Achtergrond

Verpleegkunde wil van 13 naar 30 procent man. Hoe bereik je dat, en waarom?

Peter en Kornelis Jan. Foto: Kees Rutten

Meer mannen als verpleegkundige. Volgens Peter, Kornelis Jan en Eva is dat hard nodig. De alumnus, docent en directeur van de opleiding vertellen hoe ze dat proberen te bewerkstelligen en waarom: wat brengt een mannelijk verpleegkundige met zich mee?

Zaterdag 28 maart moeten de Mannen van het Netwerk Verpleegkunde (MNV) weer aan de bak. Er kiezen veel te weinig jongens voor de opleiding. Om het voor hen aantrekkelijker te maken, gaan er drie kerels uit de stichting in de hal van Heidelberglaan 7 staan.

‘Veel jongens komen hier op zo’n open dag en zien alleen maar meisjes’, vertelt Peter Hahn, verpleegkundige en voorzitter van het MNV. ‘Voor mij is hier geen plaats, denken ze dan. Daarom staan wij er, om ze te verwelkomen.’

‘Van onze studenten is krap 13 procent man, dus daar is inderdaad winst te behalen’, reageert Kornelis Jan van der Vaart, docent Verpleegkunde en coördinator van de open dagen. ‘Studiekiezers komen zaterdag niet alleen kijken naar de inhoud van de opleiding. Ze willen vooral ervaren of ze zich thuis voelen bij ons en straks in de beroepsgroep. Daar houd ik rekening mee bij het uitnodigen van de studenten die voorlichting geven Het Mannennetwerk draagt daar zeker aan bij.’

Peter, Eva en Kornelis Jan. Foto: Kees Rutten

Nieuwe banners

‘We nemen een PowerPoint mee en een banner, van de HU gekregen, die we goed bewaren want we hebben weinig geld. Een paar verpleegkundigen die ons een warm hart toedragen doneerden iets, maar dat is het wel.’

Dit is het derde jaar dat Peter meedoet aan de open dag. Hij doet er nu drie per jaar, samen met twee anderen. ‘Ik woon lekker dichtbij, in Overvecht, dus deze hogeschool doe ik zelf. Landelijk zijn we met vier bestuurders en twintig vrijwilligers.’

Twijfel je als jongen of je wel binnen de opleiding past? Dan is het prettig als je daarover in gesprek kunt, ziet Kornelis Jan. ‘En over de meerwaarde die je als man in het beroep kunt hebben. De leden van het mannennetwerk zijn, net als Peter, ook vaak oud-studenten van ons en kunnen er goed over vertellen. Daarom hebben we hen gesponsord met nieuwe banners.’

30 procent man

Een op de drie verpleegkundigen moet man worden. Dat is de wens van de stichting. ‘We hebben ooit dat percentage lukraak bedacht, want de helft vonden we onrealistisch’, vertelt Peter. ‘Later bleek dat het een goede gok was: vanaf 30 procent heb je een groep die zichzelf in stand houdt en dus niet de neiging heeft minder te worden.’

Wat mannen anders maakt? Dat blijft een puzzel, voor hem. ‘Ligt het aan de maatschappij waardoor we ons anders ontwikkelen? Of is het de aard van het beestje? Feit blijft: we zijn anders. Hoewel, zelfs dát durf ik eigenlijk niet met zekerheid te zeggen.’

Het voordeel van de man

Het voordeel van meer jongens in de zorg is sowieso dat het tekort dan verder wordt opgevuld. Peter: ‘We hebben meer verpleegkundigen nodig, dus als dat mannen zijn is dat prima. Ik vind het ontzettend zonde dat als je veertig bent, en je hebt zin om maatschappelijk bij te dragen, dat je dan zou blijven hangen in een financiële wereld. Waar je je vervolgens tegen wil en dank staande moet houden.’

‘Mannen dragen bij aan het doorbreken van het ouderwetse stereotype dat zorg een “vrouwenberoep” zou zijn’, zegt Eva Povel, directeur van het Instituut voor Verpleegkundige Studies. Zij ziet ook dat de zorg kampt met enorme personeelstekorten die de komende jaren alleen maar verder zullen oplopen. ‘Elke uitbreiding van de talentpool — ongeacht gender — is cruciaal voor de toekomstbestendigheid van de zorgsector’, vindt ze.

Nee, Peter denkt ook niet dat mannen iets specifieks brengen door hoe ze biologisch in elkaar zitten. En toch: ‘Jongens krijgen in onze wereld nu eenmaal een ander rugzakje mee dan meisjes. Dat maakt dat een team automatisch diverser wordt als er niet alleen vrouwen in zitten. En het is bewezen dat het dan eerder geneigd is tot sociale innovatie en goede ideeën. Op dit moment zijn de teams in de zorg te eentonig wat dat betreft.’

Voetbal en schaamte

Zijn patiënten altijd enthousiast over een man aan hun bed? Soms wel. Peter: ‘Ik kom zelf uit een mannencultuur en heb een poos in de bouw gewerkt. Toen kwam ik te werken in een revalidatiecentrum waar op een dag Ajax speelde in de Champions League. Dat wilden de bewoners graag zien en ik deelde hun verlangen. Daarom verplaatste ik die dag net zo lang alle meubels tot iedereen lekker voetbal kon kijken.’

‘Ik wil met dit voorbeeld niet zeggen dat vrouwen zo’n extra stapje niet zouden zetten’, haast hij zich te zeggen. ‘Maar zij zouden het misschien eerder in een andere richting zetten. Ze zouden bijvoorbeeld alles op alles zetten om een zoon te helpen om zijn vader met een dwarslaesie onder ogen te durven komen.’

