Een student die zich buitengesloten voelt tijdens een stage. Een medewerker die zich door een leidinggevende klein gemaakt voelt. Of iemand die twijfelt of wat er gebeurt eigenlijk wel “kan”. Bij de vertrouwenspersonen van de Hogeschool Utrecht komen zulke verhalen binnen en steeds vaker gaan die over discriminatie.
Uit het jaarverslag 2024-2025 van de vertrouwenspersonen, waar de Hogeschoolraad zich momenteel over buigt, blijkt een opvallende stijging van het aantal meldingen over discriminatie. Bij studenten groeide het aandeel meldingen van 8 procent in studiejaar 2021 naar 31 procent in 2025. Ook onder medewerkers is een stijging zichtbaar: van 4 naar 10 procent. De vertrouwenspersonen noemen die ontwikkeling ‘opmerkelijk’.
De zes vertrouwenspersonen van de HU zijn aanspreekpunt voor vrijwel alles wat raakt aan sociale veiligheid: van fraude en pesten tot seksuele intimidatie, ook wanneer iemand alleen nog maar een vermoeden heeft. Ze begeleiden zowel melders als beschuldigden.
In totaal ontvingen de vertrouwenspersonen afgelopen studiejaar 158 meldingen. Dat zijn er iets minder dan het jaar ervoor (177). Die daling is bij zowel studenten als medewerkers.

Respectloos en dreigend
Net als voorgaande jaren voert de categorie agressie en geweld de lijst aan. Dat gaat niet per se over knokpartijen: vaak gaat het om sociale of verbale intimidatie. Bij medewerkers had 69 procent van de meldingen daarop betrekking, bij studenten 39 procent.
Er is sprake van ‘respectloze, negatieve en dreigende taal; mondeling en in mails’, valt in het verslag te lezen over deze meldingen. Regelmatig draait dat om veranderingen in takenpakketten of spanningen op de werkvloer. Het verbaast dan ook niet dat de meeste meldingen gaan over de relatie tussen medewerker en leidinggevende: goed voor 66 procent van de gevallen.

Stijging discriminatie
Tussen die meldingen valt vooral de groei van discriminatiezaken op. Volgens de vertrouwenspersonen kan dat samenhangen met de toenemende aandacht voor diversiteit en inclusie binnen de HU. Door die aandacht zouden medewerkers en studenten eerder herkennen wanneer sprake is van discriminatie en het ook sneller benoemen.
De meeste discriminatiemeldingen spelen zich af in de relatie tussen student en docent. Maar ook stagediscriminatie duikt op. Meldingen gingen over culturele achtergrond, gender of geslacht, afkomst en chronische aandoeningen.

Daling seksuele intimidatie
Tegelijkertijd daalt het aantal meldingen over seksuele intimidatie al jaren. Bij medewerkers zakte het aandeel van 7 naar 3 procent, bij studenten van bijna 30 procent naar 16 procent. Dat klinkt positief, maar volgens de vertrouwenspersonen zegt het weinig over de daadwerkelijke sociale veiligheid binnen de HU.
Want wat zeggen 158 meldingen op een gemeenschap van ongeveer 40.000 studenten en 5.000 medewerkers? Niet veel, benadrukken de vertrouwenspersonen. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat de seksistische bangalijsten die in 2024 circuleerden niet tot extra meldingen leidden. Onderzoek laat zien dat seksuele intimidatie vaker voorkomt dan ze gemeld krijgen.
Ook in vergelijking met de HU-thermometer (een enquête waarmee HU de sociale veiligheid meet) blijft agressie en geweld opvallend hoog scoren ten opzichte van de andere categorieën. Helemaal waterdicht zijn zulke vergelijkingen niet, erkennen de vertrouwenspersonen, maar ze zien er in rode draad in.
Omgaan met macht
In hun aanbevelingen leggen ze de link met een bredere ontwikkeling binnen het hoger onderwijs. ‘Bezuinigingen in het hoger onderwijs vergroten de druk op hiërarchische verhoudingen,’ schrijven ze.
Volgens de vertrouwenspersonen ligt daar een belangrijke uitdaging voor de HU. Hoe zorg je ervoor dat machtsposities niet leiden tot onveilige situaties? Trainingen kunnen helpen, denken ze, maar uiteindelijk draait het om iets groters dan een workshop of protocol.
Net als vorig jaar pleiten de vertrouwenspersonen daarom voor een ‘open aanspreekcultuur’: een omgeving waarin sociale veiligheid geen apart project is, maar onderdeel van het dagelijks werk.


