Na negen jaar neemt directeur-bestuurder Jan Henk van der Velden afscheid van Stichting Utrecht Science Park. Hij blikt terug op de naamswijziging, de groei van biotechbedrijven, de ‘spookwijk’ en het supermarktdossier op het grootste science park van Nederland.
‘Ons team van tien mensen probeert alle “olieman-rolletjes” te vervullen’, zo typeert Van der Velden zijn werk. ‘We brengen dingen bij elkaar en stimuleren dat er meer wordt samengewerkt.’
Terugblikkend telt hij zijn successen, waarbij hij vooral benadrukt dat die er alleen met andere partners konden komen. Hij noemt praktische en meer symbolische overwinningen: extra buscapaciteit tijdens de vertraagde tramaanleg, de Utrecht Science Week en internationale bezoeken aan het gebied. Hij ontving ministers, Tweede Kamer-leden en ambassadeurs (’50 in 2024 en onlangs nog de president van Estland.’)
Afgelopen vrijdag ontving het Máxima Centrum de keizer en keizerin van Japan, samen met onze koning en koningin.
Ander hoogtepunt: Tijdens corona stemden instellingen hun roosters op elkaar af om drukte te spreiden. Dat legde weer de basis voor structureler overleg over bereikbaarheid en veiligheid.
Echt blij was hij met de overname van Merus door Genmab, voor maar liefst 8 miljard dollar, vorig jaar september. De twee Research & development -bedrijven zaten al op het USP en ontwikkelen hier medicijnen tegen kanker. ‘Als we ze geen plek hadden kunnen bieden om door te groeien, waren ze ergens anders heengegaan. Het zorgde voor schitterende publiciteit in het FD, over “het powerhouse van de biotech” en in het AD over hoe belangrijk die medicijnen zijn voor patiënten.’
(tekst gaat door onder de foto)

Voorheen De Uithof
Nog trotser is hij misschien wel op de naamswijziging van De Uithof naar Utrecht Science Park. ‘In 2020 tijdens COVID werden door Rijkswaterstaat 42 borden langs de snelweg veranderd. Ook zes gemeenten en de provincie pasten de naam in de bewegwijzering aan. Heel leuk, ook als je daarna alle bussen en trams in Utrecht ziet rijden met de bestemming P&R Science Park erop.’
En toch: hadden we niet aan de oude naam moeten vasthouden?
‘Er is een groep die nostalgisch daaraan blijft vasthouden. Maar vraag het grote partners zoals UU, UMCU en HU maar ook Prinses Máxima Centrum, RIVM, Genmab en Danone. Daar is het inhoudelijk gezien een non-discussie, achterhaald ook. Ik kom dan met dat grapje over mijn schoonmoeder die het nog heeft over Sport in Beeld. Dat gaat uiteindelijk voorbij.’
Over de stichting
Stichting Utrecht Science Park is in 2012 opgericht door Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, Hogeschool Utrecht, gemeente Utrecht en provincie Utrecht met het doel om ‘het ecosysteem van het Utrecht Science Park’ te versterken. Dat kan gaan over huisvesting van organisaties, positionering van het unieke vestigingsklimaat, bereikbaarheid, leefbaarheid, bedrijven en samenwerking.
Jan Henk van der Velden is sinds 2017 directeur-bestuurder van deze stichting. In de Raad van Toezicht zitten afgevaardigden van de aangesloten partijen. Voor de HU is dat collegevoorzitter Wilma Scholte op Reimer.
De stichting heeft een eigen kantoorruimte op Heidelberglaan 11.
Toen Van der Velden begon, was al besloten tot de naamswijziging. ’Daarom noemden we het altijd de doorvoering van de naamswijziging. Alleen was er geen opvolging gegeven in de uitingen en nu is dat gewoon voor 98 procent gebeurd. Het vroeg om een gezamenlijke lobby, nationaal en regionaal.’
Het leidde nog in 2025 tot vragen vanuit de gemeenteraad met de vraag wie het voor het zeggen heeft.
