Met zijn pakken uit de jaren zeventig, bontjas en zonnebril lijkt eerstejaars Journalistiek-student Wybe uit een andere tijd te komen. Jarenlang kreeg hij klappen voor zijn kledingkeuzes. Nu ontvangt hij berichtjes van mensen die zich durven te kleden zoals ze willen, dankzij hem.
Je valt op. Wanneer begon dat?
‘Eigenlijk altijd al. In de oude fotoboeken van mijn ouders zie ik hoeveel kleur ik vroeger droeg: roze, paars, van alles. Dat was toen al een beetje weird, maar ik vond het mooi. Op mijn dertiende had mijn moeder per ongeluk haar spijkerbroek in mijn kast gelegd, met van die wijde pijpen. Ik dacht: dit is cool, die wil ik. Dus ik deed hem aan naar school.’

En toen?
‘Toen kreeg ik het over me heen. Iedereen keek me aan van: wat heb jij aan? Op mijn school droegen ze allemaal een hoodie en een trainingspak, dus ik was die ene gast met een wijde broek. Ik was delusional: ik vind hem mooi, dus ik hou hem aan.
Maar het bleef niet bij blikken. Ik ben uitgescholden, er waren veel ruzies, ik ben geslagen. Het was drie, vier jaar lang, bijna elke dag gezeik. Het stapelt zich op.’

Is er één moment dat je bijgebleven is?
‘Ja. Ik liep de klas in met een paarse broek en een bloemetjesshirt, geïnspireerd door een ABBA-album, en ik was daar zo blij mee. Een jongen begon te roepen dat ik op iemand van ABBA leek. Ik was verrast en zei: “Dankjewel, dat is precies de bedoeling.” Dat ik er een compliment van maakte, triggerde iets in hem.
Hij schold me uit. Na de les kreeg ik de volle laag met meppen in mijn gezicht, verslagen lag ik op de grond. Ik vertelde het aan een vriendin en zij werd zó boos. Toen ging een groep klasgenoten naar hem toe om te zeggen dat het niet oké was. Dat was de eerste keer dat ik voelde: ze zien het ook. Het kwartje viel.’
Na de les kreeg ik de volle laag met meppen in mijn gezicht, verslagen lag ik op de grond.
Je klinkt rustig als je dit vertelt.
‘Ik praat er altijd mild over, ja. Zie het als een coping-strategie. Ik zonderde me er voor af en dacht: dit is tolerantie opbouwen, uiteindelijk gaat het wel goed. Maar dat gebeurde natuurlijk niet. Dan zat ik een week op mijn kamer.
Therapie vond ik vreselijk, praten over mijn gevoel was moeilijk. Ik moest dingen opschrijven en pas als ik het zwart op wit zag, besefte ik hoe erg het was. Bij mijn therapeut kon ik laten zien wat ik voelde, zonder angst dat iemand me tegensprak, iets wat op school niet kon.’

‘Verwerkt heb ik het nooit. Ik zeg: ik vind het fijn, dus het maakt niet uit. Maar eigenlijk maakt het wel uit. Als ik eraan terugdenk, denk ik nog steeds: kinderen zijn echt gemeen. Dat doet me nog altijd iets.
Vrienden maakte ik gelukkig wel, maar op school kon ik ze op één hand tellen. Op het mbo werd dat beter, mensen worden ouder, en in Utrecht voel ik me nu op mijn gemak. In Apeldoorn heb ik Gigant, waar al mijn vrienden komen. Als ik me een dag heel apart wil kleden, vindt daar niemand het erg.’
Waarom bleef je het dan dragen, ondanks die vervelende ervaringen?
‘Thuis, voor de spiegel, dacht ik: wow, dit is supermooi. Op school zeiden mensen nare dingen, maar ik begon goed en eindigde goed. Die loop hielp. En ik had een beetje eigenwijsheid. Als ik nu stop, geef ik ze gelijk en dan veranderen ze toch niet.’

Wie gaf je wél het gevoel dat het goed was?
‘Niemand die ik kende. Toen de Queen-film uitkwam, zag ik Freddie Mercury en dacht: dit wil ik ook. Daarna de film met Elton John, die veel extremer was dan ik. Dat gaf me die kick om meer mezelf te worden.’
Je ouders: hoe waren zij?
‘Ik heb geluk gehad. Ze hebben nooit iets verboden. Mijn vader moest even wennen. Ze maakten zich ook zorgen: ze waren bang dat ik minder kansen zou krijgen, omdat mensen sneller iets zeggen over iemand die opvalt.
Ze zeiden ook: “Wees je bewust van het beeld dat je geeft.” Niet leuk om te horen, maar als je alleen hoort dat alles geweldig is, ben je niet voorbereid als het tegenvalt.’

Je bent ook te vinden op social media met @outatime.86. Hoe ben je begonnen?
‘Dat was een enge stap. Mijn eerste filmpje maakte ik langs de snelweg, met mijn telefoon op mijn fiets, omdat daar niemand liep. Daar stond ik dan, in een bontjas. Iemand toeterde, ik schrok me rot en heb het lang niet meer gedaan.’
Waarom wilde je dat?
‘Op TikTok zag ik genoeg mensen die outfitvideo’s maakten. Ik had honderdduizend screenshots opgeslagen van alles wat voorbijkwam op mijn For You-pagina en dacht: ik heb zelf ook mooie kleding, dus ik kan dit ook.
Dat bleek te werken. Een meisje uit een strenggelovig gezin stuurde me via TikTok een bericht. Ze durfde zich niet te kleden zoals ze wilde. Maar ze had een pak gekocht omdat ze mij had gezien en had het thuis aangedaan. Ze voelde zich geweldig en wilde dat geluk met mij delen. Daar werd ik geëmotioneerd van. Dat is wat ik vroeger nodig had gehad: iemand buiten je eigen leefwereld, die laat zien dat het wél kan.’

Hoeveel kleren heb je?
‘Haha, te veel. Bij mijn verhuizing telde ik 150 shirts en 55 pakken. Mijn lievelingsstuk is een donkerrood pak uit de jaren zeventig, bijna een museumstuk. Dat hangt als display aan mijn deur.’
En je jongere broertje, hoe reageert die op jou?
‘Hij is een puber en vindt het ongemakkelijk met me. Als we boodschappen doen en ik een bontjas aan heb, zegt hij: “Jij wacht maar hier.” In de stad loopt hij aan de andere kant van de weg. Maar laatst kwam hij ’s ochtends mijn kamer in voor hulp met kleding voor een debat. Ik lag brak in bed, maar ik werd er vrolijk van. Hij wil er ook anders uitzien dan zijn klasgenoten. En ik dacht: zo begon het bij mij ook.’

Wat wil je jongeren meegeven die zich anders voelen?
‘Dat “doe gewoon wat je wilt” een cliché is, en ook moeilijk. Begin klein. Een paar ringen, één grote zonnebril. Ik ging van de ene dag op de andere naar een wijde broek, shirt en zonnebril, dat was drie keer zo zwaar als wanneer ik met een paar ringen was begonnen.
En mensen gaan het nooit helemaal snappen, hoe lullig dat ook is. Wat telt, is dat jij het snapt, waarom je het draagt. Voor mij is dat: ik haal er zelf iets uit en voel me er fijn bij. Hoe comfortabeler je je voelt, hoe minder het uitmaakt wat de rest zegt.’


