Op dinsdag 12 mei worden het aantal dakloze mensen in de provincie Utrecht geteld. HU-onderzoeker Gercoline van Beek vertelt waarom de dakloze van tegenwoordig er vaak best gezond uitziet. En of je hem beter wel of niet geld kunt geven.
Hij zit er pas een paar weken. Op hetzelfde stoepje. Zelfde mooie jas. Zelfde plastic tas naast zich. Bekertje om de muntjes op te vangen. Maar er is iets dat mensen opvalt: deze nieuwe dakloze ziet er gezond uit. En dus beginnen de gefluisterde, snelle conclusies:
‘Zo slecht zal hij het wel niet hebben.’
‘Misschien is hij helemaal niet echt dakloos.’
‘Deze luie donder moet gewoon gaan werken voor z’n centen.’
Geen magere, vieze man
Dakloosheid heeft geen standaardgezicht, weet onderzoeker Gercoline van Beek, onderzoeker binnen het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht. ‘Iemand kan gisteren nog een baan hebben gehad. Vorige maand nog in een appartement hebben gewoond. Tot een scheiding, ontslag, burn-out of oplopende schulden ervoor zorgden dat de bodem ineens onder zijn bestaan verdween.’
‘En mooie kleren betekenen niet dat je een veilige plek hebt om te slapen’, weet Van Beek. ‘Niet dat je je kunt douchen. Dat je weet waar je morgen terechtkunt. Niet dat je geen honger hebt naar rust, stabiliteit en menselijke waardigheid.’
De cijfers
In 2025 telde Utrecht ongeveer drieduizend dakloze mensen. Een derde van hen was onder 28 jaar, 61 procent was man, 45 procent heeft de Nederlandse nationaliteit, 9 procent van een ander EU-land, 17 procent kwam van buiten de EU. Bijna 40 procent was langer dan een jaar dakloos. Dit komt uit de ETHOS-telling, een initiatief van Hogeschool Utrecht en het Kansfonds.
Je lichaam vermagert niet in een week. Sterker nog: stress, slecht slapen en goedkoop eten zorgen er vaak juist voor dat mensen aankomen. Broodjes, fastfood en calorierijke producten zijn vaak goedkoper en makkelijker verkrijgbaar dan gezonde maaltijden.
De gemeente kan niet alles
Als je op straat dreigt te belanden, kun je toch heus hulp krijgen van de gemeente? In principe wel, ja. Dakloze mensen in Utrecht kunnen terecht bij Stadsteam BackUp. Maar als je ‘niet zielig genoeg bent’ heb je daar niets te zoeken.
Van Beek: ‘Als je geen hulp- of zorgvraag hebt, heeft de gemeente weinig te bieden. Als je ziek of drugsverslaafd bent, een verblijfsvergunning nodig hebt of psychische problemen hebt, kun je hulp krijgen. In het andere geval moet je jezelf zien te redden, door je netwerk te raadplegen.’

Iedereen heeft toch een netwerk?
‘Als ik dakloos werd, zou ik zeker weten wel bij vijf mensen terecht kunnen,’ hoort Van Beek vaak. ‘En dat geldt zeker in het begin. Op straat leven is, vooral voor vrouwen en kinderen, de ultieme onveiligheid.’
‘Daklozen’ of ‘dakloze mensen’?
Van Beek spreekt altijd van ‘dakloze mensen’ om te benadrukken dat dakloosheid niet hun identiteit definieert. Ze wil op die manier bijdragen aan, wat ze noemt, ‘mens-centraal-stellend’ taalgebruik. Het Kansfonds waarmee ze samenwerkt aan haar onderzoek verzet zich ook tegen het stereotype beeld, door op hun site gratis foto’s beschikbaar te stellen van dakloze mensen.
Maar wat doet een goede gast? Die wast zijn eigen bordje af, rookt niet, toon interesse in zijn gastheer en voelt aan wanneer hij beter even op zijn kamer kan blijven. En hoe fijngevoelig, geestig en behulpzaam ben je nog als je strak staat van de stress?
Van Beek: ‘Als je al maandenlang hebt gevochten tegen het verliezen van je baan, je huis, relatie of kinderen? En je kunt niet maandenlang in het huis van je naasten blijven bivakkeren. Daarom belanden zelfs de mensen met een goed netwerk uiteindelijk vaak op straat.’

Bedelaars vervuilen het straatbeeld
Vrouwen en kinderen zie je niet veel op straat zitten. Het zijn veelal mannen, die al dan niet met een kartonnen bordje ‘I’m hungry’ op een stukje karton in de buurt van het station zitten. En daarmee het straatbeeld in de ogen van sommigen ‘vervuilen’. Die mensen willen dat bedelen niet stimuleren door geld in hun bekertje te stoppen, hoort van Beek dikwijls. En ook hoort ze: ‘Ze zien er behoorlijk weldoorvoed uit…’
Van Beek: ‘Ik moet hierin voorzichtig zijn, maar het is een feit dat ongezonde snacks vaak nog steeds goedkoper zijn dan gezond voedsel. Los daarvan: eten is vaak niet het grootste probleem voor deze mensen. Ik zou iedereen willen aanraden om ze te vragen wat ze nodig hebben.’

Geld geven?
Van Beek begrijpt ook dat niet iedereen zit te wachten op een gesprekje met een vreemde. En je hebt ook niet altijd muntjes bij je. Van Beek zelf trouwens wél. ‘Ik heb altijd contant geld in mijn tas, om te kunnen geven.’
Van Beek is dus voorstander van het geven van geld. ‘Ja, je kunt natuurlijk ook eten geven, om er zeker van te zijn dat ze het niet uitgeven aan drugs. Maar misschien hebben ze geen honger en hebben ze cash nodig voor onderdak, een tramkaartje of beltegoed. Bovendien geef je ze autonomie door geld te geven. Dan kunnen ze zelf bepalen waar ze het aan uitgeven.’
Gelukszoekers
‘Man, ga toch werken’, horen dakloze mensen vaak. Je kunt toch altijd wel iets doen? Krantenwijk, schoonmaken, viool spelen desnoods? De term ‘gelukszoeker’ valt regelmatig, tot ergernis van Van Beek. ‘Ga er maar van uit dat niemand voor z’n “geluk” de hele dag op een kartonnetje gaat zitten. Niemand slaapt voor z’n lol op straat.’
En als je dan geen geld wil geven, kijk iemand dan gewoon even aan, drukt Van Beek ons op het hart. ‘Je wil niet weten hoe je zelfbeeld dag bij dag afbrokkelt als je daar zit en je wordt door iedereen die langsloopt straal genegeerd. Je hoeft niet eens te glimlachen, maar wees humaan en schenk een dakloze tenminste nog je blik.’
Dr. Gercoline van Beek is senior onderzoeker en projectleider binnen de lectoraten Werken in Justitieel Kader, Schulden en Incasso, en Wonen en Welzijn van het Kenniscentrum Sociale Innovatie en hogeschooldocent binnen de Master Forensisch Sociale Professional (Instituut voor Recht).


