Achtergrond

Zo bepalend zijn de eerste drie maanden: eerstejaars maken de balans op

Jongens aan Padualaan 101. Foto: Kees Rutten

De jaarlijkse 100 Dagen Monitor brengt in beeld hoe eerstejaars denken over hun opleiding en of ze willen stoppen. De verschillen per opleiding zijn binnen de HU soms groot. Waar ligt dat aan? En wie kent de succesformule?

Dit stuk is een afstudeeropdracht van de studenten van de School van Journalistiek. Gedurende tien weken namen ze het eerste trimester van de eerstejaars onder de loep, analyseerden de resultaten van de 100 Dagen Monitoren en schreven dit artikel.

De eerste drie maanden van je opleiding bepalen je latere studiesucces, zo blijkt. Tussen hun eerste colleges, groepsopdrachten en tentamens door vragen veel eerstejaars zich af of ze wel op de juiste plek zijn beland. De tevredenheid over hun opleiding probeert de HU in kaart te brengen door ook dit jaar in november de 100 Dagen Monitor in te zetten.

Wat is de 100 Dagen Monitor?

Alle eerstejaars studenten ontvangen begin november een enquête in hun mailbox. Hierin wordt ze gevraagd cijfers (van 1 tot 5) te geven aan een aantal stellingen. Voelen ze zich thuis? Willen ze graag door? Krijgen ze goed les? Het invullen van die vragenlijst duurt zo’n vier minuten.

In februari komen de resultaten van de 100 Dagen Monitor beschikbaar, een moment waarop ze twijfelaars nog binnenboord kunnen houden. Dat is anders met de Nationale Studenten Enquête (NSE), een vergelijkbaar onderzoek dat pas in mei wordt afgenomen. Tegen die tijd hebben eerstejaarsstudenten vaak al de beslissing genomen om ermee op te houden.

Beleidsmakers van de HU kijken aan de hand van die uitkomsten naar wat maakt dat eerstejaars hun draai niet vinden, of juist wel. Een van hen is Gerwin Hendriks, beleidsadviseur bij het Team Institutional Research van de HU. ’Studenten die vroeg afhaken, zeggen vaak dat de opleiding niet aansloot bij hun verwachtingen. Of dat hun de motivatie ontbrak’, verklapt hij alvast.

De successen

Waar zijn eerstejaars tevreden over? Als we kijken naar de resultaten van de laatste twee studiejaren, zien we dat HU-studenten vooral positief zijn over het samenwerken in groepen, hun lessen in mondelinge vaardigheden en de manier van toetsing. Die krijgen alle drie gemiddeld een 3,7 (van de 5). Ook de lessen in schriftelijke vaardigheden en de manier van leren en studeren worden hoog beoordeeld, met gemiddeld een 3,6. Met een 3,5 krijgen zowel de roosters, als de privé-werk-balans en de manier waarop docenten lesgeven nog een redelijke beoordeling.

Minder tevreden zijn HU-studenten over het tempo van hun opleiding en de hoeveelheid stof (een 3,4 gemiddeld). Van wiskunde of statistiek (3,3) zijn ze ook geen fan. De voorzieningen voor studeren met een belemmering scoort laag: een 2,1.

Die gemiddelden zeggen overigens niet per se heel veel. Bij mondelinge vaardigheden liggen de resultaten overal dicht bij elkaar (van 3,3 tot 4,2). Maar bij het oordeel over docenten liggen ze ver uiteen(van 2,4 tot 4,8), net als bij wiskunde en statistiek (van 2,2 tot 4,4). Daarnaast verschillen de roosters sterk per opleiding (van 2,3 tot 4,4). Die voorzieningen voor studeren met een belemmering blijft wel overal onder de 2,8. 

Mondzorgkunde bovenaan

Van alle HU-opleidingen is Mondzorgkunde op meerdere terreinen de absolute koploper. Bijna 70 procent van alle eerstejaars vulde de lijst in. Daarbij steeg de opleiding in alle vier de categorieën ten opzichte van het jaar ervoor. Zo ging in vorig schooljaar de tevredenheid van 4,2 naar 4,6, de motivatie van 3,6 naar 3,8 en het thuisgevoel naar 4,2. De eerstejaars die van plan zijn om hun opleiding af te maken is daar ook ongekend hoog: ruim 94 procent (dat was 85 vorig jaar).

Zulke hoge cijfers vragen om een verklaring. Hendriks: ‘Vaak zien we dat opleidingen die sterk inzetten op begeleiding, kleinschaligheid, sociale binding en duidelijke verwachtingen op alle aspecten goed presteren.’ Maar wie een kant-en-klaar recept wil, vergist zich. ‘Daarvoor is de situatie per opleiding te specifiek en is er aanvullend onderzoek nodig.’ Bij Mondzorgkunde kan meespelen dat ze een flinke selectie hebben aan de poort. Als je eenmaal binnen bent, heb je aangetoond dat je flink gemotiveerd bent en aanleg hebt voor het vak.

Uitblinkers zorg en techniek

Niet alleen Mondzorgkunde scoort hoog; het valt op dat zorg- en techniekopleidingen het in het algemeen goed doen op het gebied van ’thuis voelen’ en binding met de studie. Van de studenten bij ICT en Vaktherapie is het percentage dat na het eerste jaar door wil ook ruim boven de 90 procent.

