Nieuws

Voorlopig geen krachtiger Onderwijsinspectie

Minister Bussemaker schuift een wet vooruit die haarzelf en de Onderwijsinspectie meer macht zou geven. Op verzoek van de Tweede Kamer wacht ze eerst het resultaat van eerdere ingrepen in het onderwijstoezicht af.

Er moest iets gebeuren om het vertrouwen in het hoger onderwijs te herstellen, na de problemen met twijfelachtige afstudeerroutes bij enkele opleidingen van Inholland. Ook elders was het niveau in het geding.
 
Misschien moest de inspectie van het Onderwijs tijdelijk de macht krijgen om risico’s in het hoger onderwijs op te sporen, opperden sommigen. Als opleidingen bijvoorbeeld enorm veel studenten krijgen of de financiën er onheilspellend uitzagen, zou de inspectie even kunnen kijken of het nog wel goed ging. Nu moet de inspectie wachten tot er hardere ‘signalen’ zijn, maar dan is het eigenlijk al te laat.
 
Ook zou de minister weer de macht moeten krijgen om in te grijpen als er sprake was van wanbeheer bij een universiteit of hogeschool. Nu kan de minister alleen via de bekostiging proberen om onderwijsinstellingen bij de les te houden.
 
Maar dit gaat voorlopig niet door. Er is immers al eerder gesleuteld aan het toezicht op het hoger onderwijs. Zo kan accreditatieorganisatie NVAO, die opleidingen eens in de zes jaar tegen het licht houdt, sinds 2011 een ‘gele kaart’ uitdelen. Opleidingen hoeven niet meteen te sluiten als ze een onvoldoende scoren, maar kunnen één of twee jaar de tijd krijgen om zich te revancheren. Hierdoor durven de keurmeesters strenger te oordelen – en dat blijkt ook te gebeuren.
 
Laten we eerst kijken hoe deze ingrepen uitpakken, zei de Tweede Kamer. Deze zomer komt er immers een evaluatie van het nieuwe toezicht. Mocht er nog iets aan schorten, dan kan de minister daarna alsnog de wet in de Tweede Kamer behandelen.
 
Zo gezegd, zo gedaan. De minister geeft de inspectie voorlopig geen extra bevoegdheden. De kwaliteit van het hoger onderwijs blijft de verantwoordelijkheid van de NVAO en de inspectie houdt slechts toezicht op het hele stelsel. Alleen bij incidenten krijgen de onderwijsinstellingen de inspectie op bezoek.
 
Het was overigens nooit de bedoeling om de Onderwijsinspectie voor onbepaalde tijd ‘risicogericht’ toezicht te laten houden. Het was alleen bedoeld als tijdelijke maatregel om het vertrouwen in het hoger onderwijs te herstellen. Critici vreesden dat de taakverdeling tussen de NVAO en de inspectie onduidelijk zou worden.
 
Van uitstel komt geen afstel, benadrukt minister Bussemaker. Ze wil wel degelijk haar eigen bevoegdheden uitbreiden om bij wanbeheer te kunnen ingrijpen. Maar dat heeft geen haast en kan ook na de zomer. Of het risicogerichte toezicht van de Onderwijsinspectie definitief van tafel gaat, moet nog blijken.
 
Op enkele andere wetswijzigingen wil de minister vooruitlopen in afspraken met de onderwijsinstellingen. Zo is het formeel nog niet verplicht om in de examencommissie externe deskundigen te hebben, al wordt het wel sterk aangeraden. Ook is het nog niet expliciet verboden dat managers in de examencommissie zitten, die onafhankelijk zou moeten zijn van het bestuur.