Achtergrond

Over de opa’s en oma’s van Hogeschool Utrecht. ‘Wij geven de jeugd zelfvertrouwen’

Paul en Leomaris. Foto: Trajectum / Kees Rutten

Soms lopen studenten vast en schiet de hulp van decaan, SLB’er of psycholoog tekort. Voor hen staat sinds een paar jaar een grote groep HU-gepensioneerden vrijwillig klaar. Zo kregen studenten Leomaris en Roza hulp van pensionado’s Job en Paul. Ze vertellen hun verhalen, over vertrouwen en het grootouders-gevoel.

‘Wil iemand aardbeien?’ Roza komt aanlopen in de kantine van Padualaan 97. Haar begeleider Job Krijgsman zit er al. Het is duidelijk dat deze pensionado en de student elkaar al jaren kennen. Er hangt vertrouwelijkheid in de lucht.

Job Krijgsman en Roza Kootstra. Foto: Trajectum / Kees Rutten

‘Roza is eigenlijk een atypisch geval’, vindt Job. ‘Ze heeft geen rugzakje.’

Ze kwam op haar achttiende naar Nederland en had altijd in de Elzas gewoond (Frankrijk), min of meer tweetalig opgevoed door haar Nederlandse vader en Franse moeder. ‘Maar toen ik de tolkopleiding Nederlandse Gebarentaal aan de HU ging doen, kwam ik erachter dat mijn Nederlands bepaald niet op niveau was.’

Via haar decaan kwam ze bij Job terecht. Hij helpt als oud-gediende bij de HU al jaren studenten. Ze komen bij hem terecht met uiteenlopende hulpvragen: een gebrek aan motivatie, een gebrek aan overzicht, niet kunnen plannen.

Samen video’s kijken

Job: ‘Aan decanen, psychologen, SLB’ers en lieve docenten is bij de HU geen gebrek. Studentwelzijn staat hoog op het prioriteitenlijstje van het huidige college van bestuur. Maar de tien minuten per week die een SLB’er extra kan krijgen voor het begeleiden van bepaalde studenten, zijn soms niet genoeg. Wij pensionado’s hebben bij wijze van spreken de hele dag de tijd.’

Job maakt deel uit van de VOM. Deze Vereniging voor Oud Medewerkers van de HU (voorheen Oud Goud) bestaat uit gepensioneerde medewerkers die vrijwillig naar studenten luisteren. Een decaan, leerteambegeleider of slb’er verwijst studenten door. Na een intakegesprek, waarin studenten hun voorkeuren (man, vrouw, Engels of Nederlands) kunnen doorgeven, worden ze gekoppeld aan een gepensioneerde. De begeleiding bestaat in principe uit een jaar lang gesprekken, maar kan worden verlengd.

Job en Roza troffen elkaar voor het eerst in 2024. Zij had hulp nodig met het Nederlands. ‘Daar zijn wij in principe niet voor’, zegt Job. ‘Daarvoor is Taalsupport. Maar hun hulp is vaak te weinig en te kort. Wij bieden meer aandacht. “Hoe gaat het met je leerteam”, vragen we. Daar blijkt zo’n student dan niet meer in te zitten. “Hoe zit het met je SLB’er?”, vragen we dan. En als het contact daarmee verwaterd blijkt, omdat het niet zo boterde tussen de twee, zeggen we: “Vraag dan een andere, waarmee het wél klikt”.’

Gedurende twee jaar troffen Roza en Job elkaar zes keer per jaar een paar uur lang in Padualaan 97. ‘In het begin bekeken we haar verslagen, die ze dan eerst had verbeterd met ChatGPT. Soms begreep ze de verbeteringen niet of wees ik haar op de overgebleven onvolkomenheden’, vertelt Job. ‘De HU is enorm gericht op verslagen. Alles moet in tekst gegoten. En dan mag je maar 1 fout op de 400 woorden maken. Terwijl, als het je taal niet is, maak je er algauw 1 op de 40. Dat heeft iets onrechtvaardigs.’

