Achtergrond

Jan Bogerd kiest scherper profiel

Bij zijn aantreden als collegevoorzitter begin dit studiejaar opperde Jan Bogerd dat er veranderingen aankomen. Zo zouden associate degrees wellicht terugkeren. Daarnaast kondigde hij aan om knopen door te hakken bij de profilering van de HU en de organisatieontwikkeling.

Hoe staat het er na ruim drie maanden voor? Een interview over drie thema's, en meer.

DE ASSOCIATE DEGREE
'
Met vijf ROC’s in de regio wordt gesproken om gezamenlijk een aantal associate degrees te starten’

Tijdens de jaaropeninge van de HU eind augustus opperde Jan Bogerd het al: de associate degree (Ad) keert mogelijk weer terug. Deze tweejarige opleidingen voor afgestudeerde mbo’ers zijn de afgelopen jaren binnen de hogeschool afgebouwd. Maar het bedrijfsleven, de hbo-koepel Vereniging Hogescholen en het ministerie van Onderwijs betoogden dat er op de arbeidsmarkt behoefte bestaat aan deze opleidingen. Daardoor heeft het college het idee gekregen om een aantal Ad’s in gewijzigde vorm en setting weer in het leven te roepen.

Nu al werkt de HU samen met vijf ROC’s in de regio, waarbij in februari 2016 wordt gestart met prebachelors. Ook wordt er over gesproken om gezamenlijk een aantal Ad’s te starten. Daarvoor zouden de hogeschool en ROC’s een nieuwe, aparte organisatie kunnen oprichten die de associate degrees gaat herbergen. ‘Dit zijn we met de vijf ROC’s aan het verkennen’, zegt Bogerd voorzichtig. ‘Begin komend kalenderjaar willen we daar een definitief besluit over gaan nemen.’

Rotterdams model
Als het doorgaat worden de Ad’s in de visie van Bogerd op zichzelf staande opleidingen en geen afgeleide van de vierjarige hbo-bachelors, zoals eerder het geval was. Gedacht wordt aan Ad’s in de domeinen economie, media & ict en gezondheidszorg. De Hogeschool Rotterdam werkt al langer succesvol met dit model. Zeven hogescholen hebben op dit gebied de handen ineen geslagen. ‘Als de ROC’s daadwerkelijk met de HU in zee gaan, dan overwegen wij om ons als achtste hogeschool bij deze groep aan te sluiten’, vertelt Bogerd.

AANSCHERPING VAN HET PROFIEL
‘Alle opleidingen zullen ict-vaardigheden en ondernemendheid bevatten’

De HU profileert zich tot op heden op veel verschillende gebieden. Denk aan ‘gebouwde omgeving’ en ‘gezondheidszorg & techniek’. In het strategisch plan HU 2020 staat dat het college in 2015 een inhoudelijke aanscherping van het profiel van de hogeschool zal formuleren. Samen met collegelid Anton Franken legde Bogerd tijdens de ‘honderddagentoer’ zijn oor te luisteren binnen de HU en daarbuiten: van studentenvakbonden tot ministerie van Onderwijs en van regionale politici tot MKB Nederland.

Nu is het college eruit. De overkoepelende titel luidt: Kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving. Elementen daarin zijn onder meer: duurzaamheid, gezondheid en welzijn. Om studenten goed voor te bereiden op het toekomstig beroep zullen alle opleidingen ict-vaardigheden en ondernemendheid (niet te verwarren met ondernemerschap) bevatten. Dit profiel strookt volgens Bogerd met die van de gemeente en provincie Utrecht, waarmee meer zal worden samengewerkt. Deze formulering moet nog wel worden goedgekeurd door de Hogeschoolraad en raad van toezicht. 

Dit betekent overigens niet dat opleidingen en lectoraten die buiten deze profilering vallen, automatisch zullen verdwijnen. ‘We blijven een brede hogeschool’, benadrukt Bogerd. ‘Maar dit profiel gaat wel bepalend zijn voor onze investeringsagenda.’ 

Het geld voor die investeringsagenda is er. Want dankzij de herhuisvestingsoperatie en bezuinigingen bij HU Diensten komt er extra geld beschikbaar. Daar bovenop compenseert het ministerie van Onderwijs de afschaffing van de basisbeurs met extra geld voor docenten in het hoger onderwijs. Bogerd: ‘Die gelden zullen we vooral investeren ter versterking van dit profiel. Nieuwe opleidingen en onderzoek bijvoorbeeld moeten hier een bijdrage aan leveren.’ Hij vervolgt: ‘We verwachten dat bestaande opleidingen en onderzoek zich gaan bewegen in de richting van dat profiel.’

Mobiliteit
Als voorbeeld noemt hij het thema ‘mobiliteit’. Bogerd: ‘Dat wordt steeds belangrijker in de samenleving. Het gaat niet alleen om meer asfalt of een extra tram, maar om creatieve oplossingen voor de steeds nijpender wordende problemen rond mobiliteit. We spreken dan bijvoorbeeld over technische vernieuwingen, infrastructuur, gedragsverandering en gezondheid. Al die elementen hebben wij in huis maar het wordt niet integraal bij elkaar gebracht. Die bewegingen zullen we gaan krijgen.’

OPHEFFEN VAN DE FACULTEITEN
‘Studenten en medewerkers moeten opleidingen veel meer in co-creatie gaan vormgeven’

Naast deze inhoudelijke keuze voor een sterker profiel gaat ook de facultaire structuur op de schop. Die keuze ligt in het verlengde van de onderwijsvernieuwing, herstructurering van HU Diensten en herhuisvesting. Het college wil de faculteiten opheffen, zo bleek in oktober. Docententeams en instituten (clusters van verwante opleidingen) zouden meer ruimte krijgen. Het zou een stimulans kunnen zijn voor samenwerking tussen de verschillende vakgebieden, waardoor het onderwijs en onderzoek beter aansluiten op de ontwikkelingen in het werkveld, betoogde Bogerd eind november

Tijdens die bijeenkomst bleven veel vragen nog onbeantwoord. Wat merken medewerkers en studenten ervan bijvoorbeeld? ‘Op de korte termijn niets’, antwoordt de collegevoorzitter nu. Met uitzondering van medewerkers die direct aan de faculteiten zijn verbonden. Dit zijn zo’n honderd medewerkers, zoals facultaire secretaresses, directeuren en managers onderwijsinnovatie. Voor faculteitsdirecteuren moet ander werk binnen de hogeschool worden gezocht. Voor andere faculteitsmedewerkers moet worden bekeken waar in de organisatie de werkzaamheden worden voortgezet.

Economisch domein
Een andere logische vraag is of de bestaande instituten gehandhaafd blijven. Die zullen voor een groot deel intact blijven, stelt Bogerd. Zij sluiten met hun opleidingen goed aan bij de laatste ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. Maar bij het economische domein is er landelijk discussie over het aantal en soort van opleidingen. Het gaat erover hoe zij het beste kunnen aansluiten op het werkveld. Binnen de HU gaat het over de opleidingen van de Faculteit Economie en Management, de Faculteit Communicatie en Journalistiek en een deel van de Faculteit Maatschappij en Recht: de juridische opleidingen, Integrale Veiligheid en Human Resources. ‘Het zullen uiteindelijk meerdere instituten worden maar welke opleidingen bij elkaar komen, weten we nog niet.’

Daarnaast kan er bij de Faculteit Educatie het een en ander veranderen. Dat heeft vooral te maken met de aangekondigde samenwerking van de faculteit met hogeschool Windesheim. Nu vallen de bachelors en masters van bijvoorbeeld de tweedegraads lerarenopleidingen onder het Instituut Archimedes. Het idee is om alle masters van de faculteit in een instituut ('Graduate School') onder te brengen en alle bachelors in een Undergraduate School. De nieuwe indeling sluit beter aan bij de ontwikkelingen in het primair en voortgezet onderwijs. Pabo-docenten worden bijvoorbeeld steeds vaker ingezet in de eerste jaren van het vmbo.

Medezeggenschap
Als er geen faculteiten meer zijn, stoppen ook de faculteitsraden. Hoe ziet de medezeggenschap er dan uit? Bogerd stelt dat er diverse scenario’s denkbaar zijn voor de toekomstige organisatie van de medezeggenschap. Een groep medewerkers uit de medezeggenschapsraden en Rob Gründemann, lector Organisatieconfiguraties en Arbeidsrelaties, gaan zich hierover buigen. Bogerd schets alvast een van de mogelijkheden: ‘Als faculteiten verdwijnen, dan zou het kunnen zijn dat een groot deel van de besluitvorming naar het college wordt overgeheveld, terwijl een beperkt deel naar de instituten gaat. De Hogeschoolraad zou in dat geval belangrijker worden omdat op centraal niveau dan meer beleidsvorming gaat plaatsvinden.’

Daarnaast wil het college dat de participatie van medewerkers en studenten versterkt wordt. Bogerd: ‘Studenten en medewerkers moeten die opleidingen veel meer in co-creatie gaan vormgeven. Daarom moeten de opleidingscommissies met studenten goed gepositioneerd zijn in de instituten en in stevige interactie met onderwijsteams aan de kwaliteit van het onderwijs werken.’