In een serie didactische lessen geeft trainer en adviseur Alard Joosten tips aan docenten in het hbo over lesgeven en begeleiden. Les 2: Zou het niet geweldig zijn als de studenten echt aan het werk gaan?
De aandacht van de docenten gaat meestal uit naar vorm en inhoud en niet naar het leerproces. Trouwens, ook studenten denken dat het in het hoger onderwijs gaat om het (eventueel) volgen van colleges en daarna het afleggen van tentamens. Wie echt leiding wil geven aan het leerproces van studenten doet dat in de eerste plaats door opdrachten centraal te stellen. Maar dan wel opdrachten die ertoe doen!
In menig werkcollege worden studenten geacht opdrachten uit te voeren zodat zij actief met de leerstof aan de slag gaan. Zo zijn er huiswerkopdrachten, invuloefeningen, puzzels, online quizzen en wat al niet meer. Alles wordt ingezet om studenten aan het werk te krijgen en te houden. Hoewel goedbedoeld, blijkt dat het merendeel van de studenten de opgegeven huiswerkopdrachten vaak niet maken en in het werkcollege staan ze ook niet echt te poppelen om aan de slag te gaan. Zijn de studenten van tegenwoordig nu zo passief, zo weinig gemotiveerd en niet bereid tot leren?
Zou het niet geweldig zijn als de studenten echt aan het werk gaan?
Laten we stoppen met allerlei opdrachten die soms voor een middelbare schoolleerling nog te simpel zijn. Het lijken overigens vaak meer bevelen dan opdrachten (lees X, beantwoord Y, Vul Z in). Reproductievragen, invuloefeningen, teksten bestuderen of nog beter doorbladeren, een samenvatting maken; dergelijke opdrachten bieden en geven studenten weinig ruimte voor zelfstandig leren en maken studenten niet verantwoordelijk. Het zijn vaak doodordinaire plak- en knipwerkjes.
Beste docenten, neem studenten serieus en bied ze opdrachten die ertoe doen! Het formuleren van dergelijke, actuele en leerzame opdrachten is overigens geen makkelijke opgave. Maar als studenten in jouw les hiermee hard aan de slag gaan, weet je dat jouw investering de moeite waard geweest is!
Leestip voor opdrachten:
De Bie, J. en J. de Kleijn. (2004). Wat gaan we doen? Het construeren en beoordelen van opdrachten. Houten: Bohn, Stafleu Van Loghum.



Lees over project based of experiential learning, loop eens binnen bij de minor co-design studio van FNT-collega Jens Gijbels, doe met je klas mee met de week van het nachtkastje, laat je inspireren door honoursonderwijs, gebruik trainerswerkvormen, loop eens door HUbl heen of last je studenten zelf de cursushandleiding maken :). Onderwijs wordt zoveel leuker als het leren (van ons allemaal) centraal staat :).
Er gebeurt al meer dan je denkt, Alard. En voor de mensen die graag meer willen weten: Significant Learning van Dee Fink en Constructive Alignment van John Biggs vormen een mooi evidence informed theoretisch kader.
Mooi te horen welke initiatieven er allemaal binnen de HU worden genomen om het leren centraal te stellen Suzanne. Dank je wel. Ik ken ze helaas zelf niet allemaal. Ben heel benieuwd naar de week van het nachtkastje (heb je een link?) en naar studenten zelf de cursushandleiding laten maken. Mijn pleidooi gaat vooral over: start bij het ontwerp van een cursus met het nadenken over of het construeren van een opdracht die ontleend is aan een beroepstaak in plaats van starten met het inhoudelijk vullen van colleges!
Dank voor jouw aanvullingen Patrick en ik ben blij te horen dat er meer gebeurt dan ik misschien wel weet. Tijdens mijn lesbezoeken bij docenten van verschillende hbo-instellingen kom ik echter, helaas, vaak verrassend weinig nieuws tegen. Ik zie veel cursussen waarbij de lesvorm en de inhoud leidend is. Ik vind dat opdrachten, ontleend aan de beroepspraktijk, centraal moeten staan.
