Op de middelbare school was hij kakkineus, met skinny jeans en Nike Air Force. Nu loopt Olivier (Arts & Research aan Sint Joost in Den Bosch, met een minor Inleiding Toegepaste Psychologie aan de HU) rond in wijde broeken uit de kast van zijn moeder. Zijn stijl? ‘VPRO Flowerboy’, oftewel een zachte, kleurrijke jongen met een voorliefde voor alles wat net niet doorsnee is. Zo uitgesproken was hij niet altijd.
VPRO Flowerboy, ben je dat?
Een beetje wel. Ik ben van nature zacht, geen type dat snel de confrontatie opzoekt, en dat zie je terug in wat ik draag: comfortabel, vintage, met een grunge-randje. Maar zacht betekent niet dat ik het veilig houd. Ik probeer graag dingen uit, ook als het misgaat.
Soms waag ik het erop: een strakke coltrui met een hoodie eroverheen, of zilveren kruizenkettingen: echt vreselijk. Op het moment zelf denk ik: oja, leuk. Maar halverwege de dag kan ik niet wachten om naar huis te gaan en me om te kleden. Ik heb weleens acht outfits aan gehad voordat ik de deur uit ging. Dus Flowerboy? Misschien dan vooral een flowerboy met spijt.

Waar begon dat?
Op de basisschool werd ik voor een groot deel aangekleed door mijn moeder: tuinbroekjes en bloesjes. Rond mijn 8e of 9e werd ik me bewuster van wat ik aanhad, en ineens vond ik mijn oude kleren stom. Mijn moeder vond dat jammer, want zij leefde echt op van die aankleedmomentjes. In groep 8 was het Coolcat, van die shirts met smileys, nu vind ik het niet om aan te zien.
Toen ging je naar de middelbare school… hoe ging dat?
Ik was kakkineus en liep rond in skinny jeans, Nike Air Force en een Tommy Hilfiger. Ik paste er gewoon tussen, en dat is alles wat je wil op de middelbare. Wie excentriek gekleed ging, met gekleurd haar of van die netpanty’s, werd gepest.

Heb je zelf ooit gepest?
Ik was de stille toekijker. Af en toe maakte ik een grapje, daar heb ik nog steeds spijt van.. Dat gevoel dat je je eigen hachje moet beschermen gaat pas weg als je ouder bent. Nu zou ik me altijd uitspreken. Ik weet hoe het voelt om aangevallen te worden om wie je bent, want dat heb ik zelf ook weleens meegemaakt vanwege mijn geaardheid. Je voelt je klein, nietig, terwijl je er niks aan kunt doen.

Heb je daar spijt van, dat je je aanpaste aan de meute?
In die periode voelde dat comfortabel, goed. Als ik terugkijk, waren die leerlingen heel stil en verdrietig. Dat maakt het extra bewonderenswaardig dat ze zich zo bleven kleden, het toont veerkracht. Soms denk ik: had iedereen daar maar een beetje meer van. Ook op die jonge leeftijd.

Tot waar lukte dat, erbij horen?
Het budget van thuis was niet toereikend, en er was een periode dat ik er zo graag bij wilde horen dat ik merkkleding ben gaan stelen. Ik was veertien. Op een gegeven moment werd ik gepakt bij de Hudson’s Bay, en terecht, achteraf. Ik werd buiten de winkel staande gehouden en ze belden direct mijn ouders. Mijn moeder bracht de gevleugelde uitspraak ‘ik ben niet boos, maar heel erg teleurgesteld’ uit. Ze greep me hard bij mijn arm en bleef lang boos, niet wetende wat ze met me aan moest. Mijn vader vond het allemaal wel grappig.
Daarna volgde het hele traject. Ik moest naar Halt, had een gesprek met de officier van justitie en zat tien uur in een politiecel. Ik zat angstig aan een bureau te wachten op een verhoor, en van de bewaker kreeg ik de Linda te lezen. Die wist al wat voor mannetje hij voor zich had, haha. Daarna moest ik twaalf uur spiegelen in de Appie (het naar voren schuiven van producten in het schap, red) en een boete betalen.

En wat deed dat met jou?
Ik heb het daarna nooit meer gedaan. Het voelde alsof er een opening kwam om me eindelijk te kleden hoe ik het zelf wilde. Ik vond het niet meer de moeite waard, al die moeite voor wat aanzien. En dodelijk gênant, voor stelen een halve dag in de bak belanden.
Waar begon dat uiten van jezelf, met kleding?
Op mijn zeventiende, denk ik, bij mijn eerste bosrave aan de rand van Tilburg. Ik ging erheen met mijn beste vriendin Anna, haar oudere broer nam ons mee. Die feesten waren illegaal.
Het voelde als een filmset: een donker bos, mensen onder invloed, harde muziek en tussen de bomen een generator met iemand die aan het draaien was. Mensen hadden donkere make-up op en droegen grote baggy kleding in gekke kleurtjes. Ik voelde me een outsider, compleet underdressed in kleding die ik anders niet droeg.
Wij hebben die avond verpest, door glow-in-the-darkbandjes in de bomen te hangen, zodat we wisten waar onze tassen en jassen lagen. Zo vond de politie de rave en rolde die het hele feest op. De newbies hadden het verpest.

Toen kwam de kunstacademie. Wat was je eerste indruk?
Mensen hebben er excentrieke kledingstijlen en uitbundige persoonlijkheden. Het is er ook relaxed: je kunt ook in een joggingbroek komen.
Ik heb geleerd dat ik het niet eens hoef te zijn met iemand om met diegene te studeren. Het zijn fijne studiegenoten en onverwacht kun je elkaar inspireren, omdat je andere interesses en uitgangspunten hebt.
Denk aan iemand in een galajurk met teenslippers en een bontjas op een doordeweekse dinsdag. Good for them. Ik heb weleens gevraagd waarom ze dat aanhebben, en dan blijkt dat ze het gewoon leuk vinden. Wat maakt mijn mening dan uit? Hoe gezond is een omgeving waarin je vrij jezelf kunt zijn.

En qua kleding heeft dat ook iets bij mij veranderd: hele wijde broeken, die draag ik nu alleen nog maar. Net als felle, gekleurde tops en een neusring zoals ik er nu uitzie. Misschien iets veiliger dan het blauwe haar en zwarte make-up, maar niet veilig. De eerste keer voelde dat gek en out of character.
Wat heb je van je ouders meegekregen?
Ik duik vaak in de kast van mijn moeder. Ze heeft veel tatoeages, een grote rode bos met krullen en draagt wijde, kleding met veel printjes. Ze is excentriek, een echte diva. Ik hoop daar een beetje op mee te liften. Door haar shop ik nu vaker op de vrouwenafdeling. Het boeit me niet als ik blikken krijg. Er is geen scheidslijn tussen waar je als man wel of niet mag winkelen, en vrouwenbroeken zitten gewoon beter. Iedereen wil toch een goede kont in een broek? Dus doe er je voordeel mee.
Hoe zou je jullie band omschrijven?
Mijn vader is uit de picture, dus dat brengt ons dichter tot elkaar. We spreken elkaar twee keer per week aan de telefoon en leggen ons gevoel bij elkaar neer. Ze is maar 20 jaar ouder dan ik.
Afgelopen zomer in Kroatië had ik niet het idee dat ik met mijn moeder op vakantie was. We drinken samen wijn, roken peuken en liggen als zeesterren in het zand, het gaat allemaal zo natuurlijk. Ik zou alles met haar delen, misschien wel meer dan met een goede vriend of vriendin.

Hoe reageren mensen op wat je draagt, en hoeveel boeit dat je?
Ik krijg complimentjes. Als mensen er iets van vinden, durven ze dat vaak niet te zeggen. Het boeit me eigenlijk sowieso niet, en het voelt bevrijdend dat je er niet mee bezig hoeft te zijn. Al hangt het wel af van hoe ik me op een dag voel. De ene dag loop ik met de meeste confidence over straat, de andere dag heb ik een joggingbroek en een bril op.
Ben je daar nog niet helemaal?
Ik kijk uit naar het moment dat ik er helemaal niks meer om geef. Als ik op straat iemand zie die dat punt bereikt heeft, denk ik: good for you. Compleet comfortabel zijn met jezelf kan best een uitdaging zijn. Als mijn haar slecht zit, zet ik toch snel een petje op. Het zal met de tijd komen.

Wat zou je tegen je veertienjarige zelf zeggen?
Stel je niet zo aan met dat meelopen. Blijf dicht bij jezelf. Ergens is het heel logisch dat je erbij wilt horen, want je hebt je identiteit nog niet ontwikkeld. Ik was toen een in-de-kast-homootje. Ik denk dat veel mensen dat op die leeftijd hebben. Maar tegenwoordig is het anders: de subculturen hadden we toen niet. Als je weet dat je er goed uitziet, mag je dat ownen. But stay humble.


