Idris in ’t Hof is de nieuwe voorzitter van de Hogeschoolraad. Hij kent de HU van binnen en van buiten: als student, medezeggenschapper, leerteambegeleider en beleidsmedewerker. Nu krijgt hij de leiding over een raad die aan de vooravond staat van grote veranderingen. ‘Het mag best hard op de inhoud zijn, maar ik wil dat we er als één raad uitkomen.’
Het is 2016. Een achttienjarige Idris in ’t Hof loopt voor het eerst de HU Amersfoort binnen. Zijn bestemming: Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH). Een logische opleidingskeuze, vindt hij. Zijn vader werkt in het sociaal werk, zijn moeder in de thuiszorg. Maar de jongen die op de middelbare school zonder al te veel moeite zijn diploma haalde, loopt op de HU tegen iets nieuws aan: studeren gaat niet vanzelf. Het is misschien niet mijn ding, denkt hij.
Een jaar later verandert alles. SPH fuseert met Culturele en Maatschappelijke Vorming en Maatschappelijk Werk & Dienstverlening tot de nieuwe bachelor Social Work. De opleiding verhuist van Amersfoort naar Utrecht. Idris begint opnieuw in het eerste jaar, maar dan bij Social Work. Het is een moment waarop hij ook zichzelf opnieuw uitvindt. ‘Ergens in de zomervakantie ging er een knop om. Ik dacht: ik ga niet alleen actief studeren, ik ga ook alle kansen op mijn weg pakken.’ Een besluit dat bepalend voor de rest van zijn HU-loopbaan blijkt.
Van proefkonijn naar voorzitter
De nieuwe opleiding Social Work zit nog vol met kinderziektes. ‘We waren een soort proefkonijnen’, blikt Idris lachend terug. Als klassenvertegenwoordiger krijgt hij de mogelijkheid om zijn ervaringen met de opleiding te delen. Hij merkt dat er naar hem wordt geluisterd. Onder zijn nieuwe mantra (overal ja op zeggen) wordt hij actief in de opleidingscommissie, vervolgens in de instituutsraad en uiteindelijk in de Hogeschoolraad. De student die ooit twijfelde of studeren wel iets voor hem was, blijkt op de HU steeds meer zijn plek te vinden.
Eén van de eerste onderwerpen waarop Idris zich als medezeggenschapper vastbijt, is supervisie. In 2017 begint Social Work namelijk steeds meer in te zetten op iets wat voor HU-studenten inmiddels een natuurwet lijkt: leerteams. Maar die nieuwe aanpak heeft een prijs. Om ruimte te maken voor leerteams dreigt supervisie te verdwijnen. En dat gaat Idris te ver. ‘Supervisie is binnen het sociaal werk een belangrijk onderdeel van de opleiding. Studenten leren er kritisch kijken naar hun eigen handelen, gedachten en gevoelens, om uiteindelijk betere begeleiding te kunnen bieden.’
In de opleidingscommissie trekt Idris aan de bel. Hij vindt dat supervisie niet zomaar moet worden opgeofferd voor iets nieuws. Hij houdt voet bij stuk. En met succes. Supervisie blijft onderdeel van de opleiding. Studenten Social Work krijgen er vandaag de dag nog steeds mee te maken. ‘Dat was een van de eerste momenten waarop ik merkte: als je je ergens hard voor maakt en je goed onderbouwt waarom iets belangrijk is, kun je daadwerkelijk iets veranderen.’

Zeven jaar student
Na zeven jaar studeert Idris af. Lang duurde het, en niet alleen door zijn studie. De medezeggenschap slokte veel van zijn tijd op. ‘Mijn studie kwam regelmatig op de tweede plek. Ik was met zoveel andere dingen bezig.’ Maar het ‘ja zeggen’ zat er inmiddels goed in. Tijdens zijn afstuderen wordt hij gevraagd om leerteambegeleider te worden. Natuurlijk zegt hij ja.
Waar hij ook ja op zegt is het bestuur van stichting HBO medezeggenschap. In deze rol ondersteunt hij medezeggenschapsraden van andere hbo-instellingen en behartigt hij medezeggenschapsbelangen aan tafels in Den Haag en in gesprekken met het ministerie en de minister van OCW. Ook na zijn afstuderen blijft de HU aan hem trekken. Bij de dienst Onderwijs, Onderzoek & Studentzaken gaat hij aan de slag als adviseur studentenorganisatie. Zijn mantra laat hij niet los.
Ook privé is de HU verweven geraakt met zijn leven. Zijn vriendin, met wie hij inmiddels in Amersfoort woont, ontmoette hij gedurende het eerste jaar bij Social Work. Bijna tien jaar nadat hij voor het eerst de HU binnenstapte, kijkt Idris terug op een periode waarin de hogeschool hem niet alleen heeft opgeleid, maar ook gevormd.
Idris concludeert dan ook: ‘Ik ben een kind van de HU.’
Een andere rol
Nu begint een nieuwe fase. Als voorzitter is Idris niet langer alleen degene die het hardst voor een standpunt kan strijden. Hij moet juist zorgen dat twintig raadsleden hun stem kunnen laten horen. Dat vraagt iets anders van hem.
‘Als raadslid was ik uitgesproken over onderwerpen als goede medezeggenschap, studentenwelzijn en participatie. Als voorzitter moet ik veel meer op mijn handen zitten. Mijn rol is niet om mijn eigen mening door te drukken.’ Maar zijn overtuigingen verdwijnen daarmee niet. ‘Ik vind dat we de medezeggenschap moeten koesteren. Dat doe ik als voorzitter door zorgvuldig de kwaliteit van het gesprek te bewaken.’ Want voor Idris is medezeggenschap meer dan een wettelijke verplichting van de hogeschool.
‘De medezeggenschap is een viering van de democratie. Dat we dit hier kunnen doen, is in sommige delen van de wereld ondenkbaar. Zelfs binnen Nederland doet de HU dat naar mijn idee goed.’
De menselijke maat
De HU staat aan de vooravond van een forse organisatorische verandering. Het college van bestuur wil de organisatie anders inrichten en het aantal organisatie-eenheden verminderen.
Idris: ‘We zien verdere toelichting op dat plan graag tegemoet. Waar we ons vooral over gaan buigen, zijn vragen als: is de menselijke maat genoeg meegenomen en levert het meer op dan dat het kost?’ Dat klinkt misschien als eenvoudige vragen, maar volgens Idris is het waar de medezeggenschap haar waarde moet bewijzen.
Want achter organisatie-eenheden, functies en structuren zitten studenten en medewerkers. ‘Verandering is spannend. Het brengt onzekerheid met zich mee.’
‘Het is een eigenwijs volk’
Als er één woord is dat Idris gebruikt voor de nieuwe Hogeschoolraad, is het eigenwijs. ‘In de meest positieve zin van het woord.’ Twintig raadsleden zitten er aan tafel en ongeveer de helft is nieuw. De rest kent het medezeggenschapswerk al wat langer. Idris noemt het ‘een mooie balans’. Ook komen de leden uit verschillende afdelingen van de HU. Dat zijn veel verschillende perspectieven waarmee je als voorzitter moet dealen.
Zijn voorganger Rinne Post gaf hem een advies mee: leer snel hoe je met verschillende medezeggenschappers omgaat. Idris begrijpt die tip wel. Zelf is hij immers jarenlang een van die eigenwijze raadsleden geweest. ‘Het is mijn taak om alle verschillende perspectieven de ruimte te geven.’
Dat betekent niet dat iedereen het met elkaar eens hoeft te zijn. De vorige raad kende stevige discussies en voormalig voorzitter Post sprak bij zijn afscheid over polarisatie. Idris ziet discussie niet als probleem. ‘Het mag best hard op de inhoud zijn. Maar uiteindelijk moet de raad wel samen verder.’
‘Het was een bewogen verkiezingstijd, waarin vooral de onderlinge verschillen zijn uitgelicht. Nu gaan we het interne gesprek voeren en de focus leggen op wat ons verbindt. Ik heb het vertrouwen dat dit deze raad gaat lukken en kijk er naar uit aankomende twee jaar deze bijzondere groep te mogen voorzitten.’


