Waarnemend voorzitter Fred de Graaf van de VVD-fractie in de Eerste Kamer en zijn collega Jos Werner van het CDA hadden dinsdag kritiek op de kabinetsplannen om trage studenten aan te pakken.
Het duidelijkst was VVD-senator De Graaf. Tijdens de algemene politieke beschouwingen liet hij het kabinet afgelopen dinsdag weten dat hij het terugdringen van de aantallen langstudeerders een goede zaak vindt, maar dat hij ‘een groot vraagteken’ plaatst bij bij de voorgenomen aanpak van de regering.
Verkeerde prikkel
‘Een verplichting voor de universiteiten om 6000 euro te betalen voor elke student die meer dan vijf jaar over zijn studie doet, kan nu juist wel eens de verkeerde prikkel blijken te zijn’, staat in het voorlopige verslag. ‘Dit heeft alles te maken met het gegeven dat de bekostiging van de hogescholen en universiteiten nu afhankelijk is van het aantal studenten en het tempo waarin zij afstuderen.’
De commissie-Veerman stelt volgens de VVD-senator terecht dat deze onderwijsinstellingen minder afhankelijk moeten zijn van een systeem dat vooral gebaseerd is op studentenaantallen en veeleer gefinancierd moeten worden op basis van hun profiel en prestaties. ‘Langs die weg kan de kwaliteit van het hoger onderwijs worden verbeterd. Dat zal van de onderwijsinstellingen, maar ook van de regering, duidelijke keuzes vragen.’
Twijfels
Ook voorzitter Jos Werner van de CDA-fractie in de senaat heeft zijn bedenkingen: ‘Twijfels hebben wij over de rechtvaardigheid van de uitwerking van de 3000 euro extra collegegeld om het lang studeren terug te dringen. Is het in feite niet een forse bezuiniging van 300 miljoen op het hoger onderwijs?’


Deze wetsplannen zijn volgens mij retroactief en dus illegaal. Volgens Titel VIII en Artikel II-109 van door de Unie gewaarborgde rechten van de mens mag
niemand ‘worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten dat geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde van het handelen of nalaten. Evenmin mag een zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Indien de wet na het begaan van het strafbare feit in een lichtere straf voorziet, is die van toepassing’ (http://www.europa-nu.nl/id/vgn7tfv87qyc/artikel_19_niet_retroactiviteit).
Bovendien worden de universiteiten toch alleen maar voor de nominale tijd gefinancierd.
’Universiteiten worden ook voor studenten maar gefinancierd voor het aantal jaren dat het curriculum nominaal duurt. De studiefinanciering houdt ook op na maximaal 5 jaar, wat de tijd is die een goede student over zijn technische studie doet. Het langer studeren kost de belastingbetaler dus niets’ (Hoekstra 2010: http://www.lr.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=dfdc21dd-cb49-490a-a7dd-d8aedaa8c66d&lang=nl)
Inderdaad, een studiejaar is niet een hoopje stenen, maar een maand bouwwerk. Niet een uurtje sporten, maar een deel van de wedstrijd. Rechtszekerheid vereist dat gevolgen van keuzes en situaties in het verleden (lees studievertraging) niet volgens nieuwe regels achteraf mogen worden bestraft. Dit betekent dat voor huidige studenten de studiejaren-teller in de beoogde wet pas bij ingaan van die wet zou mogen gaan lopen, of dat huidige studenten helemaal buiten de regeling moeten vallen.
Overigens zijn er m.i. al voldoende stimuli om niet te lang te studeren (studie- en leefkosten, stufi- en diplomatermijnen, geldigheid studiepunten, studieschuld etc).
Langstudeerders lenen de benodigde extra stufi en betalen die met rente naar beste vermogen terug.
De OV hoort nog wel bij de prestatiebeurs; Het zou niet gek zijn om die dan ook maar te gaan lenen in de extra studiejaren in plaats van de belastingbetaler hiervoor te laten opdraaien (jaarlijks ca 1700 € per langstuderende).
En langstuderen kost de instellingen extra geld, maar zij hebben ook invloed via betere selectie, onderwijskwaliteit, handhaving en begeleiding.
En waarom kost een langtudeerers de instellingen extra geld?
En ook, de regering betaalt alleen maar voor de nominale tijd en niet meer…