Achtergrond

‘Behandel studerende mantelzorgers als topsporters’

Mantelzorg. Foto: Kees Rutten

Eén op de vier jongeren is mantelzorger. Dat valt niet altijd mee, zegt docentonderzoeker Hinke van der Werf: ‘Ga ik naar college of breng ik mijn moeder naar het ziekenhuis?’

Het is de Week van de Jonge Mantelzorger. Onderwijsinstellingen, zorgorganisaties en gemeenten vragen aandacht voor jongeren die zorg dragen voor een naaste. Onder hen zijn ook veel studenten.

‘Het gaat niet alleen om de concrete zorgtaken die je hebt’, zegt docentonderzoeker Hinke van der Werf van de Hanzehogeschool Groningen. ‘Maar ook om de constante zorgen en spanningen die je thuis doorleeft.’

Hinke van de Werf. Foto: ISO

Van der Werf schreef haar proefschrift over jonge mantelzorgers tussen de 18 en 25 jaar. Twee jaar geleden organiseerde ze de eerste landelijke bijeenkomst rond onderwijs en mantelzorg die sindsdien jaarlijks plaatsvindt, dit jaar in Rotterdam.

Hoeveel studenten in het hoger onderwijs zijn eigenlijk mantelzorger?

‘Eén op de vier jongeren is mantelzorger. Je kunt er wel vanuit gaan dat dat onder studenten ongeveer hetzelfde ligt. Voornamelijk bij studenten in zorggerelateerde opleidingen zie je veel jonge mantelzorgers, bijvoorbeeld bij Geneeskunde, Psychologie, Verpleegkunde en Social Work. Voor zulke studies kiezen studenten vaker als ze te maken hebben gehad met een zorgsituatie thuis.’

Cijfers (uit 2024)
Van de mantelzorgers geeft 85 procent hulp aan een eerste- of tweedegraads familielid. 15 procent helpt een vriend of buur. Slechts 9 procent van hen ziet zichzelf als mantelzorger. Volgens het CPB zegt twee derde de hulpverlening goed aan te kunnen. 33 procent voelt zich matig belast, 3 procent ernstig. 
Eén op de vier van de mantelzorgende studenten geeft aan minstens één keer per maand onvoldoende tijd te hebben voor schoolwerk. Eén op de vijf studerende mantelzorgers vertelt de opleiding hierover. 

Wanneer is een student mantelzorger?

‘Als er iemand in de nabije omgeving ziek is of zorg nodig heeft, bijvoorbeeld een familielid. Het hangt niet alleen af van het aantal uur dat iemand zorg verleent. Ik heb bijvoorbeeld studenten gehad met een verslaafde ouder. Die doen misschien af en toe de boodschappen, maar dat is niet heel anders dan wat je doet als je op kamers woont. Toch zijn zij ook mantelzorgers. Of misschien zijn er financiële problemen, omdat je ouder niet kan werken of omdat de zorg duur is. Je kunt daar nachten van wakker liggen. Je zorgen maken óm iemand is soms zwaarder dan zorgen vóór iemand.’

HU-student Soufian deed de pabo toen zijn moeder alvleesklierkanker kreeg en hij wekelijks met haar mee moest naar het ziekenhuis. Hij nam de huishoudelijke taken over, deed de boodschappen en kookte. Het lukte hem nauwelijks om dit te combineren met zijn studie, maar hij haalde goede cijfers, waardoor de alarmbellen nergens afgingen. Pas toen bekend werd dat zijn moeder terminaal was, hing hij zijn opleiding aan de wilgen.

U verwacht dat het aantal mantelzorgers gaat toenemen. Hoe komt dat?

‘De overheid legt steeds meer zorg bij mensen thuis. Dat betekent niet alleen méér zorgtaken, maar ook dat er minder geld beschikbaar is of dat mensen langer moeten wachten op zorg. Dat vergroot de druk.’

‘Hoe zwaar mantelzorg is, hangt sterk samen met beleid. Stel dat je een broertje of zusje hebt met het syndroom van Down, maar de zorg is goed geregeld en je ouders kunnen het goed dragen. Dan ben je formeel misschien wel mantelzorger, maar hoeft het niet heel belastend te zijn. Dat heeft dus ook met politieke keuzes te maken.’

