Vanaf 1 september verandert de begeleiding van topsportende studenten aan de HU. Het werk van de twee huidige topsportcoördinatoren wordt verdeeld over vier decanen. Hoe ziet die nieuwe aanpak eruit en wat verandert er voor studenten?
De uren blijven beschikbaar: twintig uur per week voor de begeleiding van topsporters én de uitvoering en vormgeving van het topsportbeleid. Die uren liggen vanaf nu echter niet meer bij twee topsportcoördinatoren met veel ervaring, maar zijn verdeeld over vier decanen (weliswaar met affiniteit tot topsport).
‘Vanwege bezuinigingen binnen de dienst Onderwijs, Onderzoek & Studentzaken (OO&S) moeten wij helaas stoppen,’ vertelt Brigitte van Barneveld. Zij was samen met Lenneke De Jeu-Stel topsportcoördinator van de HU. ‘Lenneke deed het al sinds 2014, ik ben in 2021 begonnen. Onze detacheringen werden stopgezet, zoals alle detacheringen en tijdelijke taakuitbreiding (TTU’s) dat werden. Wij dachten een functie te hebben, maar die werd nu “een taak” genoemd en gewoon overgeheveld van ons naar de decanen. Wij geloven overigens zeker dat de zij de begeleiding goed kunnen doen en hart hebben voor de studenten.’
Voor een deel ontslag genomen
In november 2025 tekenden Van Barneveld en Lenneke De Jeu-Stel namens de HU FLOT 3.0. Samen met NOC*NSF en het ministerie van OCW legden dertig hogescholen en universiteiten vast hoe ze zouden samenwerken, welke doelen ze beoogden en welke minimale kwaliteitseisen ze stellen aan de flexibiliseringsmogelijkheden bij een ‘duale carrière’ (studie en topsport) van onze topsporters. Er kwam ook een commissieom de kwaliteit te evalueren.
‘Nota bene de dag ervoor kregen we te horen dat we uit onze functie zouden worden ontheven’, vertelt Barneveld. ‘Onze detacheringen naar OO&S zouden per 1 september 2026 worden stopgezet. Daar hebben we wel een traan om gelaten.’
De twee topsportcoördinatoren hadden allebei tien uur per week voor de topsportcoördinatie. Daarnaast werken De Jeu-Stel en Van Barneveld bij het Instituut voor Bewegingsstudies (daar studeren de meesten, ongeveer een derde, van alle topsporters binnen de HU). ‘Wij komen nu allebei voor tien uur per week terug naar Bewegingsstudies en dat is lastig, want bij dat instituut moet ook worden bezuinigd. Uiteindelijk heeft dat ervoor gezorgd dat ik uit mezelf voor een deel ontslag heb genomen.’
Over vier decanen verdeeld
Vanaf 1 september wordt het werk van de twee coördinatoren verdeeld over vier verschillende decanen binnen de HU. Elke decaan krijgt hier vijf uur per week voor. ‘We hebben de afgelopen maanden de nieuwe topsportcoördinatoren zo goed mogelijk proberen in te werken,’ zegt Van Barneveld. ‘Zo nodigden we de decanen uit om aanwezig te zijn bij intakegesprekken met nieuwe topsportstudenten, zodat ze konden zien hoe dit in zijn werk gaat. We organiseerden een aantal teammeetings om te overleggen en maakten een teamspagina aan voor het hele archief met formats, procedures en beleidsdocumenten.’
Volgens Van Barneveld zit er veel kennis in het werk die je niet zomaar uit een beleidsdocument haalt. ‘Je moet bijvoorbeeld weten waar binnen al die verschillende opleidingen de mogelijkheden voor flexibilisering zitten. En vervolgens moet je samen met de topsporter kijken hoe je die kunt combineren met de topsport.’
Te weinig tijd
Die HU-brede kennis en ervaringen binnen alle opleidingen dreigen volgens haar verloren te gaan. ‘De huidige decanen doen het per gebouw. Daardoor zien ze minder snel de verschillen tussen de instituten. Wij hebben bijvoorbeeld meegemaakt dat examencommissies verschillend omgingen met topsporters die uitstel vroegen voor een toets omdat ze een belangrijke wedstrijd hadden, ondanks de beschrijving van de werkwijze in het HU topsportbeleid. Dat hebben wij vervolgens HU-breed aangekaart binnen de Commissie van Examencommissies en samen aangescherpt beleid beschreven.’
Ook vreest Van Barneveld dat de vier decanen te weinig tijd hebben om het werk te doen en de benodigde kennis op te bouwen. ‘Ze krijgen allemaal maar vijf uur. Wij hadden allebei tien uur per week en die uren zaten eigenlijk iedere week helemaal vol.’
Landelijke bijeenkomsten
‘Wij gingen twee keer per jaar naar een landelijke bijeenkomst van NOC*NSF. Daar bespreek je met de topsportcoördinatoren van andere instellingen hoe zij het aanpakken en wissel je ervaringen uit. Ook ontwikkelt NOC*NSF landelijk beleid, over in welke topsportcategorie een sport valt en of deze wel of niet topsportstatus waardig is. En we verzorgden inhoudelijke workshops. Wij hebben daar in de loop der jaren veel ervaring opgebouwd.’
Of de nieuwe decanen naar die landelijke bijeenkomsten zullen gaan? Dat betwijfelt Van Barneveld. ‘De decaan die HU-Amersfoort en Padualaan 97 onder haar hoede heeft, begeleidt relatief weinig topsporters. Die heeft misschien ruimte om naar zo’n landelijke bijeenkomst te gaan,’ zegt Van Barneveld. ‘Maar de decaan die de topsporters van Heidelberglaan 7 begeleidt, heeft juist heel veel topsporters binnen haar opleidingen en heeft daar waarschijnlijk helemaal geen ruimte voor, terwijl die ook baat zal hebben bij die bijeenkomsten en juist veel verschillende ervaringen met topsporters kan delen.’
‘Het is heel jammer dat wij tweeën nu moeten stoppen, maar het is wat het is, wij moeten het ermee doen, en de topsporters ook,’ besluit Van Barneveld.


