De Hogeschool Leiden wil zijn Rotterdamse pabo afstoten. De katholieke pabo Thomas More is te klein om ‘in zijn huidige vorm’ voort te bestaan, aldus het bestuur.
Voor de Leidse hogeschool bleef de Rotterdamse vestiging ‘een vreemde eend in de bijt’, aldus bestuursvoorzitter Paul van Maanen in een persbericht. Een andere hogeschool mag de pabo overnemen. Een naam noemt Van Maanen nog niet.
Een wervend verkooppraatje houdt hij ook niet. Volgens hem is de pabo ‘niet levensvatbaar op de huidige, verouderde locatie’. Er moet eigenlijk in een nieuw gebouw worden geïnvesteerd, maar daarvoor is het aantal studenten volgens hem te laag.
Toch is de pabo Thomas More volgens hem ‘een uitstekende pabo, met bovendien een duidelijke, eigen identiteit’. In de regio Rotterdam ‘is ook behoefte aan een pabo van katholieke signatuur’.
Vorig jaar twijfelde kwaliteitswaakhond NVAO aan het niveau van de twee opleidingen tot leraar basisonderwijs van de Hogeschool Leiden. De pabo’s moesten een zwaardere, aanvullende beoordeling doorstaan. De hogeschool had allerlei plannen om de kwaliteit te verbeteren, maar daarmee nam de NVAO geen genoegen: alleen het resultaat telt.
De hogeschool sleepte uiteindelijk de goedkeuring binnen. Maar studenten van de pabo Thomas More zijn niet bijzonder tevreden. Van de vijftig opleidingen tot leraar basisonderwijs stond de Rotterdamse pabo op de zevenenveertigste plek in de Keuzegids Hoger Onderwijs. De Leidse vestiging stond vijf plaatsen hoger.



Inderdaad gaat Pabo Thomas More verder zonder de Hogeschool Leiden. Dit betekent dat de pabo weer de nadruk kan gaan leggen op haar sterke kanten: De kleinschaligheid, de aandacht voor het individu en de sterke band met het katholieke werkveld. Daarnaast kan Thomas More zonder de hogeschool Leiden weer de geoliede organisatie worden die je van een catechorale pabo mag verwachten. Door de inzet van docenten en management is Pabo Thomas More dit jaar flink gestegen in de keuzegids van 2010.In het artikel wordt de keuzegids van 2009 aangehaald. Pabo Thomas More is nu weer een goede middenmoter, en zonder de hogeschool en met de steun van het werkveld zal dit volgend jaar nog beter zijn!
Mariska Krijgsman
Docent pabo Thomas More
De Studenten OV-jaarkaart werd ingevoerd (heel even onbeperkt geldig, daarna beperkt tot week- of weekendkaart.) Gevolg: grote groepen studenten die zich voorheen per fiets verplaatsten gingen plotseling gebruik maken van het openbaar vervoer en zochten woonruimte 156-215-70 dumps | 70-291 dumps | 1z0-533 dumps | 642-426 dumps | 642-456 dumps | 70-401 dumps | 642-583 dumps | 646-578 dumps op grotere afstand van hun studieplek. De basisbeurs werd achtereenvolgens tempobeurs en prestatiebeurs. En: ouders moeten bijbetalen, afhankelijk van hun inkomen. Net als vóór 1986! Nu, in de algemene bezuinigingsijver van de overheid (waar, op macro-economische gronden, nog wel wat op af te dingen valt – bezuinigingen uitsmeren over een langere periode is ook mogelijk en kan zelfs voordelig zijn), lijkt ook dit laatste restant van het oorspronkelijke studiefinancieringsstelsel afgeschaft te gaan worden. Het zou vervangen moeten worden door een leenstelsel. Gevolg: ouders die het kunnen betalen, zullen hun kinderen steunen, zodat zij niet zoveel hoeven lenen. Kinderen van minder draagkrachtige ouders bouwen een grote studieschuld op, of zien helemaal maar af van studeren. Alle reden dus 646-671 dumps | 70-433 dumps | 70-536 dumps | 70-448 dumps | 220-702 dumps | HP0-S28 dumps | 000-118 dumps | 70-681 dumps | 650-568 dumps | 1z0-051 dumps | 70-663 dumps | 352-001 dumps om in de bres te springen voor de basisbeurs. Tenzij er natuurlijk een beter stelsel komt, dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs vergroot. Maar let op: als besloten wordt niet te bezuinigen op de studiefinanciering, richten de ogen van de bezuinigers zich op de bekostiging van het hoger onderwijs. Daar kan dan wel wat af! Als dat gebeurt, moet de HU nog harder gaan bezuinigen dan op dit moment. Het zal onvermijdelijk ten koste gaan van de onderwijskwaliteit.