Zes procent van de kinderen heeft TOS. Deze onderzoeker probeert ze te helpen, voor het te laat is

'Het zou mooi zijn als Willem-Alexander en Máxima nog een zoontje zouden krijgen met een dijk van een taalstoornis. Dan sta je meteen op de kaart.'

Foto: Rachel Kloek

Moeite met het leren van  je moedertaal. Dat hebben kinderen met TOS, een taalontwikkelingsstoornis.  Onderzoeker Rob Zwitserlood: ‘Iedereen weet wat autisme is of dyslexie. Terwijl er veel meer kinderen zijn met TOS, maar die zijn onzichtbaar. Het is geen lichamelijke stoornis en je kunt niets aan ze zien. In elke klas zitten er twee kinderen met TOS, het gaat om zes procent van het totaal.Hij werkt aan een betere behandeling voor ze met zijn onderzoek ZINnig.

Zwitserlood: ‘Als ze niet behandeld worden, zien we vaak dat jongeren met TOS zich terugtrekken in situaties waarbij ze niet hoeven te praten. Ze worden knecht van een fietsenmaker, gaan in de bouw of werken aan de kassa. We zien vaak dat ze moeite hebben met het opbouwen van vriendschappen of met liefdesrelaties.’

Straks’ wordt ‘tak

Normaal gesproken heeft een kind rond zijn vierde goed leren praten. Na één keer horen onthouden ze een nieuw woord al. Bij kinderen met TOS lukt dat niet. Zwitserlood: ‘Deze kinderen spreken het woord ‘straks’ bijvoorbeeld uit als ‘tak.’ ‘Klok’ wordt ‘kok.’ Of het ontbreekt ze aan diepere woordkennis. Om het woord ‘woestijn’ uit te leggen komen ze bijvoorbeeld niet verder dan ‘zand.’ Terwijl andere kinderen het kunnen uitleggen met woorden als droogte, regen, cactus en Afrika.’

Bijna allemaal hebben ze moeite met zinsbouw. Ze maken korte zinnen en vermijden bijzinnen die volgen na ‘want, ’hoewel’ of ‘maar.’ Ze vergissen zich in de volgorde en zeggen: ‘Vandaag ik met mijn beer speel.’ Ze gebruiken het verkeerde lidwoord (‘het’ kast) of laten het lidwoord weg.

Vanaf het zevende jaar worden de problemen ingewikkeld

De mijlpalen van taalontwikkeling bij kinderen van nul tot vier jaar zijn redelijk standaard. Logopedisten weten veel over die vroege taalontwikkeling. Kinderen gaan het woord ‘ik’ gebruiken of gaan van driewoordenzinnetjes naar vier- en vijfwoordzinnetjes. Wanneer een kind achterloopt, weet de beroepsgroep over het algemeen wat te doen. Vanaf een jaar of zeven worden de problemen ingewikkelder. ‘Je wil bijvoorbeeld een kind geen onderschikkingen leren gebruiken als het überhaupt nog geen gebruik maakt van nevenschikkingen,’ legt Zwitserlood uit.

De beste manier om de problemen te onderzoeken is door het kind te laten praten en pakweg veertig zinnetjes te verzamelen. Die moet je opnemen, uitschrijven en vervolgens de fouten in categorieën plaatsen. Dat heet een taalanalyse en daar moet de logopedist veel grammaticale kennis voor gebruiken. Maar de verzekeraar vergoedt alleen de behandelingen waar het kind bij aanwezig is. In praktijk zoeken logopedisten daarom hun heil in taaltests. Die zijn een stuk oppervlakkiger, maar ze worden vergoed.

Een webapplicatie als hulp voor de logopedist

De taalanalyse, die volgens Zwitserlood dus veel effectiever is dan de taaltest, verdwijnt zo naar de achtergrond. De beroepsvereniging is in gesprek met de zorgverzekeraars over deze manier van vergoeden, maar in de tussentijd wil ZINnig de logopedisten tegemoet komen en ontwerpen ze een webapplicatie om die taalanalyses gemakkelijker af te nemen.

De applicatie heet SponTaal. Hij neemt de logopedisten nog niet het uittikken van de tekst uit handen. Spraakherkenning werkt tot nu toe namelijk alleen bij duidelijk sprekende volwassenen. Niet bij kinderen dus, laat staan bij kinderen met een gestoorde spraak. Maar als de logopedist de uitgeschreven tekst van het kind invoert, helpt hij bij het scoren en het genereren van overzichten.

Zwitserlood: ‘Logopedisten hebben vaak weerstand tegen grammatica, een soort handelingsverlegenheid. We proberen ze zo te helpen. Als je het helemaal met de hand doet, kost taalanalyse vier uur. Met de applicatie halveer je die tijd. Uiteindelijk zouden we een apparaat willen maken dat opneemt, uitschrijft en analyseert. Maar eer je dat hebt, ben je tien jaar verder.’

SponTaal helpt ook bij opstellen van het behandelplan. Wat is het doel? Moet het kind een verhaal leren vertellen? Zijn gevoelens leren uitdrukken? Of is er een doel wat je zou willen uitstellen? Dan gaat bijvoorbeeld het doel ‘goede lidwoorden gebruiken’ op de plank voor over een jaar.  Ook heeft de applicatie een encyclopedische functie, om te voorkomen dat de logopedist iedere keer zijn boeken erop moet naslaan.

Spontaal is nog niet klaar. Er zitten haperingen in en de gebruiksvriendelijkheid laat nog te wensen over. Bij Sia Raak en Damsté Terpstra logopediefonds zijn extra subsidies aangevraagd. Daarna zal de software aan de man gebracht moeten worden. Een eenmalige aanschaf of een abonnement, daar zijn de partijen het nog niet over uit.

De aarde opruimen met buitenaardse wezentjes

En dan zit er nog een tweede component in het onderzoek: een serious game voor kinderen met TOS. Dat sluit aan bij het probleem dat sommige kinderen bijvoorbeeld ‘het auto’ blijven zeggen, ook al horen ze tien keer per week het woord ‘de auto’.   Zwitserlood: ’Kinderen met TOS blijken auditief niet goed te leren, maar bij hen is het visuele kanaal juist wel ontwikkeld. Het heeft dus geen zin om ze te vertellen dat een werkwoord op de tweede plaats in de zin komt. Je moet van dat woord een blokje maken, met een rode kleur.’

ZINnig vroeg aan de kinderen in hun onderzoek: waar moet hun serious game over gaan? Een ‘schone aarde,’ was hun antwoord. Daarom gaat het spel nu over buitenaardse wezens die willen helpen bij het opruimen van onze planeet, maar dan wel in ruil voor het leren van onze taal. Als het kind een goede zin bouwt, krijgt hij ufootjes die rommel weghalen. Hoe beter de grammatica,  hoe hoger zijn level en hoe meer beloning het kind verdient. De game bleek zo leuk dat een jongetje met een gebroken been alles op alles zette om toch naar zijn logopedist te kunnen. Tien logopedisten en twintig kinderen waren betrokken bij dit onderzoek.

Genomineerd voor een prijs

ZINnig is daarom genomineerd voor de Raak-award. Vinden de onderzoekers dat interessant? Zwitserlood: ‘De behandelingen en diagnostiek voor deze kinderen zouden probleemloos vergoed moeten worden. Als ze meer erkend werden als groep zou dat gemakkelijker gaan. Hoewel je ze ook niet wilt stigmatiseren. Toch betekent een label in de praktijk vaak hulp. Verlengde examentijd, medische hulp, een psycholoog et cetera.’

Het koningspaar met een vierde kindje

TOS is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis bij kinderen. Zwitserlood: ‘Ik ken helaas geen BN’ers met TOS. Volwassenen zullen er ook geen boek over schrijven, want dat is net iets wat ze niet kunnen. Het zou mooi zijn als Willem-Alexander en Máxima nog een zoontje zouden krijgen met een dijk van een taalstoornis. Dan sta je meteen op de kaart. Mocht dat niet gebeuren: dan is het ook mooi als mensen op ons onderzoek willen stemmen. 19 november is de winnaar bekend.

Ook interessant: Mond open! Waarom een mondzorgcoach voor peuters nodig is

Screenshot van de serious game
Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *