OC/instituutsraad van het Instituut voor Veiligheid: ‘Die controlerende rol is belangrijk’

Deel 3 van een korte serie over opleidingscommissies: 'Ik heb meer begrip voor de kant van het management.’

Je hoort niet veel over opleidingscommissies. Toch hebben ze al enkele jaren wettelijk veel te zeggen. Iedere opleiding aan de HU kent een opleidingscommissie (OC) of gemeenschappelijke opleidingscommissie (GOC). Sommige kleine instituten voegen OC en instituutsraad samen, zoals bij het Instituut voor Veiligheid.

In deze korte serie over de mensen achter de OC’s deel 3: de studenten en de docentvoorzitter van de OC/instituutsraad van het Instituut voor Veiligheid.

Het Instituut voor Veiligheid bevat de voltijd en deeltijd bachelor Integrale Veiligheidskunde (IVK) en twee minoren. Studenten worden opgeleid tot ‘regisseurs van veiligheid’. Zoals veiligheidscoördinator bij bedrijven of medewerker rampenbestrijding bij een gemeente.

Voorzitter van de OC/instituutsraad is Geertje Siegmund. Ze is stagebegeleider, -coördinator en studieloopbaanbegeleider bij IVK. In 2017 kwam ze in de raad en sinds 2018 is ze voorzitter.   

Daarnaast zit Noa Broeders sinds 2018 in de raad. Ze is vijfdejaars IVK en zou vorig jaar afstuderen, maar dat is door corona-perikelen vertraagd. Inmiddels heeft ze het stokje doorgegeven aan tweedejaars Kevin van Dijk, die in september begonnen is in de instituutsraad.

Waarom hebben jullie een gecombineerde OC en instituutsraad?
Geertje Siegmund: ‘Wij zijn niet zo’n groot instituut en daarom kozen we ervoor het samen te laten gaan. Toen de OC opgegaan was in de instituutsraad, bleek het moeilijk te combineren omdat we nogal veel zaken wilden oppakken. Na overleg met de directie is besloten dat studenten meer vergoeding krijgen voor het werk in de instituutsraad en voor de OC.’

Kevin van Dijk

Het is dus best zwaar om beide rollen te combineren?
Noa Broeders: ‘Ik vind het niet zwaar. Het is uitdagend omdat je van zowel het OC-werk en dat van de instituutsraad iets meekrijgt. Je kunt van elkaar leren. De een is beter in zaken als de begroting en de ander in het betrekken van studenten. Zo kun je er met z’n allen iets moois van maken.’
Kevin van Dijk: ‘Ik kwam eigenlijk in de raad voor het studentenbelang, maar ik heb een bredere kijk gekregen. Ik heb meer begrip voor bijvoorbeeld de kant van het management.’

Siegmund: ‘Doordat je het hele perspectief kent, krijg je meer zicht hoe dingen doorwerken, zowel voor het onderwijs als in de richting van de directie. Wij zijn als raad best zichtbaar, kunnen ons met veel zaken bemoeien en roeren zo in veel potjes mee. We zitten bijvoorbeeld vrijwel altijd in de sollicitatiecommissie bij het aanstellen van nieuwe collega’s. Om dat te bereiken, werken we veel met elkaar samen en stemmen ook veel met elkaar af. Elke week hebben we een overlegmoment.

Dat heeft als bijvangst dat alle leden binnen de raad zich betrokken en verantwoordelijk voelen. Zo’n gelijkwaardige betrokkenheid binnen een raad is niet altijd vanzelfsprekend. In ieder geval is dat mijn indruk na gesprekken met andere raden . Veel werkzaamheden blijven toch vaak op het bord van de voorzitters liggen. Ik denk dat andere instituten onze manier van werken best kunnen kopieren.’

Waarom zetten jullie je in voor de OC/instituutsraad?
Broeders: ‘Ik ben begonnen als klassenvertegenwoordiger en maakte deel uit van de klassenvertegenwoordigersberaden (KVB). Eenmaal in de instituutsraad ben ik deze gaan organiseren. Sinds dit collegejaar hebben we het format iets aangepast en de naam veranderd in klankbordsessies, met critici. Ik ben sowieso een actieve student; ik heb extra uitdaging nodig.

