Zorgorganisaties, leveranciers, wasserijen, onderzoekers en de provincie Utrecht hebben donderdag hun samenwerking rond wasbaar incontinentiemateriaal vastgelegd. Hun doel? Minimaal 50 procent minder luier-afval in de zorg.
Wasbaar incontinentiemateriaal: dat klinkt goed, maar het is niet gemakkelijk in te voeren. De handtekening van vandaag is nodig om ervoor te zorgen dat verschillende partijen uit de zorgketen hun best gaan doen om het daadwerkelijk te gaan introduceren. Want aan alleen pilots heb je niets.
Hun samenwerking krijgt vorm binnen WIN-Z dat staat voor: Wasbaar Incontinentiemateriaal als nieuwe standaard richting zero waste. HU-onderzoekers en vijf zorgorganisaties gaan onderzoeken hoe wasbare materialen in de praktijk werken. Daarbij kijken ze onder meer naar kosten, logistiek, duurzaamheid en de ervaringen van cliënten en zorgmedewerkers.
85 miljoen kilo in de oven
Het aandeel van luiers en aanverwante producten op de afvalberg is enorm. In Nederland gaat het jaarlijks om naar schatting 85 miljoen kilo. Dat wordt na één keer gebruiken verbrand. Daarmee gaat niet alleen materiaal verloren, maar het gebruikt ook grondstoffen, water en energie nodig en produceert CO₂.
Wasbare alternatieven? Die zijn er al lang, maar men gebruikt ze nog niet op grote schaal. Tijdens de bijeenkomst ging het het over de vraag waarom de overstap lastig is. Het materiaal moet je wassen, vervoeren, en liefst als even prettig en schoon ervaren.
Met minstens 50 procent willen ze de CO₂-uitstoot en de hoeveelheid restafval verminderen. Dat moet gebeuren zonder hogere kosten en zonder dat de kwaliteit van de zorg achteruitgaat. Want uiteindelijk is een wasbare luier gewoon veel goedkoper, zegt Boudewijn Visser.

Sprekers en ambities
De belangrijkste figuur hierin was Boudewijn Visscher, hogeschoolhoofddocent en senior onderzoeker Duurzame Zorg aan de Hogeschool Utrecht, leidde de bijeenkomst, samen met Geerke Versteeg, ketenregisseur Circulaire Zorg bij de provincie Utrecht. Visscher onderzoekt de verduurzaming van de zorg. Hij werkt onder meer aan circulaire zorgpraktijken en de inzet van wasbare zorgmaterialen.
Geerke Versteeg werkt voor de provincie. Zij verbindt zorgorganisaties, bedrijven en overheden die werken aan een meer circulaire zorg. Wasbaar incontinentiemateriaal is een van de onderwerpen waar zij zich mee bezighoudt. Een andere spreker deze middag was Jan Peter Niezink, die bij zorgorganisatie ’s Heeren Loo verantwoordelijk is voor duurzaamheid. In 2025 was hij Manager Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van het Jaar. Hij vertelde over zijn ervaringen met wasbaar incontinentiemateriaal.
Ook provincie Utrecht was aanwezig, in de gestalte van Has Bakker (D66), gedeputeerde. Hij heeft klimaat en de circulaire samenleving in zijn portefeuille. In de paneldiscussie die volgde, bespraken ze onder meer de logistiek, kosten en de manier waarop ze de kwaliteit van de zorg konden bewaken.
Het tekenmoment aan het eind was natuurlijk speciaal gepland in de Utrecht Science Week 2026, die loopt van vrijdag 25 september tot en met zondag 4 oktober.