De deur staat wagenwijd open

In het afgelopen jaar keken ze samen video’s van Roza’s tolkactiviteiten terug. ‘Dat hielp me enorm’, vertelt Roza. ‘Ik zag er tegenop dat in mijn eentje te doen, want ik zag elke kleine fout. Werkwoorden op verkeerde plaatsen in de zin, ongelukkige vertalingen… Job wees me hoe het wél moest. Maar dat was niet het belangrijkste. Hij was geboeid door mijn vak. En door hem raakte ik ook weer enthousiast en zelfverzekerder.’

Job Krijgsman en Roza Kootstra. Foto: Trajectum / Kees Rutten

Meestal zien de begeleiders hun studenten eens in de drie weken. Aan het begin soms meer. Job: ‘Je moet je voorstellen dat bijna alle studenten die bij ons komen, zelf in crisis zitten. De meeste van hen hebben al een coach gezien, een psycholoog – al dan niet van de HU – en de studiehuiskamer. Het voordeel van ons is dat we onpartijdig zijn. Als ze willen spuien, kan dat altijd. Als ze vragen: “Kun je morgen afspreken?”, kan dat meestal ook.’

Altijd gemakkelijk is het niet. Job: ‘Je bouwt een enorme band op. Soms worden begeleiders zó boos. Op een docent of een examencommissie die in hun ogen oneerlijk is geweest. “Dan pakt een student eindelijk zijn studie weer op en dan kan hij niet eens op Canvas”, hoor ik dan. Maar we houden afstand, is de afspraak. We bemoeien ons niet met de HU, bellen of mailen niet.’

Maar nood breekt wet. Job: ‘Ooit had ik contact met een student van Turkse achtergrond van Social Work. Nadat ik haar had gesproken, meldden zich ineens ook zes van haar studiegenoten. Dan trek ik wel even aan de bel bij de opleiding. “Speelt er soms wat bij jullie?”’

Soms klikt het niet

Wanneer je elkaar ontmoet, is het altijd maar afwachten of het klikt. Job: ‘Nerveus zijn we geen van allen, vermoed ik. We zijn allemaal docent geweest en hebben ervaring met het begeleiden van studenten. Alleen: soms heb je een prettig eerste gesprek met een student en hoor je vervolgens niets meer. “Ja, dat komt door zijn problematiek”, zegt de decaan dan. “Hij is snel afgeleid, vergeet zaken of durft dingen niet.” Dan houden wij de deur wagenwijd open. “Joh, als het niet klikt, wil je dan misschien iemand anders? Of heb je nog vragen? App gerust”.’

Soms klikt het niet. En dat is lastig, want studenten durven dat meestal niet te zeggen. Het is een reden waarom we altijd afspreken dat de begeleiding stopt aan het einde van het studiejaar. Dan mag een student daarna eventueel een andere uitkiezen. Dat komt alleen niet vaak voor.’

In al die jaren heeft Job drie keer iemand geweigerd. Twee keer betrof het een student die zó ontevreden was over de opleiding dat Job niet verwachtte dat dat nog goed zou komen. ‘Na de intake had ik toeterende oren.’ Een andere keer dacht iemand dat deze pensionado’s zijn scriptie zouden schrijven.

Opa’s en oma’s oordelen niet

‘Onze relatie met de studenten kun je het beste vergelijken met die van grootouders’, vindt Job. ‘Veilig en zonder oordeel. Studenten gaan nogal eens gebukt onder te hoge verwachtingen. Ik zag een jongen die altijd te horen kreeg dat zijn opleiding te min was. Want zijn zussen werkten in Londen en “en jij rommelt maar wat aan”, was het steeds. Daar ging ik tegen in, natuurlijk. “Je bent razend intelligent”, zei ik dan.’ We onderschatten hoe belangrijk opa’s en oma’s zijn in een samenleving. Wij geven de jeugd zelfvertrouwen.’

