Utrecht Studentenstad: Bevrijd van hospitabemoeienis

Deel 2 van 5 afleveringen waarbij Trajectum in de geschiedenis van stad en hogeschool duikt. Dit keer: het IBB-complex

Nieuwsgierig naar het ontstaan van Utrechts bekendste studentencomplex (IBB), smullen van de vele rock ‘n’ rollverhalen over de Woolloomooloo in de jaren zeventig en studentencafé’s als De Dikke Dries,’t Pandje, Jan Primus, de Vriendschap en ’t Neutje, de Heksenkelder, feministisch bolwerk van weleer of de ontwikkeling van een opleiding die gepaard ging met de economische ontwikkeling van de stad: de heao. In vijf afleveringen duikt Trajectum in de geschiedenis van stad en hogeschool.

Deel 2: Een geschiedenis van het IBB-complex
Bevrijd van hospitabemoeienis

Het oudste grootschalige studentencomplex van Utrecht staat aan de Ina Boudier-Bakkerlaan beter bekend als het IBB. Vanaf 1965, wanneer de eerste studenten hier intrekken, tot aan de dag van vandaag. Met elke generatie z’n eigen mores en modes. Maar de ‘Chez’, het winkeltje van Termaat en Karelse en de onmisbare huisfeesten hebben de tand des tijds doorstaan en vormen een baken in de geschiedenis van deze studentenflat.
Door Bas van den Boogaart, Frank Heinen en Merel Jansen

Studentenkamers zijn schaars. De huidige Utrechtse student is genoodzaakt om buitensporige huurprijzen voor onooglijke kamertjes neer te tellen. Maar wie denkt dat kamernood een probleem van nu is, heeft het mis: ook eind jaren vijftig is het vinden van een kamer een flinke opgave. In deze periode groeit het aantal studenten in Utrecht explosief. Studeren er in 1955 ongeveer 5000, in 1965 is dit aantal meer dan verdubbeld. Studenten wonen tot dan toe vooral bij hospita’s. Maar omdat het aantal hospita’s niet in hetzelfde tempo meegroeit, ontstaat in 1956 de Stichting Studentenhuisvesting (SSH). Deze gaat zich bezig houden met ‘het vergroten van huisvestigingsmogelijkheden der studenten aan de Rijksuniversiteit te Utrecht’.
Na aanvankelijk alleen als bemiddelingsbureau te werken, begint de SSH al snel met het aankopen van stadspanden om de steeds grotere groep studenten te huisvesten. Ook dat biedt onvoldoende soelaas. In 1958 valt het besluit een nieuwbouwcomplex voor studenten te realiseren, vijf jaar later gaat de eerste paal van het IBB de grond in. Het moet het eerste grote studentencomplex van Utrecht worden en zo’n 1300 studenten herbergen. De wooneenheden worden verdeeld over vijftien lage eenheden en één torenflat. De regering schrijft voor dat elke student een kamer van twaalf vierkante meter tot z’n beschikking krijgt.

Vijftien jongens en één keuken
Eind 1965 betrekken de eerste studenten hun nieuwe kamers in de vijf eerste laagbouwflats. De gemeenschappelijke keuken is volgens het ontwerp alleen bedoeld om te ontbijten; warm eten krijgen de studenten in de mensa of bij hun vereniging, zo wordt gedacht. Het duurt echter niet lang voordat de IBB’ers fornuizen en andere apparatuur installeren en zelf gaan koken.
Marinus Sommeijer, emeritus hoogleraar biologie, is een van de eerste bewoners in de laagbouw. Hij heeft een wooneenheid, waarin hij woonkamer, douche en keuken moet delen met veertien andere jongens. Uitgesloten is, dat er ook meisjes mogen wonen. De sfeer onder de jongens op de wooneenheid is goed. Ze eten vaak samen en ze organiseren de nodige huisfeestjes. Dat zijn de momenten waarop studenten uit verschillende wooneenheden elkaar ontmoeten. Het onderlinge contact beperkt zich verder vooral tot de eigen wooneenheid. In de flat van Sommeijer is het zó gezellig dat zijn Unitas-lidmaatschap gevaar loopt, omdat hij altijd ‘op de etage is’. Sommeijer: ‘Voor ik op het IBB kwam, woonde ik bij een hospita. De kamer op het IBB was een enorme uitkomst. We waren dankbaar voor de vrijheid die we op dit complex kregen.’

Hoewel de studenten bevrijd zijn van hospitabemoeienis, worden ze niet volledig aan hun lot overgelaten. Vlak bij de wooneenheid van Sommeijer beheert de heer Termaat op het complex een kleine winkel. In Sommeijers herinnering is Termaat niet alleen als winkelier bij het winkeltje betrokken: ‘Bij feestjes hield hij een oogje in het zeil, maar hij gaf ook fikse korting op bier. Ook kwam hij wel poolshoogte nemen wanneer we vrouwen op bezoek hadden. Hij is zelfs een keer via de regenpijp omhoog de flat in geklommen. Toch was hij populair onder de bewoners.’
Ook al voelen de studenten vrijheid, de SSH en de overheid proberen wel degelijk invloed uit te oefenen op de studenten. Naast de verplichte scheiding van mannen en vrouwen, wordt bij de bouw een trefcentrum ingericht voor de algemene en academische ontwikkeling van de studenten. Later blijft van dit ambitieuze centrum alleen het café Chez Bébé over.

Ongelimiteerde vrijheid
Wanneer eind jaren zestig studenten in Parijs de straat opgaan voor democratisering en meer vrijheid, blijft het rustig aan de Ina Boudier-Bakkerlaan. Wel hangt er een spandoek met de tekst ‘Johnson oorlogsmisdadiger’ in 1968, waarin de president van de Verenigde Staten wordt opgeroepen de oorlog in Vietnam te stoppen.
Maar eind 1970 groeit de wens onder de IBB-bewoners om een stem te krijgen in de besluitvorming van de SSH over het IBB. Op 26 november 1970 wordt de eerste officiële vergadering van het IBB-Woonbestuur gehouden. De studenten uiten heftige kritiek op de twee SSH-regels die respectievelijk nachtelijk bezoek van de andere sekse en gemengde bewoning verbiedt. De SSH komt de bewoners tegemoet en schrapt de regels.
De bewoners zijn erg te spreken over het comfort en de sfeer op de wooneenheid. Veel studentenhuizen vormen hechte gemeenschappen. Ook de plots verkregen vrijheid is welkom voor de jongens en meisjes uit veelal strenge milieus.
Gerard en Juul Oonk wonen begin jaren zeventig op nummer 109, gedurende enkele maanden zelfs in één kamer. ‘Er woonden meer stelletjes samen op onze etage, dat werkte prima. Ouders vonden het minder prettig. De eerste tijd zei je gewoon niks, en later ging je toch de discussie aan.’ In de weekenden blijven studenten dan ook vaak. Eén keer in de drie weken naar ‘huis’ gaan, is meer dan genoeg.

Het feest van Kees
In de loop van zijn tijd verandert er het een en ander. In het begin van de jaren zeventig ergeren veel studenten zich aan de rommel en vernielingen op het terrein. In 1998 zegt toenmalig SSH-directeur G. van Genugten in een interview in het universitaire U-blad over die periode: ‘Het barstte van het ongedierte. Kakkerlakken, muizen… Studenten sliepen met hun kleren aan en velen hadden op hun kamer een hond of kat. Nu zouden ze die kamers smerig en muf vinden, maar toen was die leefwijze juist heel geaccepteerd.’ Volgens Oonk kwamen ook heroïnegebruik en diefstal steeds vaker voor, ‘maar de meerderheid studeerde gewoon, hoor.’
De populariteit van het trefcentrum Chez Bébé is in die tijd nog gering. Voor nachtelijk vertier trekken IBB’ers toch vooral richting het stadscentrum. Ton Jochems, huidig directeur van de SSH, neemt in 1974 zijn intrek. ‘We hadden een vaste route,’ vertelt Jochems, ‘eerst naar de Bedstee, vervolgens naar de Woo en we eindigden altijd in ‘t Pandje. Behalve als er een feestje gegeven werd, dan kwam iedereen af op de gratis drank. Jochems lacht bij de gedachte aan die feestjes. ‘Bij binnenkomst riep je zoiets als: “Is dit het feest van Marie?” “Nee, van Kees”, werd er dan geroepen. Vervolgens stond er iemand achter je die vroeg of Kees in de buurt was en dan piepte je samen naar binnen.’
Het IBB werd langzaam meer een eenheid. Chez BéBé won aan populariteit onder de bewoners. Studenten hoefden het complex niet meer af om tot in de late uurtjes door te zakken.
Jochems verlaat na anderhalf jaar de IBB: ‘Ik vond het een beetje saai, het moest avontuurlijker. Daarom hebben we in Zuilen een klooster gekraakt. Dat was nogal onverstandig midden in de winter.’

