Op donderdagmiddag 21 mei verzamelt een groep medewerkers en studenten zich op het Educatieplein van Padualaan 97. Geen les of vergadering, maar een gesprek over verschillen, ongemak en verbinding. Stagiair Wessel neemt een kijkje – en doet toch maar mee…
Nieuwsgierig loop ik rond kwart voor één richting het Educatieplein op Padualaan 97. Bij aankomst ontvangt Radha Gangaram Panday, een van de begeleiders op deze middag, me hartelijk. ‘Wat goed dat je er bent! Je doet zo wel mee hè?’ vraagt ze enthousiast.
‘Jazeker,’ antwoord ik, enigszins verbaasd over mijn eigen reactie. Eigenlijk wilde ik alleen observeren, maar hoeveel kwaad kan het om gezellig aan te schuiven?
Waarom mensen hiernaartoe komen
Het programma begint pas om één uur, dus ik heb nog een kwartiertje de tijd om wat mensen aan te spreken. Bij de ingang van het Educatieplein staat een bar met hapjes, fruit en flesjes water. Verderop een stuk of negen tafels, elk met drie stoelen. Op iedere tafel liggen omgedraaide kaartjes en drie ballonnen. In totaal zijn er zo’n 25 aanwezigen, van wie ongeveer acht studenten.
Ik vraag een vrouw die alleen aan een tafel zit, waarom ze naar de bijeenkomst is gekomen. Daarover hoeft ze niet lang na te denken. ‘Een paar weken geleden zag ik de uitnodiging langskomen. Verbinding vind ik erg belangrijk en ik wil daar ook graag meer over leren,’ vertelt Ruby, docent bij Leraar/Tolk NGT. Het is haar eerste keer bij een bijeenkomst als deze. ‘Maar als het vanmiddag bevalt, kom ik zeker nog eens terug.’
Terug bij de bar raak ik aan de praat met Hans Bastiaan, docent bij HBO-ICT. Een week eerder had hij nog een akkefietje met studenten over dit soort onderwerpen, vertelt hij. Al te veel wil hij er niet over kwijt, vanwege de privacy van de studenten. Maar medeorganisator Emre Çiçek was daar ook bij. ‘Toen wees hij me op deze bijeenkomst en ik dacht: waarom ook niet?’
‘Ik vind het interessant om te horen hoe andere mensen in dit soort onderwerpen staan.’ Hij hoopt dat de middag hem helpt om studenten beter te begeleiden. ‘Zeker met de spanningen en conflicten die soms spelen, wil ik leren hoe ik daar beter mee om kan gaan in de klas.’
Start van de bijeenkomst
Om één uur schuif ik aan bij een tafel waar al twee medewerkers zitten. Later komt er nog een student bij zitten. Nog voordat ik goed en wel zit, voel ik een tikje op mijn schouder, draai ik me om en zie de woordvoerder van de HU. ‘Hou je er rekening mee dat de gesprekken hier vertrouwelijk zijn,’ zegt ze. ‘Het is belangrijk dat dit een veilige omgeving blijft. Als de inhoud van gesprekken later terug te lezen is, kan dat mensen terughoudend maken om een volgende keer opnieuw aan te sluiten.’
Dat beloof ik, en ik stel me snel voor aan de andere mensen aan mijn tafeltje. Daarna luisteren we naar de opening door Ronald Boer, directeur van het Instituut voor Social Work, en collegevoorzitter Wilma Scholte op Reimer. Daarna volgt medeorganisator Mees Kok, met een lange maar interessante presentatie over zijn onderzoek naar diversiteit en inclusie op de werkvloer.
En dan: ‘Jullie zien allemaal een ballon op tafel liggen’, zegt Radha Gangaram Panday. ‘Blaas die eens op.’ Zodra iedereen klaar is, volgt de volgende opdracht: ‘Leg de ballon nu op je stoel en ga erop zitten, maar laat hem niet knappen.’
Even blijft het stil, maar al snel vullen geroezemoes en nerveus gelach de zaal. Ook ik ga voorzichtig op mijn ballon zitten, niet echt ontspannen. Precies dat is volgens Gangaram Panday de bedoeling. ‘Iedereen ervaart nu een bepaalde mate van ongemak,’ vertelt ze. ‘Voor sommige mensen is dat gevoel dagelijks aanwezig, bijvoorbeeld omdat ze zich buitengesloten voelen of met discriminatie te maken krijgen.’
De dialoog
Na de introducties begint waar de middag uiteindelijk om draait: de dialoog. Aan iedere tafel worden drie rollen verdeeld. Eén persoon deelt een persoonlijke ervaring, een ander stelt vragen om dieper op het verhaal in te gaan en de derde observeert vooral en vertelt achteraf welke gevoelens het verhaal bij hem of haar opriep. De ervaringen moesten gaan over situaties waarin verbinding, diversiteit of inclusie een rol speelden.
Ik merk al snel dat dit vrij moeilijk is. Hoewel kaartjes op tafel liggen met voorbeelden en onderwerpen als steuntje in de rug, moedigt de organisator ons aan om uit eigen ervaringen te putten. Dat blijkt voor meerdere mensen lastig. Ook aan onze tafel komt het gesprek moeizaam op gang. Niemand lijkt als eerste iets persoonlijks te willen delen. Maar zodra het ijs eenmaal breekt, ontstaan toch open gesprekken over ervaringen die zichtbaar indruk maken op de anderen aan tafel.
De gesprekken vind ik verrassend waardevol, merk ik. Met wildvreemden praten over persoonlijke en zware onderwerpen zorgt voor een bijzondere sfeer, al voelt het voor mij soms eerder als een groepssessie bij een psycholoog dan als een dialoogbijeenkomst.
Wat vinden studenten ervan
Op weg naar de uitgang spreek ik nog drie studenten van Gezondheidszorg & Welzijn: Mulki, Houria en Pritika. Waarom ze naar de bijeenkomst zijn gekomen? Daar hoeven ze niet lang over na te denken. ‘Radha,’ antwoorden ze lachend. ‘Onze docent had ons gevraagd om te komen, maar we vinden het onderwerp ook interessant.’
Volgens Houria voldeed de middag aan haar verwachtingen. ‘Het was erg nuttig om op deze manier over zulke onderwerpen te praten.’ Ook Mulki ziet de waarde ervan. ‘Ik vind het belangrijk dat we dit soort gesprekken met elkaar kunnen voeren. Dat de HU hier speciaal ruimte voor maakt, vind ik heel goed.’
En wat ze van de middag meenemen? Pritika hoeft daar niet lang over na te denken: ‘Dat je soms eerst beter kunt luisteren en doorvragen, voordat je meteen je oordeel klaar hebt.’