Een ander voorbeeld gaat over een meneer uit India die last had van zijn blaas. ‘Hij schaamde zich ervoor en ik was de eerste mannelijke verpleegkundige die hij in twee weken zag. Aan mij durfde hij het pas te vertellen, zodat ik zijn schaamstreek kon bekijken.’

Peter en Kornelis Jan. Foto: Kees Rutten

Even wennen

Het stereotype van mannen in de verpleegkunde? ‘Dat we gay zouden zijn, niet empathisch, alleen bereid tot de zware taken en ongeduldig’, somt Peter op. ‘”Ik wil niet dat jij mij helpt”, kreeg ik wel eens te horen, van vrouwen. Vooral in de thuiszorg. Ik weet niet of ze zich daar kwetsbaarder voelen dan in het ziekenhuis of zich juist vrij voelen zich uit te spreken. Maar ik vind het niet prettig, want ik wil op mijn competenties worden beoordeeld en niet op mijn gender.’

‘Ik moest in het begin even wennen, maar nu wil ik niet meer anders.’ Dat hoort Peter ook. ‘Mannen zeggen zelf dat ze meer humor hebben. Of de situatie soms net iets luchtiger nemen. Maar ik ken ook hele punctuele, serieuze mannen. Ik heb ze van diverse pluimage ontmoet.’

Eva blijft erbij dat ze kunnen vooral bijdragen aan andere manieren van probleemoplossing. ‘Hierbij gaat het uitdrukkelijk niet om “typisch mannelijke” eigenschappen maar om de waarde van diversiteit binnen een team.’

Natuurlijk is er werkdruk en is het verzuim in de zorg vreselijk hoog. Dat moeten ze oplossen, zegt Peter daarover. ‘Maar ik hou van mijn werk’, glundert hij. ‘Elke dag heb ik contact met mensen die ziek zijn, misschien doodgaan. Dan heb ik de kans om ze bij te staan. Onze gesprekken zijn vaak zó mooi dat ik denk: het is eigenlijk bizar dat deze baan bestaat.’

De opleiding heeft invloed

Het helpt als je voorbeelden hebt waar je tegenop kijkt, vindt Peter. ‘Daarom zijn mannelijke docenten in de opleiding ook zo van belang. Je moet ook wat jongens in de klas hebben. Zelf zat ik bij alleen maar meiden. Daar was ik niet door geïmponeerd, maar als je zestien bent, kan dat voor andere jongens net de druppel zijn om af te haken. Jongens vallen eerder uit, bleek ook uit onderzoek van Jos Kox.’

Jos Kox noemt in zijn SPRiNG-onderzoek naar uitval onder hbo-verpleegkundestudenten risicofactoren die de kans vergroten dat ze stoppen met hun studie of later met het beroep. Dat zijn fysieke belasting, mentale stress en negatieve stage-ervaringen, zoals onvoldoende begeleiding. Persoonlijke factoren, zoals beperkte weerbaarheid of gezondheidsproblemen, spelen ook een rol. Daarnaast valt op dat jongens eerder uitvallen dan meisjes, mede door motivatie, sociale steun en het feit dat de opleiding vaak vrouwelijk gedomineerd is.

Soms had Peter het moeilijk in de klas. ‘Dan hadden we reflectie-momenten en moest je emotionele kwetsbaarheid laten zien. Als ik niet ook huil, doe ik het niet goed, dacht ik dan. Ik zag toen vooral de oplossingen. Inmiddels kan ik dat, ook doordat ik dat heb geleerd in mijn vak. Ik heb geleerd te voelen wanneer situaties me raken.’

‘We plannen bewust jongens niet alleen’, reageert Kornelis Jan. ‘Maar altijd met z’n tweeën of drieën in een klas. Ze zijn belangrijk, zorgen voor een ander perspectief en brengen rust. Bovendien hebben ze andere interesses, zoals acute zorg of psychiatrie.’ Hij ziet tot zijn genoegen dat zijn studentpopulatie elk jaar steeds iets diverser wordt. ‘In gender, maar ook in culturele achtergronden.’

Moet dit echt?

‘Moet dat nou echt, werven voor een bepaalde doelgroep?’ Die vraag krijgt directeur Eva wel. ‘Waarom daar tijd insteken als het beroep even goed door een vrouw kan worden uitgeoefend? Want waar leg je dan de grens? Ga je ook specifiek andere doelgroepen aantrekken? Mijn antwoord is dan dat ik alle type wervingen voor minderheidsgroeperingen toejuich, om zo veel mogelijk drempels weg te nemen. Alles om diversiteit te bevorderen en de instroom in de opleiding en het beroep te maximaliseren.’

‘Onderschat sowieso het belang van verpleegkundigen niet’, waarschuwt Peter. ‘In de jaren tachtig gingen ze vaak meteen over tot het verzorgen van mensen met aids, terwijl anderen twijfelden vanwege onzekerheid en angst. Hetzelfde geldt voor de corona-jaren: terwijl de maatschappij zich allerlei dingen afvroeg, gingen zij meteen aan de slag. Ze zijn de steunpilaar van onze maatschappij.’

Mannen in het vak zijn ook briljant als medicijn tegen het giftige Andrew Tate-gedachtegoed, stelt hij ‘Mensen leven nu eenmaal niet van hun twintigste tot hun vijftigste. We worden negentig en krijgen hartfalen, kanker en nierinsufficiëntie. Dan hebben we zorg nodig. Dat is kwetsbaar, moeilijk en mooi tegelijk.’ En dus niet alleen een vrouwenzaak.