Nederland heeft meer tandartsen nodig, stond in een eerder advies aan de overheid. Toch ziet het kabinet geen mogelijkheid om extra studenten op te leiden. Wél is er plaats voor meer studenten Mondzorgkunde. En daar zijn ze bij Hogeschool Utrecht opgetogen over.
De vraag naar zorg in Nederland neemt de komende jaren toe, onder meer door de vergrijzing en de bevolkingsgroei. Daarom moeten de zorgopleidingen meer mensen gaan opleiden, adviseerde het zogeheten Capaciteitsorgaan eerder dit jaar.
Er zouden bijvoorbeeld bijna honderd extra eerstejaars tandheelkunde moeten komen. Maar dat gaat voorlopig niet gebeuren. ‘Op dit moment zie ik geen mogelijkheden om het aantal opleidingsplaatsen uit te breiden’, schrijft Onderwijsminister Rianne Letschert. ‘Een uitbreiding van deze opleiding is zeer kostbaar.’ Het zou neerkomen op zo’n 30 miljoen euro.
Mondzorgkunde aan de HU
Er is wel geld voor 28 extra plaatsen voor de (minder dure) hbo-opleiding Mondzorgkunde, staat in de brief. Afgestudeerden kunnen bepaalde taken van tandartsen overnemen. Van die 28 extra plaatsen komen er 8 bij de HU terecht.
‘Daar zijn we heel blij mee’, reageert Deborah de Jong-Soeteman, teamleider bij de opleiding Mondzorgkunde aan de HU én voorzitter van het Landelijk Overleg Mondzorgkunde (LOM). ‘We zijn vooral heel gelukkig met het feit dat de minister het belang inziet van preventieve mondzorg. Wel vinden we het heel jammer voor onze collega’s, de tandartsen.’

De Jong-Soeteman: ‘Onze studenten beoordelen straks de tanden van patiënten, geven advies over hoe je die zo gezond mogelijk kunt houden, door twee keer per dag goed te poetsen en eens per dag tussen je tanden schoon te maken met een stoker of een rager. De mondhygiënist geeft maatwerk en daar is de tandarts te duur voor.’
De mondhygienist voert taken uit waar de tandarts te duur voor is. De Jong-Soeteman: ‘Denk daarbij aan polijsten, tandsteen weghalen en het boren en vullen van kleine gaatjes. Dat zijn vooral gemakkelijke, nieuwe gaatjes, en zeker niet de gaatjes die verschijnen onder de vulling.’
Die 28 nieuwe plaatsen hebben de vier opleidingen in Nederland onderling verdeeld. De HU heeft een numerus fixus. De Jong-Soeteman: ‘We nemen 102 studenten per jaar aan en weigeren er daarmee velen, want doorgaans hebben we rond de zevenhonderd aanmeldingen. InHolland heeft er 114 en Groningen en Nijmegen zijn een stukje kleiner.’
Het vak is aantrekkelijk voor scholieren. De Jong-Soeteman: ‘Dat komt doordat het een mooie combinatie is van met je handen werken en met je hersenen, op hbo-niveau. De baankansen zijn goed en het startsalaris hoog. Ze beginnen vaak als zzp’er. Er is geen cao voor mondhygiënisten in loondienst, dus zelfstandig blijven is aantrekkelijk. Hoewel ik studenten ook aanraad om in loondienst te gaan, want dan word je soms beter begeleid.’
Waarom breidt de HU niet wat uit? De Jong-Soeteman: ‘Daarvoor hebben we wel de capaciteit nodig om op te leiden. We kunnen vooral onze opleidingsklinieken niet uitbreiden zonder een enorme verbouwing.’
Geneeskunde
Het tandartsentekort is al langere tijd een probleem in Nederland, vooral buiten de grote steden. Enkele jaren geleden stelde de regering voor om de studie een jaar in te korten, waardoor er voor hetzelfde geld meer studenten konden worden opgeleid. Het plan riep hevige weerstand op en ging uiteindelijk toch niet door.
Bij geneeskunde zijn volgens het Capaciteitsorgaan de komende jaren maar liefst 346 extra studenten nodig (nu zijn er bijna drieduizend eerstejaars). Deze forse stijging zou onder meer nodig zijn vanwege demografische ontwikkelingen en ook omdat veel artsen de komende jaren met pensioen gaan.
Maar de stijging is vooral zo groot doordat het Capaciteitsorgaan voor het eerst de behoefte aan ‘artsen niet in opleiding’ (anios) meetelt. Dat zijn basisartsen die (nog) niet opgaan voor een medische vervolgopleiding, maar die wel op allerlei plekken in de gezondheidszorg werkzaam zijn.
De minister is echter terughoudend. Ze gaat ‘een behoedzame stap’ zetten: er komt structureel 18,6 miljoen bij om het schrappen van 66 extra opleidingsplaatsen terug te draaien. De kosten daarvan moeten grotendeels binnen de begroting van OCW worden opgevangen.


