Interview

HSR-voorzitter Rinne Post neemt afscheid na ‘intensieve’ twee jaar

Rinne Post. Foto: Trajectum / Kees Rutten

Rinne Post was een unicum: de eerste student die voorzitter werd van de Hogeschoolraad, het hoogste medezeggenschapsorgaan van de HU. Na vier jaar in de raad (een jaar als lid, een jaar vicevoorzitter en twee als voorzitter) neemt hij afscheid. Hij kijkt terug op een intensieve periode, waarin de HSR zich boog over bezuinigingen en reorganisaties. Maar zijn grootste uitdaging? De raad bij elkaar brengen. ‘Het was voor het eerst dat je de polarisatie en verharding van de samenleving terugzag in de Hogeschoolraad.’

Waarom stoppen?

‘Dit is het meest leerzame wat ik ooit heb gedaan’, zegt journalistiekstudent Rinne met een glimlach als hij terugkijkt op zijn voorzitterschap. ‘Op bestuurlijk niveau het functioneren van zo’n enorme organisatie meemaken en daar invloed op hebben, is ontzettend leerrijk.’

Waarom dan stoppen? ‘Het voelt als mooi geweest. Ik wil geprikkeld blijven worden en mijn termijn liep ook af. De leercurve is niet meer zo steil.’ Dat hij als student voorzitter werd, was vooraf niet vanzelfsprekend. ‘Het was voor de HU een experiment. Er waren ook mensen sceptisch.’

Bezuinigingen

Rinne wist dat hij een bijzondere termijn tegemoet ging toen hij in september 2024 aantrad. Op de agenda stonden onder meer het nieuwe instellingsplan 2032 en het nieuwe Bestuurs- en Beheersreglement. Twee dossiers die de HU flink kunnen veranderen. Het instellingsplan werd onder zijn voorzitterschap vastgesteld; het Bestuurs- en Beheersreglement is uitgesteld naar de volgende HSR.

Wat Rinne en de rest van de raad vooraf niet konden weten, was hoe de politieke wind in Den Haag zou draaien. Het kabinet-Schoof, met de PVV als grootste partij, kondigde stevige bezuinigingen op het hoger onderwijs aan. En internationale studenten moesten maar Nederlands leren of hun heil elders zoeken. Tegelijkertijd kreeg het hbo te maken met dalende studentenaantallen door demografische ontwikkelingen. Voor het college van bestuur betekende dat maar één ding: de hand moest op de knip.

De HSR kreeg de bezuinigingsplannen voorgelegd. Hoewel de raad uiteindelijk geen van de voorstellen wegstemde, probeerde hij wel bij te sturen. Zo wist de HSR de bezuinigingen op HUGS met enkele tonnen te verlagen. ‘Dat zorgde voor een spannende periode.’ Voor de zomervakantie kwam die periode tot een kookpunt, toen de raad instemde met drie reorganisaties. Vermoeid stapte Rinne toen uit de vergaderzaal.

Achter de schermen

Rinne neemt snel de telefoon op en staat studenten, medewerkers en journalisten van Trajectum uitgebreid te woord. Zijn vergaderstijl is niet altijd zo open. Dat bleek tijdens de discussie over het verwijderen van christelijke feestdagen uit het interne jaarrooster van de HU.

Na media-aandacht en Kamervragen kwam de Hogeschoolraad onder een vergrootglas te liggen. De afhandeling van het dossier en de discussie daarover werden daarom binnenskamers gevoerd, zonder pers of andere geïnteresseerden. Ook discussies tussen raadsleden en fracties vonden achter gesloten deuren plaats.

Dat is niet zo gek, volgens Rinne. ‘Je wil dat iedereen de vrijheid voelt om gedachtesporen te verkennen. Dat gaat gemakkelijker in vertrouwelijkheid.’ Druist dat niet in tegen de filosofie van de HU, waarin kritisch burgerschap en de ‘veilige tussenruimte’ centraal staan? ‘Nee’, zegt Rinne. ‘Ik probeer in de communicatie alle nuances en afwegingen mee te geven. Dat kan ook zonder dat mensen bij naam in verslagen komen.’

Een eensgezinde raad heeft volgens hem bovendien voordelen. ‘Je hebt meer slagkracht. Als je met twintig mensen met verschillende achtergronden en levensovertuigingen bij elkaar weet te komen, heb je niet alleen een sterk uitgangspunt in onderhandelingen. Je kunt ook over schaduwen heenstappen.’

Polarisatie in de raad

Toch was juist die eenheid zijn lastigste uitdaging. ‘Het was voor het eerst dat je de polarisatie en verharding van de samenleving zodanig terugzag in de Hogeschoolraad.’

Steeds vaker zag Rinne fractiepolitiek een grotere rol spelen. Er ontstonden volgens hem steeds meer ‘clubjes’ in de raad. En daar heeft hij weinig mee. ‘Ik snap dat tijdens de verkiezingen, maar daarna moet je met z’n allen wel de raad vormen.’

