Nieuws

Voor de klas in (v)mbo is vak apart

Lesgeven aan vwo’ers en havisten is iets heel anders dan voor een (v)mbo-klas staan, vindt onderwijsminister Jet Bussemaker. Hbo-studenten die leraar willen worden in het beroepsonderwijs moeten zich voortaan specialiseren.

Bussemaker wil studenten beter voorbereiden op een carrière in het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs, schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer. Ze stelt vier miljoen euro beschikbaar voor een nieuwe ‘educatieve minor beroepsonderwijs’ en nog eens veertien miljoen voor scholing van (v)mbo-docenten die al voor de klas staan.
 
Studenten die een tweedegraads lerarenopleiding volgen, kunnen vanaf 1 september kiezen voor de afstudeerrichting (v)mbo. “De kwaliteit van het beroepsonderwijs staat of valt met hoe goed de docent is”, schrijft Bussemaker.
 
De nieuwe educatieve minor in het hbo is bedoeld om meer studenten enthousiast te maken voor lesgeven. “De minor moet een aantrekkelijke route naar het leraarschap worden, juist voor beroepsgerichte vakken waarvoor nog geen goede aansluitende lerarenopleiding bestaat.” Als voorbeelden noemt ze de studies verpleegkunde en werktuigbouwkunde.
 
Anders dan wo-studenten die een educatieve minor volgen, krijgen hbo-studenten na afronding geen lesbevoegdheid. Wel ontvangen ze vrijstelling voor sommige vakken als ze na hun bachelor kiezen voor een lerarenopleiding.
 
Universitaire bachelorstudenten kunnen al sinds 2009 een educatieve minor volgen en mogen dan wel meteen lesgeven op het vmbo-t (de oude mavo) en in de onderbouw van havo en vwo.
 
De aangekondigde maatregelen zijn gebaseerd op een advies van de Onderwijsraad van vorig jaar, waar voormalig staatssecretaris Zijlstra al welwillend op reageerde. De huidige lerarenopleidingen houden volgens de raad te weinig rekening met de specifieke kennis die nodig is om les te geven in het beroepsonderwijs.