Normaal gesproken geef je als klassenvertegenwoordiger de dingen die spelen door aan de instituutsraad. Toen dacht ik: hoe mooi is het als ik zelf een plek ga innemen en zelf aan de slag kan? Verder wilde ik politieke en bestuurskundige ervaring opdoen.’

‘Tijdens online onderwijs werd het door studenten als positief ervaren dat docenten staand lesgeven’

Van Dijk: ‘Ik heb eigenlijk hetzelfde verhaal als Noa. Als klassenvertegenwoordiger gaf ik altijd mijn mening. Daar wilde ik iets mee doen. En ik wilde ook bestuurlijke ervaring opdoen.’

Siegmund: ‘Ik wil graag weten hoe het zit, stel snel vragen en geef gauw mijn mening. Ik zocht een platform waarin die eigenschappen voor meer mensen nuttig zouden kunnen zijn; constructiever. Binnen de instituutsraad kun je thema’s die leven onder studenten en medewerkers breder bespreekbaar maken.’

Geertje Siegmund

Ik begrijp dat het systeem van klassenvertegenwoordiging een belangrijk element is bij het instituut. Hoe werkt het?
Broeders: ‘De klankbordsessies zijn gesprekken tussen studenten en cursuscoördinatoren over hoe studenten het onderwijs de afgelopen periode hebben beleefd. Het gaat er om de ervaring bespreekbaar te maken. Dit is een aanvulling op de bestaande enquêtes. Die gesprekken voeren we volgens een format: we vragen per vak uit aan studenten hoe ze de lessen hebben ervaren.

De klassenvertegenwoordiging bestond al toen ik in de raad kwam. Dat is een waardevolle bron van informatie voor ons omdat wij van alle klassen informatie krijgen. Na elk blok is er een beraad van klassenvertegenwoordigers. Zo weten wij wat er speelt en kunnen wij zaken doorspelen naar het management.’

Siegmund: ‘De cursuscoördinatoren kunnen er bijvoorbeeld uithalen wat wel en niet werkt in de lessen. In deze coronatijd met online onderwijs werd het bijvoorbeeld door studenten als positief ervaren dat docenten staand lesgeven. Dan lijkt het net of hij in een klas staand lesgeeft.’

In notulen van het klassenvertegenwoordigingsberaad las ik dat er best kritische noten gekraakt worden. Het ontbreekt aan de veiligheid in de lessen: studenten durven niet te praten over zichzelf, staat er.
Siegmund: ‘Dit gaat specifiek over de lessen professionele vaardigheden. Wij vragen daar specifiek naar. Studenten moet daarbij stilstaan bij hun eigen socialisatie, wat hun als mens heeft gevormd. Dat gaat over de leuke kanten maar ook over vervelende ervaringen, als iemand werd gepest bijvoorbeeld. Daarom vragen we nadrukkelijk naar die ervaring van veiligheid. Studenten moeten zich op hun gemak voelen om er vrijuit over te praten en er emotioneel over te zijn.’

Hechte band

Van Dijk: ‘In het eerste blok van het eerste jaar moeten studenten een presentatie houden. Dan komt het voor dat er bij sommige studenten heftige ervaringen bovenkomen waardoor zij emotioneel reageren en soms moeten huilen. Normaal gesproken bestaat er binnen een klas een hechte band, maar met het online onderwijs is dat nu een stuk minder.’

Waar houdt de instituutsraad zich verder mee bezig?
Siegmund: ‘Het managementplan: daarin worden keuzes gemaakt waar het geld en de aandacht naartoe gaan. Goed onderwijs tijdens corona. We willen ons richten op de visievorming binnen het instituut. Na de accreditatie van vorig jaar is het tijd om onze visie tegen het licht te houden. En voor de studenten is het van belang dat we ons bezig hebben gehouden met de besteding van de kwaliteitsgelden. Dit gaat bij ons voor een groot deel naar extra begeleiding van studenten.’