@Alard, In het HBO zijn didactiek en werkvormen nooit écht onderdeel geweest van kwaliteitsbeleid. En nog steeds; een master of phd certificering is in sommige instellingen belangrijker dan gewaardeerd worden voor je didactische kwaliteiten. Bij de werving, selectie en het personeelsbeleid zie je er bar weinig van terug. Om me heen zie ik mensen verdwijnen zonder master (http://trajectum.hu.nl/weggestuurde_hu_docent_aan_de_slag_bij_hogeschool_rotterdam) maar zeer gewaardeerd door studenten. Het omgekeerde komt echter ook voor; iemand met een phd die slecht scoort bij studenten mag ook weg. Docenten liggen onder een vergrootglas, moeten wel voldoen aan allerlei criteria, maar krijgen daarin te vaak nauwelijks “scharrelruimte” (http://zorgethiek.nu/wp-content/uploads/schoolbestuur_8_interview_van_heijst.pdf) In sommige instellingen zie je dat de professionele ruimte van docenten nog ingericht moet worden. Het zou zomaar kunnen dat wat jij constateert een gevolg is van deze besturingscultuur: ” ‘Leraren nemen dag in, dag uit ingewikkelde beslissingen die op gespannen voet kunnen staan met hun aspiraties en er soms mee in strijd zijn, met name wanneer zij zich gedwongen voelen om zich aan te passen aan wat ze vaak als onnodige inmenging in of arbitraire beslissingen over hun werk zien. Vaak ontbreekt het daarbij aan tijd en aan mogelijkheden voor een professionele dialoog met hun collega’s. Literatuur over het leraarschap bevestigt dat onderwijzen een complexe en ambigue activiteit is (Helsby, 1999), emotioneel geladen (Hargreaves, 1998), sterk afhankelijk van contextuele factoren en met een voortgaande discussie over doelen en bedoeling. Dat maakt eens te meer duidelijk dat de praktisch-evaluatieve dimensie een centrale rol speelt in het realiseren van handelingsvermogen, met een krachtige en niet altijd positieve invloed op de oordeels- en besluitvorming, waarbij zowel mogelijkheden worden gecreëerd als ingeperkt. We zien dat bijvoorbeeld rondom de thematiek van de werkdruk, waar van leraren steeds meer gevraagd wordt, terwijl de middelen vaak beperkt zijn (zie bijvoorbeeld Reeves, 2008). De nadruk op opbrengsten en op verhoging van de onderwijskwaliteit is daarbij ook een belangrijke factor, vooral wanneer deze ‘gepaard gaat met niet-aflatende evaluatie, zelfevaluatie en inspectie, waardoor het handelingsvermogen van leraren vaak eerder wordt ingeperkt dan dat het wordt ondersteund en vergroot (zie Helsby, 1999; Biesta, 2004; Perryman, 2012).’
(René Kneyber, Jelmer Evers. ‘Het Alternatief II: De ladder naar autonomie.’)
Alard,
kom maar eens kijken op vrijdag bij de minor Project van je Leven (doe je dan ’s ochtends) en de minor Leiderschap voor Bestuurlijk Actieve Studenten (’s middags) – kan je zien hoe we hier de ambities van studenten centraal zetten in het onderwijs en hoe hard de meeste studenten daarvan gaan lopen.
Ga op de FE eens een kijken nemen in de digitale leeromgevingen, of bij StudentsInc. zien wat er op het gebied van ondernemerschap gebeurd. Een kijkje in de keuken bij de diverse genomineerde docenten van het jaar uit de afgelopen zeven jaar kan natuurlijk ook. Die zitten verspreid over alle faculteiten. Een programma als CampusDoc op de FCJ is ook zo’n pareltje.
Tip: zet de volgende column eens praktijkvoorbeelden in van waar in de HU bijzondere dingen gebeuren, dat geeft mensen misschien ideeën waar ze in de keuken van hun collega’s kunnen kijken. Het is nu een beetje een obligaat verhaal – ik hoop dat je de diepgang gaat zoeken en concrete voorbeelden uit de praktijk gaat benoemen, zowel waar het wel en niet goed gaat … . Ik deel je constatering dat er veel zaken veel beter kunnen, maar ik lees nu te weinig lessen waar ik en mijn collega’s ons voordeel mee kan doen! Ik had meer verwacht onder de titel van deze column. Op deze wijze ga je de mogelijk benodigde onderwijsrevolutie niet gestalte geven en loop je een beetje achter de muziek van de koplopers binnen de instelling aan!
@Joost en Alard, ik vrees dat je dat niet redt in één column; het aantal good practices blijkt -vooral voor mensen met afstand tot de werkvloer- groter dan gedacht. Onderzoek naar- en inventarisatie van de redenen waarom veel intrinsiek gemotiveerde pogingen om onderwijs te verbeteren mislukken, lijkt me interessanter. En welke invloed heeft die extrinsieke belemmering op die intrinsieke docentmotivatie? Waarom worden prima initiatieven van docententeams zonder argumenten van tafel geveegd? Hoe kan het dat het aantal docenttaken steeds toeneemt, maar het aantal docenten gelijk blijft of zelfs vermindert? Maar ook: Wat vinden studenten het beste onderwijs?
Beste Patrick,
Deels komt hier momenteel verandering in door de ‘verplichte’ trajecten rondom de basiskwalificatie examinering en de basiskwalificatie onderwijs. Aan de andere kant zie ik bij veel opleidingen dat de professionalisering in zijn kinderschoenen staat en blijft staan. Van een structurele aanpak en borging is geen sprake. Om nog maar te zwijgen over het feit of docenten daarin worden betrokken en zij zich zelf eigenaar voelen van hun professionalisering op individueel niveau maar ook op teamniveau. Ik ben daarom voor het professionaliseren van de professionalisering van docenten(teams)!
Mooie voorbeelden Joost en fijn dat je die noemt. Gelukkig dat er goede praktijken zijn waar het leren van studenten centraal staat binnen de HU! Sommige voorbeelden ken ik, andere niet.
Ik onthoud mij van enig oordeel over concrete praktijkvoorbeelden binnen instellingen. Ik vind het beter om in algemene, maar wel concrete termen te schrijven over hoe je als docent jouw onderwijs kan verbeteren. En jouw advies neem ik zeker ter harte. Mijn streven is beter hoger onderwijs en dat ligt voor een groot deel in de handen van ons als docenten!
Dag Patrick,
Hardgrondig eens met jouw laatste vraag! Alhoewel ik vind dat er meer is dan alleen het studentenoordeel. Kijk eens terug naar jouw eigen schoolcarrière en onderzoek wat jij toen waardevol onderwijs vond.
Een hele andere manier is om je af te vragen of jij van jezelf les zou willen hebben als student?
Interessante discussie Alard, je maakt overigens een normatieve sprong. (Richard de Brabander 2014) Alsof het waar is dat wat ik goed vond, iedereen goed moet vinden. Alsof mijn studenten altijd gediend zijn met opleggen van wat ik goed vind. Soms ja, maar minstens even vaak niet.
Waardevol is een uiterst persoonlijke kwalificatie. Ik pas me liever aan en differentieer naar individuele studenten, ook als dat niet is wat ik zelf vroeger het prettigst vond.
Overigens is het jammer en illustratief dat deze ontzettend boeiende en waardevolle discussie niet breed én in volle kritische diepgang gevoerd mag worden met mijn collega’s in het docententeam. Zo gauw er enig professioneel debat ontstaat over zoiets als professionele ruimte, grijpt de directie in en wordt er gedreigd met rechtspositionele gevolgen. Dat zie ik als uiterst fnuikend.
Allard,
fantastisch dat je blog zoveel heeft losgemaakt en zo veel reacties oplevert (wel van docenten die het meestal toch al goed doen).
Ik ben het hardgrondig eens met Patrick Ubachs, dat didactiek in het hbo zo onderbelicht blijft.
Ik ben benieuwd naar die inspirerende praktijkvoorbeelden.
Ja Henk dat is zeker leuk. De discussie over didactiek zou wat mij betreft juist de boventoon moeten voeren binnen het hbo en niet alleen daar. In het klaslokaal gebeurt het wat mij betreft en dan in het contact tussen docent(en) en student(en). In ieder geval zijn er al wat mooie, inspirerende voorbeelden langsgekomen.
Nou, hier dan nog een bijdrage van een student. Let op, wat volgt kan kritisch zijn.
De meeste lessen die ik als student volg, dragen niet veel bij aan de stof en eindtermen van de cursus. Hoe vaak mijn medestudenten en ik niet zeggen, na afloop van de ‘les’: dit had ik ook online kunnen doen. Zonde van mijn tijd. Geen wonder; docenten geven aan geen tijd te hebben om feedback te geven op opdrachten in de les: dat moeten we zelf maar uitzoeken. Onderling. Les over onderzoek doen? Zoek het zelf maar uit. Maar er wel op beoordeeld worden.
Jammer, want de docenten zijn universitair geschoold. En dat is slechts 1 voorbeeld. Dan, over HUbl. Zelden zo’n misbaksel van een online leeromgeving gezien. Docenten weten zelf niet eens hoe het werkt. Studenten zoeken uren waar wat staat. Weer zo’n goedbedoeld speeltje dat erdoor is geramd. Misschien toch maar gaan studeren bij Avans of in Wageningen of bij de UU. Die weten wel hoge beoordelingen te scoren.