Achtergrond

Geen achterkamertjes, maar ‘agile’ werken: ‘Dat past bij een hogeschool’

Mireille Stout, Anne Nienhuis en Aleid van der Schrier (vlnr) foto: Kees Rutten

Drie onderwijsvernieuwers uit het winnende Onderwijsinnovatieteam vertellen over het nut van agile werken bij het curriculum-herontwerp voor Technische Bedrijfskunde. ‘Zo voorkom je dat we er pas na maanden achter komen dat we ontspoord zijn.’

Op 13 april kregen ze de Team-van-het-Jaar-award tijdens het Onderwijs en Onderzoek Festival. ‘Bijzonder en vernieuwend’ noemde de jury dit Team agile werken in Onderwijsinnovatie van de bacheloropleiding Technische Bedrijfskunde (TBK). Om met agile werken de onderwijsvernieuwing aan te pakken, is volgens de jury ‘uniek bij de HU en verdient verdere navolging’.

Voor wie het begrip agile nog niet kent: het gaat over wendbaarheid, werken in korte cycli, inspelen op veranderingen en daarvan leren. De aanpak komt uit de ict-sector en vindt navolging op veel plaatsen, soms ook bij hogescholen. Inmiddels heeft de HU-opleiding Open-ICT als enige agile werken in het onderwijs ingevoerd. Bij TBK gebruikten ze dit agile werken puur ter vernieuwing van het curriculum.

Geen ‘havo-houding’ maar pro-actieve professionals

In september 2022 ging een vernieuwd eerste jaar van de TBK-bacheloropleiding van start. Bedoeling is dat ook de andere studiejaren een herontwerp van het curriculum krijgen in de komende drie jaar. Belangrijke reden voor dit herontwerp: het werkveld vraagt om een ander type young professional. Dus om afgestudeerden die kunnen omgaan met een flexibele werkomgeving: die zich telkens weer aanpast aan technologische en andere veranderingen in de maatschappij.

Mireille Stout, zo’n twintig jaar docent bij TBK en trainer voor nieuwe docenten vanuit het Teaching & Learning Network (TLN), legt uit:

‘Dat vereist een professional die zelf-lerend en zelfstandig is, communicatief vaardig, kritisch op zichzelf en met oog voor maatschappelijke vraagstukken.’

Daarnaast willen studenten ook meer zelf te kiezen hebben. De ‘havo-houding’ met achteroverleunen en afwachten wat de docent zegt wat er moet gebeuren, is niet meer van deze tijd. ‘Het werkveld vraagt juist om proactieve young professionals. Dat vraag om een andere manier van onderwijs’, meent de docent.

Wat is er anders in het vernieuwde onderwijs ten opzichte van het ‘oude’?
‘Voorheen waren er cursussen en vakken, zoals logistiek, economie, marketing en finance. Nu organiseren we het onderwijs rondom een beroepsproduct, zoals het maken van een productieplanning of het opstellen van een offerte. Daar heb je een stukje logistiek, een stukje statistiek en een stukje bedrijfseconomie voor nodig. Het onderwijs is nu dus veel meer geïntegreerd.’

Anne Nienhuis is bij de onderwijsvernieuwing van de opleiding betrokken als lid van de Supportgroep Onderwijskundig Leiderschap van het TLN en heeft als specialisatie agile werken. Bij veel innovaties wordt niet veel nagedacht over hoe ze worden georganiseerd, vertelt zij. Daarom was het handig dat mensen van TBK aanklopten bij het Teaching & Learning Netwerk met de vraag hoe ze dit het beste aan kunnen pakken.

Als je agile werkt, sluit het onderwijs beter aan op de behoeften van de studenten en het werkveld

Nienhuis: ‘Negen van de tien keer gaat innovatie fout omdat docenten in een achterkamertje gaan zitten, daar een nieuw onderwijsprogramma verzinnen dat dan ingevoerd wordt. Dan blijkt het niet goed te lopen. Dat komt omdat studenten, mededocenten en het werkveld er niet of te weinig bij betrokken zijn. Wat willen studenten zelf? Wat is de behoefte vanuit het werkveld? Kan dit wel wat de docenten hebben bedacht?’

Mireille Stout: ‘Anne van TLN kwam met het voorstel van agile werken. Dat forceerde ons om de vernieuwingen met alle partijen te bespreken en om de paar weken een review te houden, de mening van de partijen te vragen op de dingen die wij bedacht hadden. Wij legden ze voor of wij op de goede weg zijn. Met agile werken voorkom je dat we er pas na maanden achterkomen dat we ontspoord zijn.’

Onderwijs testen op studenten

Bij agile werken gaat het over ‘een wendbare organisatie die flexibel inspeelt op veranderingen’. Daarbij is Scrum een methode die valt onder Agile werken: vraagstukken worden opgeknipt in kleine stukken die in een beperkte tijd moeten worden opgelost. Zelfsturende teams zijn gebruikelijk bij agile werken.