Tegen welke uitdagingen lopen studerende mantelzorgers aan?

‘Deze studenten moeten vaak lastige keuzes maken: ga ik naar college of breng ik mijn moeder naar het ziekenhuis? Ze willen studeren of stage lopen, maar kunnen hun verantwoordelijkheid niet zomaar loslaten. Dat betekent dat ze soms dingen moeten opgeven. Ze hebben daardoor minder tijd voor hun vrienden of halen lagere cijfers. Soms vallen ze zelfs uit.’

Samantha deed de opleiding Leraar Nederlandse Gebarentaal. Haar man heeft long covid. Doordat hij snel vermoeid en overprikkeld was, werkt haar man niet meer. Hij kon maximaal een klusje per dag doen en lag de rest van de dag op bed of op de bank. Samantha kookte, deed de boodschappen en de was, en werkte zestien uur per week zodat ze samen genoeg geld hadden om rond te komen.

‘Studeren draait niet alleen om kennis opdoen, maar ook om persoonlijke en sociale ontwikkeling. Denk aan op kamers gaan of actief zijn bij een vereniging. Als je zorgtaken hebt, ben je daarin vaak beperkt. Je kunt veel dingen niet doen die je leeftijdsgenoten wel doen. Dat kan leiden tot eenzaamheid.’

Samantha. Foto: Kees Rutten

Wat kunnen onderwijsinstellingen voor studenten doen?

‘We zien wel dat er wat hulpmaatregelen zijn, zoals financiële compensatie bij studievertraging. Maar die komen vaak pas als de nood al heel hoog is. Wat zou helpen is een regeling zoals de topsportregeling. Dat studenten aan het begin van hun studie kunnen aangeven dat ze mantelzorger zijn en structureel meer flexibiliteit krijgen. Dan hoeven ze niet steeds opnieuw om uitzonderingen te vragen. Juist als er veel speelt, is het moeilijk om hulp te zoeken.’

Soufian betreurt de gang van zaken. ‘Ik had gewild dat er eerder door docenten of slb’ers aan me was gevraagd hoe het met me ging.’ Hij heeft vier slb’ers en drie leerteambegeleiders gehad, en merkte dat zij vooral keken naar studieprestaties en niet de moeite namen hun studenten persoonlijk te leren kennen. ‘Ik denk ook dat ze daar niet genoeg tijd voor hebben of niet weten hoe ze dat het beste kunnen aanpakken. Uiteindelijk heb ik wel hulp gekregen van het decanaat, maar toen was ik al uitgevallen.’ Hij kreeg een financiële tegemoetkoming – een extra jaar studenten-ov en studiefinanciering, zodat hij verder kon studeren en iets minder zorgen zou hebben over de volgende jaren.
Volgens Soufian is het belangrijk om te praten met iemand die je vertrouwt: een medestudent, mentor of decaan bijvoorbeeld. ‘Zo’n gesprek kan het begin zijn van een oplossing.’

‘Vroeg of laat krijgt iedereen met mantelzorg te maken. Daarom moeten we aandacht voor elkaar hebben. Docenten en medestudenten kunnen daar ook een rol in spelen. Een luisterend oor bieden kan al veel betekenen. Dat hoeft niet lang te duren, maar het kan nét het verschil maken.’

Samantha ervoer bij de HU weinig steun, ook als ze aan de bel trok. ‘Mijn stagebegeleider gaf mij een lijst met de vier nog beschikbare stageplaatsen en die moest ik dan maar gaan bellen.’ Ze bleken niet geschikt. Een stageplek in Zoetermeer zou haar vier uur reistijd kosten. ‘Niet te combineren met mijn werk en mantelzorgtaken.’ Samantha’s tip voor andere mantelzorgers: ‘Blijf communiceren met degene voor wie je zorgt. Je bent vast wel eens boos of geïrriteerd, maar dat is diegene ook. Klaag lekker samen met elkaar, maar vertel ook wat je dwars zit en bespreek de oplossingen.’

Artikel over mantelzorg van Trajectum uit 2024