Achtergrond

Zalen voor de massa

24 oktober 1997: Met twee hoorcollege- en drie tentamenzalen is het Educatorium het onderwijscentrum van De Uithof. Elke student is er wel eens geweest, al is het maar in de grote mensa. In dit jaar wordt het bejubelde en verguisde architectonische hoogstandje geopend. De zalen zijn hard nodig, maar er is ook angst dat de grote onderwijsruimten te laat komen.

‘Dus dit is een bijzonder gebouw? Welke architect zeg je? Rem Koolhaas? Nooit van gehoord.’ Een groepje eerstejaars economie-studenten haalt in de pauze van een hoorcollege de schouders op over het bijzondere ontwerp van het glazen gebouw aan de Leuvenlaan. ‘Maar ik vind het wel prettig om hier in het Educatorium college te volgen’, zegt Elize Hogendoorn. ‘Het zijn lekker grote en lichte zalen en de docent is goed te verstaan. Gewoon prima.’

Betere hoorcollege- en tentamenzalen. Dat verlangen is begin jaren negentig een belangrijke aanleiding voor de bouw van het Educatorium. De opleidingen psychologie en rechten groeien als kool en kunnen hun studenten slechts met moeite huisvesten. In onderzoeken onder studenten scoort de UU bovendien dramatisch op vragen naar de onderwijsfaciliteiten. ‘Het was vooral in de binnenstad een gemodder en gemeier’, herinnert hoofd vastgoedbeheer Ruut van Rossen zich. ‘In die tijd is meerdere malen overwogen de Janskerk doordeweeks te confisqueren. In De Uithof gebruikten we een prefab sporthal, De Pelikaan.’
Volgens Van Rossen gaat het om een vervelende erfenis uit het verleden. Waar andere universiteiten al lang over auditoria en congresfaciliteiten beschikken, blijft Utrecht achter. ‘Vanaf het begin was er de wens om hoorcollegezalen en een bibliotheek voor de hele universiteit te bouwen in De Uithof, maar de prioriteit lag bij grote gebouwen voor faculteiten’, zegt Van Rossen. ‘En in de jaren zeventig is het gewoon uit met de pret. Er is geen geld meer en nieuwe gebouwen moeten ‘de menselijke maat’ aanhouden: het bakstenen Langeveldgebouw komt er dan bijvoorbeeld.’

Buiten de behoefte aan onderwijsruimte, is volgens Van Rossen ook het stedenbouwkundige plan uit 1988 een belangrijke reden om te denken aan een -wat inmiddels met een Koolhasiaans neologisme- Educatorium is gaan heten. Dat plan dat De Uithof nieuwe allure moet geven, laat een gat zien tussen de Transitoria 1 en 2, de huidige Ruppert- en Van Unnikgebouwen. Van Rossen: ‘Er was behoefte aan een schakel tussen die twee gebouwen. Ook om daar een prettige onderwijssfeer te creëren.’
Desondanks is niet iedereen overtuigd van de noodzaak van de bouw van grote hoorcollegezalen. De verwachting is immers dat kleinschalig onderwijs de toekomst heeft. De vraag is dan ook of je met nieuwe gebouwen niet juist daar op in moet spelen. ‘Het uiteindelijke besluit het Educatorium te bouwen zou je anti-cyclisch kunnen noemen’, erkent Van Rossen.

Op 24 oktober 1997 opent het Educatorium officieel de deuren. Over de architectuur zijn de meningen zeer verdeeld, maar over de collegezalen zijn de meeste docenten en studenten zeer te spreken, zo blijkt uit een Ublad-verslag. Vooral de akoestiek en audiovisuele mogelijkheden worden geroemd. Strafrechtdocent Boek zegt in die tijd bewonderend: ‘Ik was stinkende armoedige zaaltjes gewend aan de Drift. En dan kom je hier…’
Maar er zijn ook docenten die dezelfde zalen verafschuwen. ‘Als de architect al een onderwijsfilosofie heeft gebruikt, dan is dat zeker niet de mijne’, foetert hoogleraar intellectueel eigendomsrecht Willem Grosheide. ‘Dit zijn gehoorzalen voor muzikale activiteiten, terwijl ik in mijn onderwijs graag de interactie met studenten zoek. Toen ik met mijn onderwijs naar De Uithof verhuisde vroeg ik me werkelijk af wat ik ermee opgeschoten was. Dan gaf ik liever mijn college drie keer in een kleinere zaal in de binnenstad.’
Met een loopmicrofoon probeert Grosheide tijdens zijn colleges de afstand met de studenten te verkleinen, terwijl hij in verschillende overleggen zijn klachten overbrengt. ‘Maar het gebouw stond er, en in bestuurlijke kringen was men tevreden.’

Wim Dirksen, als faculteitsdirecteur betrokken bij de voorbereidingen van de bouw, herinnert zich een voortdurende strijd tussen de begeleidingscommissie en de architect. De discussies die herhalen zich wanneer het gebouw er al staat. ‘Ik heb een aantal keer voorgesteld van de parterre op de eerste verdieping een studielandschap te maken met computerfaciliteiten voor studenten, maar daar wilde de architect niets van weten.’
Toch concludeert Dirksen dat het Educatorium ruimschoots voldoet aan de doelstellingen die de universiteit met het gebouw voor ogen heeft. En zeker met de zalen is hij blij. Daar doen ook de klachten over de hoge temperaturen in de zomer en over de hoge kosten van de schoonmaak waar hij als beheerder mee te maken had, niets aan af. ‘De bezettingsgraad is hoog en volgens mij vinden de meeste docenten alles in orde. Samen met het Ruppert, dat nota bene ooit als tijdelijk gebouw is neergezet, vormt het een mooie verzameling van grote en kleine ruimtes. Het Educatorium blijft een pronkstuk van de universiteit.’
Ook Ruut van Rossen concludeert met terugwerkende kracht dat de beslissing om het Educatorium te bouwen een juiste is geweest. ‘Het hoorcollege blijft nog wel even bestaan, de vraag naar congresruimte ook. Het Educatorium is alleen nooit zoals sommigen verwachtten het echte hart van De Uithof geworden.’

Educatorium

3 tentamenzalen
Alfa: 150
Bèta: 200
Gamma: 300
2 collegezalen
Megaron: 400
Theatron: 500
Gebruik Educatorium 2010-2011
Aantal bezoeken van studenten: 614879
Aantal tentamens: 1288
Aantal hoorcolleges: 1131
Aantal tentamenuren: 3231
Aantal college-uren: 2183

Bron: Huisvesting & Services Centrumgebied