‘De gemeenteraad gaat over de benoeming van de buurtnamen. Die heeft zelf in 2018 een formeel besluit genomen om de buurt te hernoemen. Daar hebben wij argumenten voor gegeven en die zijn nog steeds geldig. Misschien zijn er nog partijen die het erover hebben, maar we hebben het idee dat iedereen eraan gaat wennen. De naam is uniek. Wereldwijd is duidelijk dat het bij een Science Park gaat om een kennisconcentratie met kennisinstellingen en R&D -bedrijvigheid. Dat wordt bij ons gekoppeld aan de naam Utrecht, die staat voor stad en regio. En dan zijn we ook nog het grootste Science Park van Nederland met 32.000 werknemers en meer dan 60.000 studenten. Die uitstraling is anders dan De Uithof.’
Er is een generatie studenten die het al lang gebruikt, merkt hij om zich heen. ‘Zaterdag was ik bij de kapper en zij zegt ook: ‘mijn vriend studeert op het Science Park’. Mensen die hier wonen, gebruiken soms nog de oude naam. Maar in officiële aanduidingen moet het gewoon Utrecht Science Park zijn.’
(tekst gaat door onder de foto)

Leefbaarheid
In 2025 kwamen er ook vragen over de leefbaarheid in het gebied. Daarop werkte de stichting samen met de grote partners plus SSH en de gemeente aan een nieuwe ontmoetingsruimte voor studenten. Ook wordt nog steeds geprobeerd studenten zelf meer initiatief te laten nemen.
‘Dat vraagt tijd en energie. En het zal altijd een gebied zijn met veel laboratoria en ziekenhuizen. Maar laten we proberen om het rondom die woningen zo leefbaar mogelijk te maken. Die uitdaging hebben we ook neergelegd bij studenten: wat wil je? We hopen dat zij zichzelf ook gaan organiseren. Er was altijd al een student council. Maar de animo bij studenten was zo laag dat ze gewoon niet kwamen opdagen. Nu hebben we de kwartiermakers, Marco van Stralen en Noor Scheltema, om het organiserend vermogen van de studenten te versterken. We hopen dat de studenten de activiteiten meer ook zelf gaan trekken, zodat het niet van buitenaf hoeft te worden geregeld en er meer continuïteit in komt. En die ontwikkeling zien we ook.’
Dan is er nog het dossier-supermarkt. Zie je daar een einde aan komen?
‘Het businessmodel van deze supermarkt verklaart waarom we dit aanbod hebben en deze ondernemer probeert echt mee te denken. Daarnaast zit je op 10 minuten fietsen bij een supermarkt aan de Reigerstraat en in Bunnik.
In de omgevingsvisie, opgesteld met de partners en vastgelegd door de gemeenteraad, is vastgelegd dat er hier 4000 tot 8000 extra banen bijkomen in de komende jaren. Dat kan door verdichting, bijvoorbeeld als je de gebouwen aan de overkant (bij de Heidelberglaan) hoger maakt. Daarnaast is er de ambitie om 4.000 tot 5.000 wooneenheden bij te bouwen. Als je dat ook aan deze kant van het Utrecht Science Park kunt realiseren, zal ook die leefbaarheid meegroeien. Want er zullen meer voorzieningen nodig zijn en daardoor ook mogelijk worden.’
Dan wordt het rendabel om een supermarkt neer te zetten?
‘Deze supermarkt kan het heel helder uitleggen: 95 procent van zijn omzet ligt tussen half één en twee uur. Gewoon passanten die even iets komen eten. Dat leidt tot een ander aanbod. Normaal gesproken heb je 12.000 consumenten nodig voor een goed lopende supermarkt. Maar studenten hebben een ander bestedingspatroon. Ze nemen de koffie mee van moeder en met de feestdagen gaan ze thuis eten.’
Op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen werd Utrecht Science Park een spookwijk genoemd, waar studenten depressief in een flatje zaten. Van der Velden wil die negativiteit graag weerleggen.
‘Hier speelt verkeerde beeldvorming. Wij hebben met de studenten een enquête gedaan. Daar kregen we voor leefbaarheid een 6,2. Niet hoog, maar het klinkt ook niet als een spookwijk. Het gevoel van veiligheid: een 7. Op eenzaamheid scoorden we hoog. Maar uit onderzoek van Trimbos instituut blijkt dat eenzaamheid hoog scoort onder hoogopgeleiden, uitwonenden, tussen de 18 en 22 jaar. Het Science Park is de enige buurt waar alleen deze groep woont, dus logisch dat het hier ook hoog scoort.
Het wil niet zeggen dat uitzicht op de groene Amelisweerd leidt tot gevoelens van eenzaamheid. Daarnaast proberen we ook iets te doen aan het welzijn van student-bewoners. In de High Five, het nieuwe studentencomplex, komt ook de Low Five. De SSH stelt de hele onderste verdieping ter beschikking voor community-activiteiten. Met de 920 nieuwe bewoners erbij hebben we na de zomer bijna 4.000 bewoners.’
(tekst gaat door onder de foto)

Geen grote breuk
Is de aandacht in de afgelopen jaren niet meer verschoven naar dit soort leefbaarheidszaken in plaats van het aantrekken van bedrijvigheid?
‘Het is echt en-en. We werken met zijn allen aan een soort mengpaneel met schuifjes. We willen de meerwaarde van onze unieke kennisconcentratie verder op de kaart zetten. Dat gaat om ruimte voor ondernemerschap, voor samenwerking en ook voor leefbaarheid. Dat ondersteunen we met marketingcommunicatie, events en hospitality. De ene keer hoeven we bijna niks te doen en gaat het vanzelf. Andere keren moeten we meer meehelpen, coördineren en duwen.’
En daarbij is de hogeschool een gelijkwaardige partner?
‘De hogeschool is een grotere gebruiker dan de universiteit zelf, in elk geval met meer studenten. Dus inhoudelijk zit de hogeschool er als gelijkwaardig partner in. Dat zien we bijvoorbeeld in de Utrecht Science Week waarin het de trekker is van de Dag van de Duurzaamheid en de Student Challenge De universiteit heeft net als UMCU als gebiedseigenaar een eigen verantwoordelijkheid, moet ook in het buitengebied zaken regelen en financieren. Dus is het begrijpelijk dat daarop de universiteit dominant is. Dan is het onze rol om te zorgen voor de helikopterview.’
Zijn overstap naar het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug vormt voor hem geen grote breuk. Ook daar draait het om partijen met verschillende belangen bij elkaar brengen. Die mediation-rol loopt als een rode draad door zijn loopbaan. ‘Als mediator kijk je: hoe breng je dingen samen? En je probeert de meerwaarde van het algemeen belang met elkaar te vinden.’
Wat is er eigenlijk niet gelukt?
Heel voorzichtig formulerend: ‘Er zit natuurlijk in al die grote organisaties iets waardoor het allemaal soms wat minder snel gaat dan ik zou hopen. En dat is een understatement.
Dus het is de voldoening dat je toch dingen voor elkaar krijgt met mekaar, ook al werk je met organisaties waar je wat harder moet trekken dan bij een kleine, actieve nieuwe organisatie.’
Wat zou je aan je opvolg(st)er meegeven?
‘De infrastructuur zal moeten meegroeien. Door goede samenwerking is er meer ov- en fietsgebruik behaald. En uit onderzoek blijkt dat de autofiles op het science park niet zijn toegenomen, ondanks de forse groei van het aantal werknemers. Maar bij verdere groei met 8.000 banen moeten we investeren in de wegen, het OV en in fietsroutes. Het is een bijzonder fenomeen, maar met meer dan 25.000 fietsers per dag hebben we nu al last van fietsfiles. Ook daar geldt: er zijn cijfers die laten zien dat het meevalt. Maar mijn opvolger gaat dat zeker oppakken.’
‘Daarnaast vraagt de banengroei toch weer om nieuwe gebouwen. Als RIVM naar de nieuwbouw op het Utrecht Science Park verhuist, kan de locatie in Bilthoven ook voor hoogwaardige productie verder worden ontwikkeld. Met de hogeschool vindt bovendien steeds meer afstemming plaats om ze op te leiden voor de toekomstige bedrijven hier en bij de ziekenhuizen. Genoeg uitdagingen nog.’