Een andere uitschieter is Elektrotechniek. Die technische opleiding behaalde twee jaar op rij een score van 100 procent. Ook op het gevoel van ’thuis voelen’ scoort de opleiding met een 4,4 erg hoog. Hun geheim? Joost Kouijzer, teamleider Electrical Engineering, is daar bescheiden over: ‘Studenten in de zorg en techniek kiezen gericht.’ Het zijn minder algemene opleidingen (zoals hbo rechten). Daardoor komen studenten vaker binnen met een duidelijk doel en haken ze minder af.

Dat zorg- en techniekopleidingen zo sterk presteren, herkent Gerwin Hendriks. ‘Die studenten weten goed waarom zij voor de opleiding hebben gekozen en kunnen zich gemakkelijker voorstellen waar zij later terechtkomen. Dat kan bijdragen aan de motivatie en de binding met de opleiding.’

Elektrotechniek

En toch valt er meer te zeggen over het succes van Elekrotechniek. En dan vooral over hoe het gaat in het klaslokaal. ‘We wilden af van de standaard tentamenweken en zijn overgestapt op programmatisch toetsen’, legt Kouijzer uit. ‘In plaats van één grote beoordeling aan het eind van het blok hebben onze studenten elke twee weken een deadline. Deze ‘datapunten’ tellen mee voor het eindoordeel en zo houden we de druk en de begeleiding gelijkmatig verspreid.’

Een goede start draait ook simpelweg om een plek waar je graag komt, ziet Kouijzer. ‘Ons lab is altijd open, studenten kunnen er binnenlopen. Het is een gemeenschap bij ons. Ik merk dat ze langer op school blijven hangen om samen aan hun projecten te werken.’

Veranderingen binnen de pabo

Soms scoort een opleiding jarenlang matig en dan ineens beter. Daar kan de pabo over meepraten. Steeds meer studenten willen daar hun opleiding afmaken. (Dat geldt aan de HU overigens ook voor Vaktherapie en de lerarenopleiding Geschiedenis).

Achter die sprong bij de pabo zit een flinke ingreep, weet Paul Maasen, opleidingsmanager bij de opleiding. Het curriculum van het eerste jaar ging namelijk op de schop en dat heeft goed uitgepakt. ‘De uitvalcijfers waren afgelopen jaren hoog doordat de studeerbaarheid van de studie nogal laag was. Dat, in combinatie met een stage, maakte dat rond oktober de vraag al kwam: wil ik dit wel?’

Maasen begon bij het verminderen van de werkdruk voor zijn eerstejaars. ‘Die was hoog, door een combinatie van toetsen, opdrachten en stagedagen. Daarom keken we naar de hoeveelheid, de afwisseling, de spreiding en de samenhang van de cursussen. Een lesverslag van Aardrijkskunde mogen ze nu gebruiken voor Geschiedenis of Biologie. En dat mag nu zelfs in podcast of filmvorm.’

Een thuis

Ook de sfeer werd aangepakt bij de pabo. De vijfde verdieping van Padualaan 97 werd omgetoverd tot een leerplein. Maassen: ‘Daar is plaats voor gezelligheid en plezier, ook door de spelletjes en puzzels die er liggen. Het zit er vaak vol met groepen die er lunchen of aan een groepsopdracht werken. Als je je een eenling voelt op je opleiding, is dat funest wanneer je al moeite hebt met de stof. Ons motto is tegenwoordig ”Samen verantwoordelijkheid voor elkaar en met elkaar”.’

Het begeleidingssysteem is nu groot bij de pabo. Studenten kunnen gebruik maken van ouderejaars, studentbegeleiders, leerteambegeleiders en er is een aandachtsfunctionaris. Daarnaast zit er nu in de lessen meer tijd voor hulpvragen. ‘Studenten die we lange tijd missen, bellen we op om ze te laten weten dat we ze niet uit het oog verliezen’, vertelt Maassen.

De minder succesvolle resultaten

Zorg dat je student zich thuis voelt en hij wil graag bij je blijven, lijkt de slotsom. Is dat altijd zo? De monitor laat ons zien van niet. Bij een aantal opleidingen zijn eerstejaars weliswaar erg tevreden over hun keuze en voelen zich thuis, maar twijfelen toch of ze de eindstreep zullen halen. Dat geldt onder meer voor HBO-Rechten, Sociaal Juridische Dienstverlening en Bedrijfskunde.

Volgens Gerwin Hendriks is die tegenstrijdigheid misschien wel het meest interessante aan het hele onderzoek. ‘Het laat zien dat tevredenheid niet automatisch betekent dat je overtuigd bent van je studiekeuze. Dat kan komen doordat je nog zoekende bent, twijfelt over het beroep of alternatieve opleidingen overweegt.’ Is dat een probleem? Niet voor Hendriks en zijn collega’s. ‘De HU begeleidt ook studenten bij een overstap naar een andere studie.’

Er valt nog iets anders af te dingen aan de monitor. Want voor een betrouwbaar beeld is een hoge respons cruciaal. Hendriks: ‘We zijn altijd voorzichtig met conclusies. De resultaten geven aanwijzingen over wat er goed gaat en wat aandachtspunten zijn. Maar je moet ze altijd bekijken in samenhang met landelijke resultaten, gesprekken en andere bronnen.’

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *