Achtergrond

Juiste koers?

Wat zijn de ambities van de HU? Volgt de hogeschool de juiste koers? Lopen we voorop in hbo-land of juist achter? Over die vragen bogen medewerkers en studenten zich donderdagmiddag 15 oktober tijdens een bijeenkomst van Studium Generale. Aanleiding is de strategienota Kwaliteit als opdracht van de hogescholenkoepel HBO-raad. Op deze pagina’s alvast een voorzet van vijf actuele topics en een interview met Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad.

Met de nota Kwaliteit als opdracht wijst de HBO-raad de hogescholen de weg naar de nabije toekomst. De hogescholenkoepel hamert op verbetering van de kwaliteit op alle fronten.

‘Hogescholen moeten op alle gebieden aan de slag met het onderwerp kwaliteit: bij de bachelors, het onderzoek, de logistieke processen en de docenten. Kwaliteit is het sleutelwoord van de ontwikkeling van het hbo’, zegt Doekle Terpstra, voorzitter van de hogescholenkoepel HBO-raad. Eind augustus presenteerde hij de strategieagenda aan minister Plasterk en FNV-voorzitter Jongerius.

Het document is zeker geen blauwdruk die de hogescholen verplicht in de eigen organisaties moeten invoeren. De instellingen kunnen er naar eigen believen elementen uit halen en toepassen, legt Terpstra uit. Zo is een standaard opgesteld voor de bacheloropleidingen. Die bevat de thema’s: theoretische kennis, onderzoek, professioneel vakmanschap en maatschappelijke oriëntatie. Terpstra: ‘Deze elementen moeten in alle opleidingen een plek hebben. De instellingen zelf moeten dit oppakken op een manier die past bij de eigen dynamiek. Utrecht zal dat anders vormgeving dan Rotterdam of de Hanzehogeschool.’

Aan de andere kant is Kwaliteit als opdracht zeker niet vrijblijvend. ‘Verbetering van de kwaliteit is absoluut een opdracht’, stelt de voorzitter. ‘Zo’n titel maakt je kwetsbaar. Je zou er uit af kunnen leiden dat het kennelijk nog niet goed genoeg is. We roepen niet van de daken dat het allemaal fantastisch gaat, maar geven aan dat het op een aantal plekken goed gaat en op andere plekken niet. Het kan overal beter. Daarmee geven wij aan dat we onze stinkende best doen om in alle opzichten kwalitatief aan de maat te zijn.’

De hogescholen zien zich voor een ‘trilemma’ gesteld, zo staat in het document. De minister wil dat het hbo de opleidingen verbetert en het studierendement opkrikt terwijl het niveau van de instromende studenten te wensen overlaat. Dat laatste komt vooral doordat steeds meer mbo’ers de weg naar de hogescholen weten te vinden. ‘Daar ligt een probleem’, weet Terpstra. ‘Het mbo moet scholieren beter voorbereiden op een hbo-studie. Want de cultuur op de hogeschool is anders dan bij het middelbaar beroepsonderwijs. Het lijkt alsof je van de aarde naar de maan gaat.

Maar het is te makkelijk om met een beschuldigende vinger naar de toeleverende scholen te wijzen. We moeten niet met de rug naar elkaar toe gaan staan maar elkaar opzoeken en over de hele linie oplossingen zoeken.’ Hij wijst op pogingen van het ministerie om verbeteringen door te voeren in het taal- en rekenonderwijs.

In de nota doet de HBO-raad ook een aantal voorstellen om de aansluiting te verbeteren, zoals de invoering van een intakegesprek met beginnende studenten. ‘Dan maak je de student er bewust van wat de opleiding precies inhoudt en weet hij waar hij aan begint. Uit dat gesprek kan een advies voortvloeien. Daar zit inderdaad een behoorlijke mate van vrijblijvendheid in. Als een student tegen het advies in toch aan een opleiding wil beginnen, kan de hogeschool dat niet tegenhouden. We mogen en willen geen selectie aan de poort maar willen de hogescholen maximaal toegankelijk houden voor nieuwe studenten.’