Verhoging
Begin jaren tachtig krijgt het studentencomplex meer politiek kleur. ‘Op het IBB kwamen vaak de wat meer linkse types terecht. Studenten psychologie of sociologie of mensen die een taal studeerden. Studeerde je rechten of economie, of was je lid van het corps, dan koos je voor het complex aan de Van Lieflandlaan’, aldus Peter Bremers, van 1982 tot 1985 woonachtig op het IBB. Veel studenten zijn lid van de PSP, de PPR of de CPN. Men leest de Volkskrant en kijkt gezamenlijk naar de VPRO. Er worden zelfs partijvergaderingen op het complex georganiseerd.
Voor de SSH breekt een lastige periode aan met steeds mondiger wordende studenten. Berucht zijn de boycotacties in 1983, wanneer op instigatie van het Woonbestuur wordt geprotesteerd tegen de ‘grove stijging’ van de servicekosten. Die gingen omhoog van ƒ 54,60 naar ƒ 55,10 (ter vergelijking: nu bedragen deze kosten ruim € 90).
Bremers – bestuurslid in die dagen en onder de schuilnaam Buck Rogers actief als demonstrant – weet nog hoe hij zijn medebewoners mobiliseerde. ‘De onderhandelingen met de SSH leverden niets op. Toen vroegen we iedereen vijftig cent op de huur in te houden, als boycotactie. Of het echt gewerkt heeft? Dat geloof ik niet. De Van Lieflandlaan wilde niet meedoen, daar speelden dat soort kwesties veel minder. Soms hadden we overleg met een studentencomplex in Amsterdam-Buitenveldert, want uiteindelijk heeft iedereen te maken met dezelfde problemen.’ De boycotacties sorteerden geen effect, de rechter stelde de woningbouwvereniging in het gelijk en de studenten werden verplicht het resterende bedrag alsnog te betalen. Bremers: ‘Dat deden we dan, maar wel in centen. Totale anarchie was het.’

Die vrolijke, anarchistische idylle wordt geregeld ruw verstoord. Veel ‘springers’ storten zich in die jaren van de torenflat om een einde aan hun leven te maken. Zowel studenten als ‘gewone mensen’ kiezen het studentencomplex voor zelfmoord. ‘Toch zeker maandelijks sprong er eentje’, herinnert een oud-bewoner zich. Er circuleerden zelfs statistieken, met informatie over de ernst van de verwondingen per sprong van iedere verdieping: ‘Vanaf de vijfde: alleen lichamelijk letsel’.

Zweedse woongigant
Eind jaren tachtig verandert het karakter van het IBB. De ‘Ikea-generatie’ doet zijn intrede: het SSH-meubilair wordt vervangen door meubels van de Zweedse woongigant. Het politieke bewustzijn neemt af. Een periode vol protest wordt afgesloten.
Het complex aan het IBB zal voorlopig nog dienst blijven doen als huisvesting voor studenten. De SSH heeft kortgeleden vastgesteld dat het IBB nog minstens tien jaar in gebruik blijft. Ton Jochems (directeur SSH): ‘Het is nog altijd onze populairste locatie. Bovendien is de hypotheek afbetaald. Vooralsnog geen enkele reden om aan slopen te denken.’

Bas van den Boogaart, Frank Heinen en Merel Jansen zijn studenten Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Utrecht en hebben in het kader van hun studie onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de IBB. Dit is een ingekorte versie van hun eerder in Oud-Utrecht verschenen artikel.
(Oud Utrecht, tijdschrift voor geschiedenis van stad en provincie Utrecht, jaargang 83, nummer 2, 2010)

[bijschriften foto’s]


Actie van de Studenten Vakbeweging om kamers te werven, juli 1963. Op de Neude staat een begrafeniskoetsje om de hoge nood te symboliseren.
Foto Persfotobureau ‘t Sticht | Het Utrechts Archief


Gezicht op het IBB-complex in 1983
Foto Het Utrechts Archief


De torenflat van het IBB-complex in 2007
Foto Rienk Mebius


Een student in zijn kamer op het IBB, 1983
Foto Het Utrechts Archief


Protestactie op het IBB tegen de oorlog in Vietnam, 29 februari 1968. De foto’s getuigen – ondanks de verboden tekst op het spandoek – niet van een grimmige strijd, eerder van een leuk verzetje.
Foto’s Persfotobureau ‘t Sticht | Het Utrechts Archief


Nieuwjaarsvuur op het pleintje voor de supermarkt tijdens de jaarwisseling 2005-2006
Foto Sjors Timmer


Interieur van het ‘te grote en te luxe’ Chez Bébé in 1969
Foto Persfotobureau ‘t Sticht | Het Utrechts Archief


Bezoekers in de versoberde, maar wel populaire Chez in 1976
Foto C.A. Otten | Het Utrechts Archief

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...