Cvb-voorzitter Jan Bogerd: ‘Het onderwijs zoals we het kennen, komt niet meer terug’

De komende jaren mogen minder mensen dan we gewend zijn in de HU-gebouwen, zo verwacht Bogerd.

Archieffoto: Kees Rutten

Meer studenten schrijven zich in, maar er komt minder overheidsbekostiging. Onderwijs wordt structureel meer een mix tussen online en fysiek. En de manier van toetsen gaat op de schop. Dat zijn enkele gevolgen van de coronacrisis op het hoger onderwijs waaronder de HU, bleek uit een presentatie van collegevoorzitter Jan Bogerd.

‘De impact van Covid-19 op Hogeschool Utrecht’ heette de presentatie die collegevoorzitter Jan Bogerd hield bij de online vergadering van de Hogeschoolraad op woensdag 22 april. Het geeft een inkijkje in de consequenties voor het hoger onderwijs. Wereldwijd, binnen Nederland en de HU. De uitkomsten stemmen niet optimistisch.

Om met de deur in huis te vallen: wereldwijd gaan 20.000 instellingen van hoger onderwijs sluiten. Minstens 200.000 studenten zullen daar de dupe van zijn. Het zijn schattingen van Dirk Van Damme van de Organisation for Economic Cooperation and Development (OECD), een samenwerkingsverband van 36 landen. De presentatie van Bogerd sluit voor een groot deel aan bij de analyse van het OECD.

Kansenongelijkheid

In de hele wereld vindt noodgedwongen een omschakeling naar afstandsonderwijs plaats. Daarvan is bekend dat het leidt tot kansenongelijkheid: niet alle studenten beschikken over goede wifi, de juiste computerapparatuur en een handige woonsituatie om te kunnen studeren.

Ook de gevolgen voor toetsen en examinering zijn enorm: de klassieke schriftelijke tentamens met grote aantallen studenten staan overal ter discussie. De roep om flexibel onderwijs zal fors toenemen.

‘Studenten kiezen ervoor om later af te studeren omdat de kansen op de arbeidsmarkt afnemen’

Daar tegenover staat dat de mondiale mobiliteit van studenten fors zal afnemen, zo denken deskundigen. Instellingen die financieel sterk afhankelijk zijn van internationale studenten zien hun inkomsten dalen. Door de verwachte financiële crisis gaan opleidingsbudgetten van werkgevers omlaag en door faillissementen vermindert ook het aanbod van stages.

Reorganisaties

Hogescholen en universiteiten die financieel leunen op buitenlandse studenten of post-initieel onderwijs (deeltijd en cursussen) of waar veel studenten op stages gaan, lopen een groot risico, zo betoogde Bogerd. Ook de gevolgen voor medewerkers kunnen dan groot zijn. Tijdelijke aanstellingen en contracten stoppen, reorganisaties zijn onafwendbaar en wie het kortste werkt, komt als eerste op straat te staan.

De inschrijvingen van aantallen studenten zal toenemen. Bogerd: ‘Er treedt studievertraging op waardoor de diplomering wordt uitgesteld. Maar ook omdat studenten ervoor kiezen om later af te studeren omdat de kansen op de arbeidsmarkt afnemen. Dat effect is bekend van eerdere economische recessies.’

Stage en afstuderen

Meer studenten betekent meer werk, maar het is denkbaar dat tijdens de recessie de financiering van onderwijs achterblijft, zegt hij. ‘Dus met meer studenten is de werkdruk hoger, terwijl er minder overheidsfinanciering komt. Met andere woorden: het wordt er niet plezieriger op.’

Ook interessant: De online open dag. Zo doe je dat

Tweede element bij studenten is dat zij een risicogroep vormen bij de verspreiding van het virus. Ze reizen bijvoorbeeld veel waardoor de kans op besmetting toeneemt. Mogelijk dat hogeschoolstudenten meer gevaar opleveren dan universitaire studenten, opperde de collegevoorzitter. ‘Zij lopen vaak stage en studeren af in bedrijven en hebben daardoor meer fysiek contact.’

Openbaar vervoer

Bogerd denkt dat de overheid terughoudend zal zijn met de openstelling van gebouwen in het hoger onderwijs. ‘Ook omdat dit veel betekent voor de druk op het openbaar vervoer en de bewegingen in de stad.’ Het staat als een paal boven water dat verdere integratie nodig is van online en fysiek onderwijs, het zogeheten blended learning. Dat is een blijvertje. ‘Het onderwijs dat we kennen uit het verleden komt niet meer terug’, benadrukt hij.

‘De oplossing zit in het opnieuw doordenken van het toetsprogramma’

Hij verwacht dat in een volgende fase van coronamaatregelen de hogeschool de deuren opent voor praktijkonderwijs en toetsing. Dit om zoveel mogelijk studieachterstand op te vangen. In het nieuwe studiejaar is wellicht blended learning mogelijk. In de ‘1.5-meter samenleving’ zullen er fors minder mensen in de gebouwen kunnen.

Online proctoring

Bogerd: ‘We moeten er rekening mee houden dat we de komende jaren – ik zeg járen -niet meer in dezelfde omvang aanwezig zullen zijn op het Utrecht Science Park. Ik verwacht dat de hoeveelheid mensen die in onze gebouwen aanwezig zijn minder dan de helft is dan wat we gewend zijn.’

