De HU zit ruim in zijn jasje, blijkt uit berekeningen

De hogeschool beschikt structureel over tienduizenden vierkante meters meer onderwijsruimte dan strikt noodzakelijk.

Per student is 3,5 vierkante meter nodig / foto Kees Rutten

Passen studenten en medewerkers bij een eventuele volledige opening in september in de gebouwen van de HU? De vraag komt op omdat de aantallen studenten groeien en honderden extra docenten worden geworven. ‘Er zijn geen signalen van grote knelpunten’, zei collegevoorzitter Jan Bogerd tijdens een vergadering van de Hogeschoolraad (HSR). Sterker nog: de HU beschikt over veel meer ruimte dan strikt noodzakelijk, blijkt uit berekeningen.  

Bogerd was klip en klaar tijdens de vergadering: ‘De berichten die wij van de afdeling Planning en Roostering krijgen is dat de toename en verschuivingen binnen de studentenpopulatie goed op te vangen zijn en er is geen enkele aanleiding om te denken dat wij dit niet geroosterd krijgen voor 1 september.’

De HSR vroeg zich af of de hogeschool over voldoende ruimte beschikt om de toenemende aantallen studenten en docenten een plek te bieden. De raad stelde vragen naar aanleiding van een opmerking in een beleidsdocument over de begroting. Ook eind maart rezen er vragen in de Hogeschoolraad. ‘Waar gaan we ze laten? Dat vind ik een grote zorg, vooral voor de korte termijn’, zei een raadslid.

Tijdens zijn presentatie greep Bogerd terug op de uitgangspunten van het Strategisch Huisvestingsbeleid 2010-2025. Dat bevat onder meer berekeningen waarop de huisvestingsbehoefte voor een periode van vijftien jaar is vastgelegd. Deze kennis zal voor veel medewerkers, docenten en zeker huidige studenten niet meer bekend zijn, veronderstelde hij. Destijds constateerde het college dat de HU relatief veel geld kwijt was aan huisvesting. Geld dat dus niet direct ten goede kwam aan het onderwijs.

Operatie tot herhuisvesting

Daarom besloot het college tot een ingrijpende herhuisvesting, dat de HSR uiteindelijk goedkeurde. De HU verkocht vier bestaande panden in de stad Utrecht. Haar locaties in het Utrecht Science Park ondergingen een drastische verbouwing en er kwam een nieuw gebouw (Heidelberglaan 15). Bolognalaan 101 zou verkocht worden, maar dat is tot op heden niet gebeurd. Met het in gebruik nemen van de verbouwde panden en nieuwbouw werd ook het flexibel werken geïntroduceerd. Wat overigens aanvankelijk tot forse kritiek van medewerkers leidde.

Aan de hand van enkele sheets met cijfers legde Bogerd uit hoeveel ruimte nodig is om de groeiende studentenpopulatie op te vangen. Drie zaken zijn daarbij van belang: het aantal vierkante meters per student, het aantal studenten en de zogenaamde 60/60-norm. Om met het eerste te beginnen: de HU gaat uit van 3,5 vierkante meter per student. Dan gaat het om vierkante meters in de leslokalen en instituutspleinen maar ook om kleine overlegruimtes en gangen en hoekjes met zitjes.

Geen rijksbijdrage

Het gaat hier om zogenaamde ‘bekostigde’ studenten, dus studenten waar de hogeschool geld voor krijgt van het Rijk. Dat zijn studenten (voltijd en deeltijd) die een bachelor, master of associate degree volgen. En dan tellen alleen degenen mee die studeren binnen de nominale studieduur: voor een bachelor is dat vier jaar.

‘Voor degenen die langer studeren dan vier jaar krijgt de HU geen rijksbijdrage en daarmee ook geen vergoeding voor huisvesting’, zei Bogerd. Hij tekende daarbij aan dat ‘langstudeerders’ minder gebruik maken van de gebouwen en onderwijs. Datzelfde geldt overigens voor studenten die bijvoorbeeld op stage zijn of in het buitenland verblijven.

In de berekening gaat het ook over de 60/60-norm. De eerste 60 staat voor het aantal uren waarop de HU in een week open is. Dat kan bijvoorbeeld 12 uur per dag zijn gedurende vijf dagen: het totaal is dan 60 uur (variaties zijn mogelijk). De tweede 60 behelst de bezettingsgraad van de lokalen en andere onderwijsruimtes: die moeten minimaal voor 60 procent van de tijd in gebruik zijn.

Met deze uitgangspunten in het achterhoofd toonde Bogerd enkele staatjes met aantallen studenten en cijfers over vierkante meters. Het gaat dan om de ingeschreven studenten van 2016 tot en met 2020 en de prognoses voor 2021 tot en met 2025. Uitgesplitst in bekostigde en niet-bekostigde studenten.