Een andere suggestie is om het stelsel van studieadviezen uit te breiden. In aanvulling op het bindend studieadvies na het eerste jaar, zou de student halverwege de propedeuse een informeel studieadvies moeten krijgen. Terpstra: ‘In een individueel gesprek kun je vragen of de student op de goede plek zit en of het verstandig is om door te gaan. Dat bestaat bij sommige hogescholen al wel, maar de HBO-raad stelt voor om dit systematisch in te voeren.’

Een bindend studieadvies na een half jaar, inclusief de mogelijkheid studenten weg te sturen, gaat hem te ver. ‘Daar hebben we het wel over gehad’, zegt hij, ‘maar dat komt te vroeg in het jaar. Studenten moeten wennen aan een studie in het hbo. Ze hebben de eerste maanden een complete cultuurshock te verwerken. Met een bindend advies na een half jaar ga je grote brokken maken.’

Er is ook een stroming die zegt dat een bindend studieadvies overbodig is omdat studenten zelfstandig genoeg zijn om te weten of ze op de goede opleiding zitten. ‘Ik hoor niet in die categorie’, benadrukt Terpstra. ‘Juist in het eerste jaar mag je de druk opvoeren. Niemand schiet er wat mee op als studenten blijven hangen.’

TOP 5 KWALITEITSISSUES

Welke richting moeten de hogescholen op volgens de kwaliteitsnota van de HBO-raad? Wat meldt het strategiedocument Koers 2012 van de HU uit 2007 en wat is de huidige stand van zaken? Vijf topics op een rij.  

Kennis

HBO-raad:
De invoering van het competentiegericht onderwijs leidde tot een onderwaardering van kennis. Er is een standaard opgesteld voor de bacheloropleidingen. Een van de vier elementen is dat er een gedegen theoretische basis dient te zijn. Het gaat vooral om vakspecifieke kennis van het beroep waarvoor wordt opgeleid. De vaststelling en de borging van zo’n kennisbasis door de opleidingen is van eminent belang.

Koers 2012:
Studenten geven aan dat de studie wel wat zwaarder mag zijn en docenten vragen zich af of er voldoende wordt gedaan aan de theoretische basis. In het HU-onderwijsprofiel zijn standaarden opgenomen, waaronder het theoretisch fundament van een opleiding. In de komende periode zal veel aandacht uitgaan naar een beschrijving van het theoretische fundament en het verankeren daarvan in de opleidingen.

Anno nu:
De HU biedt kwalitatief hoogwaardig onderwijs aan. Dit gebeurt competentiegericht met een stevige kennisbasis, meldt het Jaarverslag 2008. De faculteiten en opleidingen zijn bezig met het beschrijven van de theoretische kennis die aanwezig moet zijn. De faculteit Gezondheidszorg bijvoorbeeld werkt aan een faculteitsbrede standaard op de gebieden onderzoek en innovatie. Daarnaast wordt een kennisbasis per opleiding neergezet.  

Instroom

HBO-raad:
De kwaliteit van de instromende studenten staat onder druk. Velen hebben hiaten in Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde. Dat leidt tot een te grote uitval. Steeds meer leerlingen met een mbo-diploma gaan studeren aan een hogeschool. De uitval onder deze groep is het grootst. Daarom bieden de hogescholen op grote schaal bijspijkerprogramma’s aan. Een gezamenlijke aanpak van voorbereidende scholen en hogescholen is hier noodzakelijk.

Koers 2012:
De instroom van mbo’ers bij de HU bedraagt ongeveer 30 procent en zal de komende jaren stijgen. Er is meer aandacht nodig voor algemene basiskennis op de gebieden rekenen, Nederland en Engels. Hieraan zal samen met de regionale ROC’s, aandacht aan worden besteed door in het voortraject de tekorten weg te werken en meer intensieve begeleiding. De kennis over de opleidingen zal over en weer versterkt worden.

Anno nu:
Vorig jaar is met elf scholen van voortgezet onderwijs (havo en vwo) gewerkt aan afstemming van het curriculum en verbetering van de voorlichting. Ook zijn de convenanten met de vier ROC’s uitgewerkt. Zo komt er extra aandacht voor taal, rekenen en Engels en doorlopende studieloopbaanbegeleiding. Zo krijgen scholieren van vier ROC’s in het laatste jaar begeleiding van zowel eigen docenten als van social work van de HU. En de opleidingen van life science and chemistry organiseren met ROC Midden Nederland een prebachelortraject, waarbij een aantal hbo-vakken tijdens de mbo-opleiding worden gegeven.

