bijeenkomst met de nieuw verkozen raadsleden. Ook collegelid Tineke Zweed en Do Blankestijn, directeur IED en sinds januari van dit jaar interim bij IGO, waren aanwezig. Volgende week woensdag zal de HSR een besluit nemen over het plan.

De HSR wilde eerst weten of er nog een andere reden is om te fuseren. ‘Of er een verborgen agenda is? Het antwoord is nee’, kon collegelid Zweed de raad geruststellen. Was het financiële plaatje van het Instituut voor Gebouwde Omgeving dan aanleiding tot samenvoeging? Nee, antwoordde instituutsdirecteur Blankestijn. Aanleiding was de oprichting van een nieuwe master waarbij de expertise van beide instituten ingebracht werd.

Studentenaantallen

De mogelijkheden tot samenwerking tussen de twee instituten is de belangrijkste motivatie, stelde Blankestijn. ‘Het is geen reddingsoperatie voor het IGO.’ Ook collegelid Zweed was duidelijk: ‘De studentenaantallen zijn geen primaire reden.’

Het idee tot samenvoeging ontstond uit verkennende gesprekken binnen de docententeams, instituutsraden en opleidingscommissies en uit gezamenlijke brainstormsessies. Een analyse van de directie is uiteindelijk omarmd, waarna het verzoek richting college van bestuur ging. Het college heeft hierin niet her voortouw genomen, benadrukt Zweed. ‘De fusie is het initiatief van de instituten.’

Tekorten wegwerken

Wel is het zo dat het relatief kleine IGO door de teruglopende studentenaantallen kampt met een overschot aan docenten. Enkele jaren geleden kreeg het instituut van het college drie jaar de tijd om de tekorten op de begroting weg te werken. Nu leidt de fusie met het grotere en financieel gezondere IED tot een instituut zonder gaten in de begroting, stelde Blankestijn.

Toch blijft het IGO werken aan de reductie van het aantal medewerkers. Om hoeveel mensen het gaat en wat de aanpak is, bleef onvermeld. Van gedwongen ontslagen lijkt geen sprake te zijn. Tineke Zweed: ‘Er is of was geen sprake van een reorganisatie.’

Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

1 reactie