Ook interessant: Groeiende zorgen over privacy bij online tentamen

Daarbij moet een grote slag gemaakt worden bij toetsing en examinering. De inzet van online proctoring (met surveillance op afstand) kan op dit moment een uitkomst zijn. Maar het is een tussenstap, een manier om de huidige toetsen te kunnen afnemen. ‘De oplossing zit in het opnieuw doordenken van het toetsprogramma’, zei hij.

Bureaucratisering

Er moeten minder summatieve toetsen (bijvoorbeeld kennistoetsen) komen waarbij studenten een punt krijgen. Die werken ‘protocolisering en bureaucratisering’ in de hand. Daarvoor in de plaats kunnen er meer formatieve varianten komen waarbij studenten feedback krijgen in hoeverre ze leerdoelen hebben bereikt. ‘We hebben ons vastgezet in regels en procedures omdat we alles summatief hebben willen maken. Daar zijn we de flexibiliteit kwijtgeraakt.’

Ook de begeleiding van studenten moet anders en beter, stelt collegevoorzitter Bogerd. ‘Want afstandsonderwijs leidt tot minder contacten en ontmoetingen en tegelijkertijd is de behoefte aan sociale structuren en begeleiding meer dan nodig. Zeker gezien de toenemende kansenongelijkheid.’

Lees ook: Tineke Zweed: Natuurlijk heb ik gewijfeld

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

3 reacties

  1. Beste redactie,
    Het zou heel fijn zijn als bronnen die in een artikel genoemd worden, zoals het OECD rapport waar Jan Bogert uit put, doormiddel van een link direct toegankelijk gemaakt zouden worden. Zo kunnen opinie en achtergrond meteen met elkaar in verband worden gebracht.

  2. “In de hele wereld vindt noodgedwongen een omschakeling naar afstandsonderwijs plaats.” Ja, nu wel. Maar waarom zou dat in de toekomst noodzakelijk zijn? Ik mis de argumenten voor de noodzaak als eenmaal de maatregelen versoepeld of opgeheven worden.
    Zelfs als zich in de toekomst regelmatig pandemies voordoen, dan nog is dat niet de orde van de dag. Natuurlijk heeft ieder instituut een contingency plan nodig om met crisis scenarios om te gaan, maar tijdens vredenstijd zien we toch ook geen soldaten op straat marcheren?

  3. Het artikel in Trajectum met de kop dat de HU nooit meer zo wordt als het was, wordt door studenten (op grote schaal?) aan elkaar door geappt. En ik merk dat studenten ervan schrikken, er neerslachtig van worden of boos.

    Ik weet niet of Trajectum zich bewust is van de impact van deze kop op de toch al ontregelde studenten.

    Het artikel zelf is natuurlijk een verslag van de bijdrage van Jan Bogerd aan de bijeenkomst van de HSR, dat snap ik, maar het focust wel alleen op wat we verliezen en laat niet zien wat we er voor terug kunnen krijgen
    – meer flexibel onderwijs,
    – voortaan korte filmpjes met uitleg door de docent van het docententeam die dat het allerbeste en allerboeiendste kan,
    – colleges thuis meerdere keren kunnen bekijken als je het onderwerp moeilijk vond, je ziek was, voor iemand moest zorgen of Nederlands je 2e taal is.

    En dat deze mogelijke opbrengsten niet zichtbaar worden, is jammer.
    Het zou voor het welzijn van studenten prachtig zijn als er nu een artikel komt over al deze kansen!
    En het zou nóg mooier zijn als er daarnaast ook expliciete aandacht komt voor het grote belang van het betrekken van studenten (en vooral óók studenten+) bij hun opleiding om feedback te geven op de in korte tijd gerealiseerde digitalisering. Elke docent heeft dat zelf naar beste kunnen gedaan (oprecht: hulde!) maar is er ook al aandacht voor hoe het totaal van al dat digitale onderwijs er voor studenten uitziet? En of al dat onderwijs wel digitaal toegankelijk genoeg geweest is?
    Dat lijkt mij belangrijk, zeker als een deel zo gaat blijven.

    Het zou prachtig zijn als er straks een pakket van onderwijsvormen ligt waarin studenten wat te kiezen hebben, dat overzichtelijk gecommuniceerd wordt via één kanaal, dat boeiend en divers is, dat tegemoet komt aan verschillende manieren van leren, dat weloverwogen voldoende ruimte geeft aan het elkaar ontmoeten, juist op de voor onze studenten meest waardevolle momenten.

    Reacties die ik hoorde van studenten:
    Als ik in mijn studie mijn medestudenten alleen nog maar digitaal zie, hoeft het voor mij niet meer.
    Dit heb ik mij niet voorgesteld van mijn studententijd…

    Maar ook:
    Als alles digitaal blijft, zal ik opnieuw een hogeschool gaan kiezen, nl. degene met het beste digitale onderwijs en/of de meeste contactmomenten op school!
    Ik heb niet gekozen voor een online-studie. Daar wil ik niet zo veel collegegeld voor betalen.
    Ik betaal een flink collegegeld en doe nu (zonder vergoeding!) praktijkgerichte opdrachten voor bedrijven die daar vervolgens geld mee gaan verdienen.