Rendement

HBO-raad:
Het trilemma van de hogescholen: (1) de kwaliteit van de bachelors moet hoger, (2) het niveau van de instroom staat onder druk en (3) het studiesucces oftewel het rendement moet omhoog.

Koers 2012:
Het studierendement ligt onder het landelijk gemiddelde. Dit is een probleem dat bij alle opleidingen bestaat, Na vijf jaar heeft minder dan de helft van de studenten een bachelordiploma behaald. In 2012 moet het studiesucces in elke bacheloropleiding met 10 procent verhoogd zijn. Ook moet dan het fundament gelegd zijn om in de volgende vijf jaar het studiesucces naar gemiddeld 70 procent te brengen (na 7 jaar).

Anno nu:
Studiesucces heeft een hoge prioriteit. De komende jaren wordt veel energie gestoken in het terugdringen van de uitval, de versterking van de oriënterende en selecterende functie van de propedeuse en het vergroten van het studiesuccces in de hoofdfase. Eind 2009 verschijnt een nota waarin de uitgangspunten staan beschreven hoe het rendement te verhogen. Belangrijk wapen is verbetering van de studiebegeleiding.

Studiebegeleiding

HBO-raad:
De afgelopen jaren is vastgesteld dat de intensiteit van onderwijs en
studiebegeleiding te vaak onvoldoende was. Er waren hoge, vaak te hoge verwachtingen van het zelfstandig lerend vermogen van eerstejaars. Vastgesteld kan worden dat waar sprake was van (te) extensief onderwijs, hogescholen inzetten op een toename van het aantal contacturen van docent en student. Deze ontwikkeling zal de komende jaren doorzetten.

Koers 2012:
Het is noodzakelijk om de begeleiding van HU-studenten te intensiveren. Te denken valt aan goed ingerichte buddysystemen, waarbij ouderejaarsstudenten beginnende studenten uit kwetsbare doelgroepen begeleiden en coachen. Verder zullen talentvolle studenten als studentassistent kunnen helpen bij het onderwijs in de vorm van werkcolleges en coaching. De studiebegeleiding zal verder worden geprofessionaliseerd, waarbij vooral snelle signalering en het volgen van de studieresultaten voor iedere student merkbaar is.

Anno nu:
Bij meerdere faculteiten lopen mentor- en buddyprojecten waarbij ouderejaars eerstejaars (veelal mbo’ers en allochtone studenten) onder hun hoede nemen, zoals Big Brother / Big Sister bij de faculteit Educatie. Hogeschoolbreed wordt een scholingstraject opgezet voor studentmentoren en loopt het HU Loopbaankompas, dat (aankomende) studenten helpt bij het onderzoeken welke competenties nog gehaald moeten worden. Ook maakt de hogeschool werk van de begeleiding van met name allochtone studenten door de zogenaamde G5-projecten (zie vorig nummer van Trajectum).

Docenten

HBO-raad:
Studenten vragen meer gerichte aandacht, maatwerk en betrokkenheid van de docent. Het werkveld verlangt van docenten dat zij voldoende kennis van het vak hebben. De hogescholen staan de komende jaren voor de opdracht te investeren in de kwaliteit van docenten. Het is de bedoeling dat in 2014 op brancheniveau 70 procent van de docenten een kwalificatie op masterniveau heeft en 10 procent gepromoveerd is.

Koers 2012:
De transformatie van onderwijsorganisatie naar de kennisorganisatie zoals geschetst vraagt om een verhoging van het opleidingsniveau van docenten. Doelstelling is dat in 2017 alle docenten een mastergraad hebben of een masteropleiding volgen en dat 20 procent van de docenten gepromoveerd is of bezig is met een promotietraject.

Anno nu:
Op dit moment heeft ongeveer de helft van de docenten een mastertitel. Nieuw aan te stellen docenten dienen een masterdiploma te hebben. Het aantal gepromoveerden bedraagt vijf procent. De hogeschool kent promotievouchers toe waarmee een docent gedurende vier jaar drie dagen per week kan besteden aan promotieonderzoek. Momenteel werken zo’n 35 medewerkers op die basis aan een promotieonderzoek en ook promoveren docenten buiten de vouchers om.