Soms voelde de verdeeldheid ‘onverenigbaar’. Bijvoorbeeld tijdens gesprekken over duurzaamheid en diversiteitsbeleid. ‘Niemand is tegen duurzaamheid, maar hoe snel en ver wil je gaan? Het kost op korte termijn vaak ook veel geld, dat er niet meer vanzelfsprekend is.’

Ook over diversiteitsbeleid liepen de opvattingen uiteen, zoals over wat ‘veiligheid’ precies betekent. ‘Sommigen wilden veilige clubjes creëren voor mensen die zich in de grote groep niet thuisvoelen. Anderen wilden juist veiligheid in de grote groep, zonder clubjes.’ Het leiden van die gesprekken was ‘intensief’.

Leren van het college van bestuur

Richting het college van bestuur was van die verdeeldheid een stuk minder te merken. Rinne kijkt met veel waardering terug op de samenwerking met de collegeleden. ‘Ik heb een stukje gezien van hoe je een olietanker stuurt.’

Hij genoot van de ‘rituele dans’ tijdens de overlegvergaderingen. ‘Gelukkig vind ik taal heel leuk. Dus ik luisterde goed naar het college van bestuur: wat wordt er tussen de regels door gezegd? Uiteindelijk weet ik wat ik moet inbrengen als ik een bepaald signaalwoord hoor, of kan je ingaan op wat er níét wordt gezegd.’

Want vergis je niet: het blijft een politiek spel. Een spel dat Rinne steeds beter begon te beheersen. ‘Over een dossier praten we ongeveer twee maanden. Soms weet je al waar je wil uitkomen, maar daar begin je niet mee. Dan ben je een uitkomst of compromis alvast aan het inmasseren, en dat doen zeggenschap en medezeggenschap allebei.’

Het offer

Het voorzitterschap vroeg ook het nodige van Rinne. Zijn opleiding heeft hij de afgelopen twee jaar nauwelijks aangeraakt. ‘Ik wil eigenlijk ook geen journalist worden.’

Toch ziet hij zijn tijd in de medezeggenschap als zijn belangrijkste opbrengst aan de HU. Tegelijkertijd merkte hij dat hij op afstand kwam te staan van de alledaagse belevingswereld binnen de hogeschool. Zijn raadsleden zijn medewerkers en studenten die iedere dag midden in de HU zitten. Rinne niet.

Hij erkent dat zijn ‘studentenperspectief  er niet is zoals het was’. Daarom maakte hij er zeggen een taak van om zoveel mogelijk verschillende plekken in de HU te bezoeken. ‘Dan kom ik langs bij presentaties van al die slimme lectoren die zulk tof onderzoek doen. Ik wil weten wat bij hen speelt.’

Wat nu?

De HU verlaat Rinne nog niet. Hij heeft zich opnieuw ingeschreven voor een jaar Journalistiek en hoopt dankzij zijn ervaring eerder af te kunnen studeren. Een andere belangrijke reden om zich opnieuw in te schrijven: anders moet hij zijn studentappartement verlaten.

Daarnaast is Rinne inmiddels mede-eigenaar van een fine-diningrestaurant aan het Spui in Den Haag. Het restaurant kwam in handen van zijn neef, die in verschillende sterrenrestaurants over de wereld werkte. In de keuken is hij de kunstenaar, maar voor formaliteiten heeft hij minder liefde. Daar kwam Rinne om de hoek kijken. Van beleid, vergunningen en bureaucratie schrikt hij inmiddels niet meer. Een jaar geleden stapte hij in het restaurant.

Rinne Post. Foto: Trajectum / Kees Rutten

Toch wil Rinne uiteindelijk het liefst iets betekenen voor de maatschappij, misschien wel in combinatie met onderwijs. ‘Dit is de plek waar mensen met verschillende achtergronden elkaar moeten ontmoeten. Waar zie je dat nou anders? Ja, in de bus, maar daar heeft iedereen oortjes in.’

Die ontmoeting is volgens hem belangrijker dan ooit. ‘Het gedeelde referentiekader, of de veilige tussenruimte, hoe je het ook wilt noemen, waar je kunt verschillen, discussiëren en leren over normen, waarden en wetenschap: daar wil ik een bijdrage aan leveren.’

‘Want het begint met elkaar waarderen voordat je elkaar kunt vertrouwen. Dan kom je samen verder, dus de kracht van verbinding.’

Het restaurant van Rinne en zijn neef heet Sequenza, dat laat zich vertalen als ‘dat wat volgt’ en betekent in de muziektheorie een muzikale herhaling op een andere toonhoogte. Rinne herkent zich daar wel in als in terugkijkt op zijn medezeggenschapscarrière. ‘Ik zou het zo nog eens doen.’ Maar waarschijnlijk op een andere plek.

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *