Achtergrond

Ik ben: Hendrik Hofstra (22)

‘Met humor bereik je zo’n beetje alles’. Het is het motto van Hendrik Hofstra. Tijdens zijn stage in Peru bewijst hij het. De jongens in de gesloten instelling nemen stagiairs over het algemeen niet al te serieus. Het zijn geen lieverdjes, die jongens, moordenaars lopen er zelfs bij. In een van zijn eerste dagen wordt Hendrik al bedreigd. Hij reageert met: zo, dus jij wilt een potje sparren. Ik kan je nog wel wat boks-trucjes leren. Wist je bijvoorbeeld dat als ik mijn hand op je voorhoofd houd, je me niet kunt raken. Probeer maar eens! ‘En die andere jongens lachen, net zolang tot de bedreiger zelf ook niet anders kan.’ Zo krijgt hij aanzien en wint hij het vertrouwen.
Een heel nieuw leven bouwt hij op in een half jaar Cuzco. Met zijn gastouders Rudy en Grima, met hun zoon van wie hij peetvader wordt, met vrienden in alle cafés, hotels en restaurants van de stad. Samen organiseren ze een  benefietvoetbaltoernooi. Op Inti Raymi (een volksfeest ter ere van de Zonnegod) doet hij op het grootste plein van de stad mee aan een grote dansuitvoering, in traditionele kleding – waar hij ter plekke uitscheurt omdat hij twee meter lang is. Hij vindt er zelfs een vriendinnetje (‘Zolang het goed voelt, ga ik door’). Op zijn afscheidsfeest zijn 150 mensen. Hij krijgt een prachtige Peruaanse trui en heel veel mooie woorden.
Hendrik is net een week in Nederland. Gewoon weer vanuit Apeldoorn met de trein en de bus naar De Uithof. Hij hoopt dat zijn docenten een beetje mee willen werken zodat hij binnen een jaar kan afstuderen, want volgend jaar wil hij terug. Naar zijn projecten, zijn familie, zijn vrienden en zijn vriendinnetje. Naar Peru.

Zie ook: www.hendrikhofstra.nl