Specialist Anne Nienhuis noemt de termen ‘experimenteren’ en ‘onderzoekend’. ‘Agile werken is zeer geschikt in een complexe omgeving, met verschillende actoren, waarin veel dingen onvoorspelbaar zijn. Zoals bij een hogeschool. Het komt in de plaats van het schrijven van een projectplan waarbij je al weet wat de uitkomst is en de stappen die ondernomen gaan worden.’

De ontwikkeling van het curriculum gebeurde dus agile, maar het is niet in het onderwijs doorgevoerd.
‘We hebben daarvoor bewust gekozen’, vertelt Aleid van der Schrier, docent en product owner (‘projectleider’) Onderwijsinnovatie van het gehele TBK-curriculum: ‘We kijken nog bij de verdere verbetering van het onderwijs in het eerste jaar of we de principes van agile kunnen gebruiken.’

Nienhuis: ‘De vernieuwing op deze manier organiseren heeft ervoor gezorgd dat het onderwijs is verbeterd. Je neemt meer de tijd om er anderen naar te laten kijken en je kunt het testen op studenten. Als je agile werkt, sluit het onderwijs beter aan op de behoeften van studenten en het werkveld.’

Van der Schrier: ‘het is veel transparanter voor iedereen wat je aan het doen bent. Iedere vier weken lieten we onze vorderingen zien en vroegen we feedback van de verschillende partijen. Dat is een heel verschil met in een achterkamertje zitten en aan een prachtig curriculum bouwen.’

Het is echt niet zo dat iedereen het er altijd mee eens is geweest

Om de zoveel jaar dienen zich weer onderwijsinnovaties aan. Vaak leidt dit tot irritatie bij docenten. Hoe krijgen jullie docenten enthousiast?
‘Bij die innovaties zijn er altijd een paar mensen die vooroplopen’, vertelt Van der Schrier. ‘We kozen er bewust voor het ontwikkelteam steeds verder uit te breiden. We begonnen met drie docenten die een visie ontwikkelden. Daarna bekeken zes docenten de mogelijkheden in het eerste jaar. Uiteindelijk hielpen alle vijftien docenten die in het eerste jaar les zouden geven mee bij de ontwikkeling van het onderwijsprogramma. Op die manier krijg je een olievlekwerking. Datzelfde doen we nu bij de ontwikkeling van het tweede jaar.’

Zijn er docenten die de hakken in het zand zetten?
‘In het begin hebben we zeker gesprekken gehad over de vraag waarom we dit doen. Het is echt niet zo dat iedereen het er altijd mee eens is geweest’, zegt Mireille Stout. Waarom zou je de opleiding veranderen? Het gaat toch prima bij TBK, vonden sommigen. En dat is ook zo, stellen zij. Technische Bedrijfskunde kreeg niet voor niks met regelmaat het predicaat Topopleiding toebedeeld van de Keuzegids hbo. ‘Tegelijkertijd merkten we in gesprekken met het werkveld en studenten dat er dingen verbeterd kunnen worden.’

Het is ook niet raar dat sommige docenten twijfelen aan het nut van innovatie. ‘Veranderingen hebben best wel impact op jouw persoon als docent’, meent Stout.
Nienhuis: ‘Het is al winst dat er überhaupt wordt gepraat over het feit dat onderwijsinnovatie iets met je doet als docent. Met dit team hebben we goed gekeken naar wat er gebeurt als je dingen verandert. Waarom doe je dit? Waar gaat het naartoe? Wat gaat er precies gebeuren? Hoe wil je dat gaan doen? Juist die aandacht heeft gezorgd voor een groot draagvlak bij docenten. Zij voelen zich gehoord.’

Tijdens het gesprek duikt de term ‘minimal viable’ op. ‘Dat speelt een hele belangrijke rol. Daarmee wordt bedoeld dat het nieuwe product nog niet helemaal perfect is maar dat het wel werkt. Het is af genoeg voor het geval dat je het onderwijs meteen op een groep studenten moet toepassen’, legt Van der Schrier uit. ‘Maar het kan nog beter en dan kan je aan de anderen vragen hoe het nog te verbeteren is.’

Vaak wordt gezegd dat onderwijsvernieuwing docenten extra belast omdat ook het lopende onderwijs door moet gaan. Iedereen heeft het al druk en dit komt er nog bij. Dat leidt tot stress met alle gevolgen van dien.
‘Bij onderwijsinnovatie is steun van het management belangrijk, en ook dat er tijd voor vrijgemaakt moet worden’, zegt Van der Schrier. ‘Het team van docenten dat het nieuwe curriculum moest ontwikkelen heeft daarvoor inderdaad de tijd gekregen.’

Is het voldoende?
‘Het is nooit voldoende’, lacht Van der Schrier. ‘Maar er was wel tijd voor uitgetrokken. Dat is een voorwaarde om het uit te kunnen voeren. We hebben er ook voor gezorgd dat in de roosters van de docenten die in het ontwikkelteam zaten elke week blokken werden vrijgemaakt voor ontwikkeltijd. Op die manier maak je het zichtbaar en urgent en hebben de docenten er echt de tijd voor.’