Managementplan en visie, zijn de studenten daarom in de instituutsraad gaan zitten?
Van Dijk: ‘In eerste instantie niet per se daarvoor. Maar wij kunnen wel bekijken of de onderwerpen in zo’n managementplan in het voordeel van de studenten uitpakken. Die controlerende rol ten opzichte van het management is belangrijk.’

Broeders: ‘Zo’n managementplan is niet het allerleukste in de wereld waar ik me mee bezig kan houden. Maar het is interessant om te zien hoe zo’n document in elkaar zit. Je leert kritisch te zijn op die stukken. In het begin wist ik niet wat ik hiermee moest. Gaandeweg leer je waar je naar moet kijken. Voor in je toekomstige functie leer je om kritisch te zijn op de stukken die je krijgt.’

Noa Broeders

Welke onderwerpen willen jullie in de nabije toekomst nog aanpakken?
Broeders: ‘Vanuit mijn portefeuille klassenvertegenwoordiging zou ik graag de deeltijd erbij betrekken. De evaluaties van de deeltijd zijn voor ons vrij onzichtbaar. Ik wil daar nu samen met Kevin mee aan de slag gaan.’

Worden jullie door het management serieus genomen?
Siegmund: ‘Over het algemeen gaat de samenwerking goed. Soms zijn we het niet met elkaar eens. Dat is ook logisch omdat we verschillende posities hebben. Afgelopen coronaperiode ging het over het bijstellen van de ambities omdat mensen veel op hun bord hadden. Het management wilde de teamontwikkeling op een lager pitje zetten. De HU wil dat de docentengroepen zich ontwikkelen tot resultaatverantwoordelijke teams. Wij waren het er als instituutsraad niet mee eens, want binnen ons instituut zijn hier nog wat stappen voor nodig. Het is ons gelukt om dit weer op de agenda te zetten.’

‘Bij sommige studenten komen heftige ervaringen boven waardoor zij emotioneel reageren en soms moeten huilen’

Hoe is de samenwerking binnen de OC/instituutsraad tussen docenten en studenten?
Broeders: ‘Supergoed vind ik. Ik ken de mensen die in de raad zitten als docent. Maar je krijgt een heel andere band: je wordt gelijkwaardige collega’s. Voor corona gingen we wel eens met elkaar borrelen of eten. Daarbij spraken we ook over zaken die niet te maken hebben met werk of studie maar over persoonlijke zaken. Dat vormt echt een band.’
Van Dijk: ‘We zijn het eigenlijk altijd wel eens. We kijken vanuit het perspectief van de studenten en vanuit de docenten en komen dan tot een gezamenlijke oplossing.’
Siegmund: ‘Er is in de instituutsraad een gelijkwaardige samenwerking.’

Is de OC/instituutsraad een springplank naar bijvoorbeeld de Hogeschoolraad of iets buiten de HU?
Siegmund: ‘Ik weet niet waarheen, maar ik leer er veel van. Dingen vanuit meerdere perspectieven zien en de zaken genuanceerder bekijken. Ik zit in de instituutsraad omdat ik het prettig vind om zo kort op het vuur te zitten. In de Hogeschoolraad zou ik te ver weg zitten van het instituut.’ 

Broeders: ‘Voor mij wel. Ik heb ambities in de politiek. Ik ben lid van GroenLinks en de jongerenclub DWARS. Mijn stage liep ik bij GroenLinks in Utrecht en het lijkt mij leuk om een baan te hebben en daarnaast gekozen te worden in de gemeenteraad.’

Van Dijk: ‘Ik zou het niet willen omschrijven als springplank. Ik heb meerdere ambities. Niet om zitting te nemen in de Hogeschoolraad. Momenteel zit ik in het landelijk thema-afdeling Justitie & Veiligheid van D66. Die organiseert workshops en cursussen voor leden. En ik heb interesse om een plek in de gemeenteraad van Amersfoort te bemachtigen.’

Lees ook deel 1: Studenten uit de OC Vaktherapie: ‘Ik wilde zien wat er achter de schermen gebeurt’
en
Deel 2 GOC-leden Institute for Finance & Accounting: ‘Wij doen veel voor studenten, maar dat is niet altijd bekend’

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *