Overdag in de collegezaal, ’s avonds in de sporthal en in het weekend wedstrijden handbal op het hoogste niveau. Voor fysiotherapie student Kari van der Staak is dat een standaardweek. Daar kwam twee weken een deelname aan het FISU World University Championship Handball in Bordeaux bij. Net terug in Nederland, vertelt ze hoe ze het allemaal klaarspeelt.
‘Ik handbal nu al zo’n vijftien jaar, en ik ben nu twintig, dus ik doe het al wel een tijdje,’ lacht Kari. Haar ouders waren vroeger ook fanatieke sporters. ‘Ze hebben veel gefietst, gezwommen en hardgelopen.’ Haar broer en zus hebben de afgelopen jaren samen marathons en Hyrox-wedstrijden gelopen.
In Elshout, het dorp waar ze opgroeide, was voetbal voor de jongens en handballen voor de meiden. Dus op een dag kwam ze thuis en zei: ’Papa, mama, ik wil handballen.’ Ze kreeg al snel een voorkeur voor het keepersvak.
‘Na zes jaar ging ze naar Tachos, een grotere club in Waalwijk en speelde daar op het hoogste jeugdniveau. ‘Alle meiden in mijn team wilden daar verder groeien. Maar onze teams bij Tachos speelden in de Hoofdklasse, de laagste landelijke competitie.’ Dus zocht ze verder.
Nu speelt ze bij Quintus, op het hoogste niveau van Nederland. ‘Eerst heette dat de Eredivisie, maar sinds twee jaar is de naam veranderd in de Super Handball League Women.’ Bij Quintus doorliep ze verschillende jeugdteams, voordat ze doorstroomde naar de dames 1, waar ze nu tweede keeper is. ‘Ik ben zeker aan minuten toegekomen dit seizoen, maar ik wil wel graag eerste keeper worden.’

Handballen in Bordeaux
Na het seizoen bij Quintus, waarin de ploeg als vijfde eindigde, reisde Kari twee weken geleden met het Nederlandse studententeam naar Bordeaux voor het 2026 World University Championship Handball, een wereldkampioenschap voor nationale studententeams. ‘Toen ik de term studentenhandbal hoorde, klonk het voor mij de eerste keer een beetje alsof we Atje-kratje gingen drinken. Maar het gaat om hoog niveau handbal.’
‘De voorwaarde om mee te mogen doen voor Nederland, was dat je op het hoogste niveau speelt of in het buitenland,’ legt Kari uit. Op basis daarvan stellen de trainers de selectie samen. ‘Ik hoorde al vrij vroeg dat ik erbij zat, ergens in oktober vorig jaar.’
Samen trainen bleek lastig. ‘Omdat we in de normale competitie tegenstanders van elkaar zijn, vonden onze clubtrainers het niet ideaal als we tussendoor met elkaar zouden trainen.’ Daarom heeft het Nederlandse studententeam uiteindelijk maar twee oefenwedstrijden en drie gezamenlijke trainingen gehad.
Het toernooi bestond uit een poulefase en een knock-outfase. Nederland speelde onder andere tegen Frankrijk, China, Polen en Brazilië en bereikte uiteindelijk de finale, waarin het team zilver won. ‘Ik had elke wedstrijd een basisplek,’ zegt Kari koeltjes.
‘Onze openingswedstrijd en de finale waren allebei tegen Frankrijk,’ vertelt ze. ‘Die verloren we allebei. De finale echt ruim helaas (42 – 28). Het was balen dat we in die wedstrijd niet konden laten zien hoe goed we de rest van het toernooi hebben gespeeld. Maar we mogen trots zijn op onze zilveren medaille,’ besluit ze.

Studeren en topsport
Kari is dus ook vierdejaars Fysiotherapiestudent. ‘Ik ben nu bezig met mijn afstudeerstage,’ vertelt ze. Ze traint vier keer per week met Quintus. ‘We hebben zes trainingen per week,’ licht ze toe. Op dinsdag en donderdag traint ze dubbel: ‘Dan doen we bal- en krachttrainingen.’ De vrijdag is gereserveerd voor videoanalyse. ‘We bekijken dan de tegenstander van die week en maken het gameplan voor de wedstijd.’
Om alles te kunnen combineren met haar studie heeft ze een topsportstatus op de HU, en zit ze in een sportklas van haar opleiding. In die klas zitten nog meer topsporters, maar ook “normale” studenten. ‘We hebben nooit later dan 15:00 uur les. En mijn trainingen zijn over het algemeen ’s avonds.’ Het sportcomplex van Quintus ligt op een half uurtje rijden ten zuiden van Den Haag. ‘De verplichting van onze lessen is ook niet zo heel erg streng, ik kan er wel wat missen.’
Een goede planning is cruciaal om alles te kunnen bolwerken, legt Kari uit. ‘Woensdagavond is voor mij heilig, dan hang ik in de ideale situatie op de bank. De andere avonden ben ik handballen, dus dan heb ik geen tijd voor mijn studie. Zondag is mijn weekenddag. Soms ga ik dan iets doen met familie of vrienden, maar meestal gebruik ik die voor mijn studie.’
Met haar stage gaat het net even anders. ‘Ik heb nu altijd op donderdag vrij. Die dag gebruik ik, samen met zondag, vaak voor mijn studie.’ Op trainingsdagen probeert ze bovendien eerder te vertrekken. ‘Meestal om 16:00 uur, zodat ik nog kan eten en daarna naar de training kan.’ Kleine studieopdrachten maakt ze soms in de auto als ze met iemand meerijdt.
De dagen zijn daardoor lang. ‘Een normale weekdag begint voor mij vaak om 07:00 en dan ben ik pas rond 23:30 weer thuis. Thuis slaap ik alleen maar.’ Op zaterdagen begint ze ook nog om 8:00 met haar bijbaantje. ‘Ik werk dan een ochtend en een middag, en dan ga ik meestal meteen door naar mijn wedstrijd.’
Hoe houd je dat in hemelsnaam vol? Daar hoeft Kari niet lang over na te denken. ‘Ik haal heel veel plezier en energie uit het handballen zelf. En slaap is voor mij heilig, die heb ik nodig om dit vol te kunnen houden.’
‘Het is soms toch best veel allemaal,’ vertelt Kari. Daarom is ze ook thuis blijven wonen in Elshout. ‘Zo hou ik m’n kosten laag en kan ik blijven topsporten.’ Ook kan ze vanuit huis makkelijker carpoolen met teamgenoten uit Brabant naar trainingen en wedstrijden.

Wat topsport je kost
Kari moet het vaak doen met weinig vrije tijd. ‘In de zomer heb ik dat iets meer. Juli is altijd handbalvrij, dus dan ga ik met vriendinnen stappen en drink ik weleens alcohol.’
Vanuit de club krijgt ze geen (alcohol)dieet opgelegd, maar zelf let ze scherp op haar leefstijl. ‘Voeding, slaap, herstel en krachttraining vind ik interessant. Ik let op mijn eiwitten en macro’s, niet omdat het moet, maar omdat ik er beter van word.’ Tijdens het seizoen geldt wel een ongeschreven regel: alcohol mag nooit invloed hebben op je prestaties. ‘Daarom drink ik bijvoorbeeld nooit de avond voor een wedstrijd.’
Ook haar sociale leven staat onder druk. Verjaardagen, borrels en etentjes schieten er bij in. ‘Dat leer je accepteren, maar bij grote momenten baal ik daar echt van. Het moeilijkste is als mensen niet begrijpen dat een training of wedstrijd voor mij geen afspraak is die ik zomaar kan afzeggen.’
De landelijke competitie gaat altijd door, zelfs tijdens carnaval. ‘Ik ben een Brabander in hart en nieren, dus als ik carnaval moet missen doet me dat wel pijn. Dit jaar vierden meerdere vriendinnen van Kari hun 21-diner. Ook daar kon ík dan niet bij zijn.’
Topsport vraagt volgens haar niet alleen iets van de sporter zelf, maar ook van de mensen om haar heen. ‘Ik leef echt op van mijn vriendinnen en familie. Juist daarom vind ik het lastig dat ik minder spontaan kan zijn.’
Toekomst
Nu haar afstuderen in zicht is, kijkt Kari voorzichtig vooruit. ‘Vroeger droomde ik ervan om bij het Nederlands elftal te spelen en in het buitenland.’ Die droom begint weer te kriebelen nu ze straks haar diploma op zak heeft. ‘Handbal is in Nederland geen vetpot. Maar met een diploma op zak heb ik wel een vangnet en ben ik vrij om te gaan en staan waar ik wil.’
Scandinavië lonkt, net als Duitsland. ‘Dat zijn de top handballanden, daar kun je er ook van leven. Ik zou het prachtig vinden als ik daar ooit kan spelen.’ Maar ze blijft nuchter. ‘Eerst maar eens veel minuten maken in de eredivisie, en mezelf in de basis spelen.’
Ook een toekomst als fysiotherapeut ziet ze wel zitten. ‘Kruisbandblessures vind ik interessant. Daar zou ik me graag in willen specialiseren.’ Een baan als fysiotherapeut bij een club ziet ze niet zitten. ‘Als ik stop met handballen, lijkt het me juist fijn om vrije avonden en weekenden te hebben. En dat zijn precies de uren waarop je als clubfysio vaak werkt.’