Prognoses

Tot 2020 studeerden per jaar zo’n 35.000 studenten aan de HU. Daarvan zijn 24.000 bekostigd en 11.000 niet bekostigd (zij doen langer dan vier jaar over de studie). Opvallend is dat een vrij groot gedeelte (bijna een derde) van de studenten staat ingeschreven terwijl ze nauwelijks geld in het laatje brengen. De prognoses laten zien dat in 2021 het totaal aantal studenten stijgt naar ruim 37.000. Het aandeel bekostigde studenten stijgt grofweg met 2000, terwijl het aantal langstudeerders ongeveer gelijk blijft.

Vergroten door met twee vingers te ‘pinchen’

In een ander staatje wordt het aantal vierkante meters berekend aan de hand van het aantal (bekostigde) studenten maal 3,5 meter. Om die studenten te kunnen herbergen is er van 2016 tot en met 2020 circa 85.000 vierkante meter nodig. Uit de cijfers blijkt dat de beschikbare ruimte hier ver bovenuit steekt. De HU beschikt structureel over tienduizenden vierkante meters meer dan strikt noodzakelijk.

In de jaren 2016 tot en met 2018 is dat zelfs het dubbele. Dat komt doordat vanwege de herhuisvestingsoperatie (verkoop, renovatie en nieuwbouw) extra ruimtes zijn gehuurd. Vanaf 2019 zijn de tijdelijke huisvestingslocaties afgestoten en heeft iedereen een nieuwe plek in de gebouwen. Aldus blijft het beschikbare aantal vierkante meters in de jaren erna gelijk: bijna 124.000. Dat is nog altijd tussen de 30.000 en 40.000 meer vierkante meters dan volgens de berekening nodig zijn. De HU zit nog altijd ruim in zijn jasje, luidt de conclusie.

HU Klinieken

Een van de redenen waarom er zoveel ruimte ‘over’ is, is dat de locatie Bolognalaan 101 niet verkocht is, zoals dat in de huisvestingsplannen staat. Dat scheelt toch weer zo’n 20.000 vierkante meter. Het pand is aangehouden om de HU Klinieken te kunnen huisvesten, vertelde Bogerd. Daarnaast gebruiken sommige opleidingen de lokalen in het gebouw en is een deel verhuurd aan de Universiteit Utrecht.

De rest van het overschot aan ruimte is een bewuste keuze, zei de collegevoorzitter tijdens de vergadering van de Hogeschoolraad. ‘Dat surplus hebben we vanaf het begin ingepland omdat we op basis van demografische gegevens ervan uitgaan dat er nog groei komt in de aantallen studenten. Daarna gaan die aantallen naar beneden gaan vanwege de verwachte bevolkingskrimp.’

Volgens Bogerd is 80 procent van het onderwijs inmiddels ingeroosterd. ‘Er zijn geen signalen van grote knelpunten’, voegde hij eraan toe. De laatste 20 procent wordt vanaf deze week ingepland in ruimtes die instituten eerder toegewezen hebben gekregen maar niet gebruiken. De groei van het aantal studenten in de laatste paar jaren drukt nauwelijks op de ruimtebehoefte, stelde Bogerd. Het aantal voltijd bachelor studenten daalt licht terwijl er groei is bij de deeltijd- en masterstudenten en studenten die een associate degree gaan volgen. Zij vertoeven minder vaak in de gebouwen, hetgeen de behoefte aan ruimte beperkt.

Lessen in avonduren

Bogerd signaleerde tevens dat er niet meer onderwijs is ingeroosterd na 17.00 uur dan voor de corona-uitbraak het geval was. Als er meer lessen in de avonduren nodig zijn, is dat een signaal dat er overdag te weinig onderwijsruimten beschikbaar zijn. ‘Wat we wel zien is dat die 60/60-ambitie niet wordt gehaald’, zei hij. De onderwijsruimtes zijn niet allemaal minimaal voor 60 procent in gebruik, zoals de bedoeling is. Dat komt omdat er meer ruimtes zijn dan strikt noodzakelijk: het is dan niet nodig om op impopulaire uren te roosteren, zoals vroeg in de ochtend of laat in de middag.

Op vragen van leden van de Hogeschoolraad zei Jan Bogerd dat de richting waarin het onderwijs zich ontwikkelt een grote rol gaat spelen in de inrichting van de gebouwen. ‘Wat doe je fysiek en online? Als in het onderwijs meer gediscussieerd en samengewerkt wordt, dan moeten de gebouwen een andere inrichting krijgen dan de standaardlokalen voor dertig studenten. Die afwegingen spelen een rol in de discussies over het toekomstig strategisch huisvestingsbeleid. Investeringen in gebouwen doen we voor een termijn van vijftien jaar. We moeten straks vooruit kijken over wat voor huisvesting we over vijftien jaar nodig denken te hebben.’

Ook interessant: Student Stan kampeert bij Staatsbosbeheer: ‘Hier vind je rust’   

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een antwoord Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *