Mochir Moboic (30) studeert Journalistiek aan de HU en schrijft columns voor Trajectum.
In de studieluwe week gingen veel van mijn klasgenoten naar hun ouders: Drenthe, Rotterdam, een paar naar Groningen. Ik ging naar Londen, op zoek naar het antwoord op een vraag die me al vijftien jaar bezighield.
Ik moest toch al naar Ilford, voor de eerste communie van mijn nichtje.
Van de acht kinderen uit het gezin van mijn moeder wonen er vijf in Engeland, in Londen en Birmingham. Alleen wij kwamen in Nederland terecht. Twee van mijn ooms overleefden de oorlog in Soedan niet.
Tijdens de borrel na de kerkdienst stelde ik de vraag: waarom wonen wij als enigen in Nederland?
Het antwoord kreeg ik van mijn tante Atong. Zij woont sinds de jaren tachtig in Londen en speelde een beslissende rol in mijn leven. Toen de oorlog in Soedan gevaarlijker werd, drong zij erop aan dat haar broers en zussen zouden vertrekken. Zij vond dat haar familie recht had op veiligheid.
Haar spaargeld en zelfs haar goud werden ingezet om ons te laten vluchten. Omdat luchtvaartmaatschappijen niet over oorlogsgebied vlogen, kwamen we in eerste instantie terecht in Kenia, Oeganda of Egypte. Daardoor woonde ik als peuter in Alexandrië, terwijl alle anderen in Engeland waren beland. Jarenlang kreeg ik te horen dat mijn moeder als oudste heus wel apart kon wonen. Dat verhaal voelde nooit helemaal logisch.
Vorige week vertelde mijn tante me iets nieuws.
Voordat wij naar Nederland kwamen, hadden wij asiel aangevraagd in Canada en Amerika. Toen die aanvragen werden afgewezen, vertrokken wij naar Egypte om samen met mijn oma asiel aan te vragen in Engeland. De advocaat van mijn tante raadde dat af. Omdat mijn moeder meerderjarig was, zou de Britse overheid mijn oma beschouwen als iemand die van haar dochter afhankelijk was. Daardoor maakten we minder kans om als gezin naar Engeland te komen. Die beslissing verscheurde onze droom om als familie samen te zijn.
Toen wij hoorden over een vlucht naar Nederland, vertrokken wij meteen. Sommige passagiers verscheurden hun paspoorten in de hoop op meer kans op toelating. Mijn moeder weigerde dat. Met vijftig Egyptische pond vertelde zij simpelweg ons verhaal aan de marechaussee. Daarna volgde het langste uur van ons leven. Toen de deur weer openging, zeiden ze slechts één woord:
Welkom.
Ik keek naar mijn moeder en zag dat ze weer begon te ademen.