Wanneer kan een decaan doorverwijzen? Als een student:
meer aandacht nodig heeft dan de normale begeleiding
geen contact meer heeft met de opleiding
geen overzicht meer heeft van wat hij af moet hebben
een stok achter de deur nodig heeft
overweegt te stoppen
zware mantelzorgtaken heeft

Ze helpen 45 studenten per jaar. De begeleiders mogen alleen oud-medewerkers van de hogeschool zijn. Die hebben al een VOG laten zien. Job: ‘Sommigen zijn streng, anderen zacht. Niet één keer heeft een student specifiek om een man of een vrouw gevraagd. We matchen de tweetallen naar eigen inzicht. En dat gaat vrijwel altijd goed.’

Job ging in 2021 met pensioen, na 35 jaar bij de hogeschool te hebben gewerkt. Aanvankelijk als docent Nederlands bij diverse economische opleidingen, later als teamleider bij een Engelstalige opleiding. Hij woont met zijn vrouw in Driebergen en ze hebben twee volwassen kinderen, binnenkort twee kleinkinderen. Hij doet veel voor de kerk. ‘Maar het geloof speelt geen rol in de gesprekken met mijn studenten. Maakbaarheid wél. Dood, ziekten, scheidingen en mislukkingen: je hebt niet alles in de hand.’

Leomaris zei uit schaamte niks

Student Ecologische Pedagogiek Leomaris Antonia Liriano en Paul Schulten. Foto: Trajectum / Kees Rutten

‘Toen ik in Nederland kwam studeren in september, liep ik vast’, vertelt Leomaris. ‘Mijn ouders komen beiden uit de Dominicaanse Republiek en met hen spreek ik Spaans. Op school is de voertaal Papiaments. We leerden wel Nederlands, maar bij mij ging dat langzamer dan bij mijn klasgenoten. Mijn Nederlands was niet goed genoeg om verslagen te kunnen maken, feedbackgesprekken te voeren of om rollenspellen te doen. Ik moest voor school bijvoorbeeld een acteur interviewen. Hij speelde de vader en ik moest erachter komen wat er aan de hand was met zijn kind. Dat lukte me niet in het Nederlands.’

Leomaris en begeleider Paul kennen elkaar een half jaar en hebben elkaar nu vijf keer ontmoet. Ze spreken elkaar gemiddeld eens per maand op de HUA, Leomaris regelt dan het lokaal. Leomaris: ‘Ik wilde vroeger graag kinderarts worden, maar dat ging niet na de havo. Nu word ik pedagogisch medewerker en wil ik kinderen met trauma’s gaan helpen. Op Curaçao is geen gebrek aan geld, wél een gebrek aan vaklieden. Van kleuter af aan heb ik graag mensen willen steunen.’ Maar voor haar opleiding moet ze goed Nederlands kunnen spreken.

Leomaris had, zoals zovelen, veel moeite met ‘de’ en ‘het’. Paul zocht daar ezelsbruggetjes voor. ‘Nu weet ik dat levende wezens meestal een ‘de’ krijgen, zoals de bakker. Verkleinwoorden hebben meestal “het”. Paul adviseerde me om te oefenen met ChatGPT en het boek Omringd door idioten te lezen. Hij gaf me ook de tip om het gesprek te beginnen met “Ik kan niet zo goed Nederlands praten”. Dat hielp me om vervolgens door te praten. Mijn baantje is in de paskamer van een kledingwinkel. Daar sprak ik aanvankelijk uit schaamte nauwelijks, maar nu klets ik de hele dag door. Ik ben zelfverzekerder geworden.’

Paul en Leomaris. Foto: Trajectum / Kees Rutten

‘Nu klets ik de hele dag door’

Het was niet zo dat Paul zich verveelde. Hij is getrouwd, heeft twee volwassen kinderen, is actief voor de Stichting Vrienden van de Eem, tennist, wandelt en fietst veel. Hij is nooit docent geweest aan de HU, maar hij vindt het mooi om studenten te helpen: ‘Ik wilde Leomaris niet met het rode potlood gaan nakijken. Ik heb haar wel aangeraden Het Jeugdjournaal te gaan kijken en haar favoriete series op Netflix opnieuw te bingen, maar dan met Nederlandse ondertiteling.’

Leomaris woont in Zeist met negen andere studenten uit Curaçao. ‘We spreken Papiaments dus ik weet niet hoe goed hun Nederlands is. Na school, vanaf 15:00 uur klets ik met mijn ouders en mijn zusje. Soms duurt dat uren. Met Paul heb ik het nooit ongemakkelijk gevonden. Ik voelde me juist vanaf het begin gesteund door hem. Nu oefen ik elke dag anderhalf uur mijn Nederlands, na het avondeten.’

De HU-held in dit verhaal

Zonder Jeroen van Pelt-Deen zaten de begeleiders hier illegaal. ‘Het duurde lang voordat we met de HU wat afspraken konden maken over onze club’, vertelt Job. ‘Toen we Jeroen eenmaal hadden ontmoet, ging het snel.’
Hij regelde voor de vrijwilligers een aansprakelijkheidsverzekering en collectieve ongevallenverzekering en dat ze ergens werden geregistreerd. Ook zien alle vrijwilligers elkaar nu twee keer per jaar, met supervisie en een groepsbijeenkomst waarin hij de vrijwilligers bij praat over relevante HU-ontwikkelingen. ‘Na afloop is het borreltijd in De Living.’

Job en Jeroen van Pelt-Deen in april 2023

‘Toen de vorige collegevoorzitter ermee kwam, waren we kritisch’ vertelt Van Pelt-Deen. Ik zeg wel eens “De HU is een club waar duizenden bloemen bloeien”, aan nieuwe initiatieven geen gebrek. Wie waren deze mensen en hoe zorgden we ervoor dat deze club zou passen bij onze professionele HU?

Dat professionele hebben we gewaarborgd door bepaalde regels. Studenten zien hun begeleiders bijvoorbeeld niet bij hun thuis, maar op school. Ook leggen we vooraf vast wat studenten van vrijwilligers kunnen verwachten en andersom. Soms is de wachtrij te lang, dan zijn er te weinig vrijwilligers en moeten we even een stop zetten op nieuwe aanmeldingen. En soms komen er juist te weinig studenten en maken we er weer een beetje reclame voor.

Druppel op een gloeiende plaat?

Inmiddels ben ik er blij mee. Je kunt zeggen dat de 40 studenten die ze begeleiden niet veel zoden aan de dijk zet op het geheel van 38.000 studenten, maar het is net dat groepje wat buiten de boot valt: ze komen niet in aanmerking voor meer individuele begeleiding door de opleiding, en zijn ook niet geholpen met extra groepsbegeleiding zoals bij de studiehuiskamer. Onze studentendecanen filteren dat goed uit tijdens de begeleidingsgesprekken.

Na zo’n vrijwilligersdag moet ik soms even schakelen. Na het voorstelrondje zijn we dan algauw anderhalf uur verder. Ze hebben de tijd en ze nemen die ook, haha. Ik heb natuurlijk meer haast. En dat zij niet zo op de klok letten is natuurlijk ook waarom ze zo waardevol zijn.

Ze hebben veel ervaring en tegelijkertijd geeft dat soms ook spanning. Want de HU is veranderd. We doen aan programmatisch toetsen, hebben een digitaliseringsslag gemaakt en meer groepswerk. Soms proef ik een vleug van ‘vroeger was alles beter’ bij enkele begeleiders. “Toen de faculteiten er waren, ging het gemakkelijker”, hoor je dan. Maar dat geeft verder niks. Ik ben vooral zeer op deze groep gesteld.’

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *